Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132648 nr. 1

32 648 Toezicht op afstand – de relatie tussen de minister van Financiën en de financiële toezichthouders, De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM)

Nr. 1 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 februari 2011

Hierbij zend ik u de visie «toezicht op afstand – de relatie tussen de minister van Financiën en de financiële toezichthouders, De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM)».1 In deze visie is beschreven hoe de minister van Financiën invulling geeft aan het toezicht op DNB en de AFM, en hoe hij dit toezicht zal versterken.

Leidraad bij deze beschrijving zijn de zes principes van de Kaderstellende Visie Op Toezicht (KVOT), die in oktober 2005 is gepubliceerd en door de regering is aangeboden aan de Tweede Kamer. De KVOT gaat uit van zes principes van goed uitvoeringstoezicht, te weten: selectief, slagvaardig, samenwerkend, onafhankelijk, transparant en professioneel.

Uitgangspunt van de visie is toezicht op afstand. DNB en de AFM zijn immers zelfstandige bestuursorganen (ZBOs), die onafhankelijk opereren in de uitvoering van hun toezicht. De minister van Financiën heeft systeemverantwoordelijkheid, wat betekent dat zijn aandacht primair uitgaat naar het functioneren van het toezichtsysteem als geheel. Om aan die verantwoordelijkheid invulling te geven, oefent de minister toezicht uit op DNB2 en de AFM. Er is dus sprake van «toezicht op toezicht».

In de visie besteed ik ook aandacht aan de taken van DNB en de AFM, en hun onderlinge samenwerking (HIII). Hierbij ga ik, zoals toegezegd tijdens het overleg met Uw kamer van 3 februari jl., onder meer in op de betrouwbaarheids- en geschiktheidstoets.

De visie kondigt diverse versterkingen aan in de interne governance van DNB en de AFM, alsmede een uitbreiding van het wettelijke instrumentarium voor de minister van Financiën om, indien nodig, te kunnen interveniëren. De benodigde wetgeving om dit te verankeren verwacht ik Uw kamer dit voorjaar toe te zenden.

Tevens doe ik u bijgaand de door DNB opgestelde rapportage «Uitvoering Plan van aanpak cultuurverandering toezicht DNB» en de daarbij behorende aanbiedingsbrief toekomen1, zoals toegezegd in de brief aan Uw kamer d.d. 16 augustus 2010 inzake het onderzoek DSB bank (Kamerstuk 32 432, nr. 5). De rapportage beschrijft de voortgang met betrekking tot de uitvoering van het in augustus 2010 gepubliceerde «Plan van aanpak cultuurverandering toezicht DNB», en concludeert dat alle voorgestelde acties met de deadline van 1 januari 2011 zijn gerealiseerd.

De minister van Financiën,

J. C. de Jager


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

XNoot
2

Dit geldt niet voor de taken die DNB als deelneemster aan het Europees stelsel van centrale banken uitvoert.