Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Vergaderjaar 2013-2014
Kamerstuk 32647 nr. 22

Gepubliceerd op 15 april 2014

Gerelateerde informatie


Toon alle stukken in dossier



32 647 Levensbeëindiging

Nr. 22 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 april 2014

Hierbij doe ik u, mede namens mijn collega van Veiligheid en Justitie, informatie toekomen over enkele onderwerpen waarover recent met uw Kamer is gecorrespondeerd of waarover uw Kamer om informatie heeft verzocht. In de brief zal ik ingaan op de volgende onderwerpen: de commissie van wijzen die zal adviseren over hulp bij zelfdoding aan mensen die hun leven voltooid achten, de ambtelijke werkgroep «schriftelijke wilsverklaring», het evaluatieonderzoek met betrekking tot de gebeurtenissen in Tuitjenhorn, euthanasie bij minderjarigen en de regionale toetsingscommissies euthanasie (Rte).

Deze brief stuur ik u met het oog op de tweede termijn van het AO euthanasie die op 15 april a.s. staat gepland.

Commissie van wijzen

Tijdens de begrotingsbehandeling van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op 30 oktober 2013 (Handelingen II 2013/14, nr. 17, item 7), heb ik u toegezegd om u, samen met mijn collega van Veiligheid en Justitie, informatie te doen toekomen over de commissie van wijzen die zich zal buigen over de juridische mogelijkheden en de maatschappelijke dilemma’s met betrekking tot hulp bij zelfdoding aan mensen die hun leven voltooid achten. Taak van de commissie zal zijn te onderzoeken hoe er invulling kan worden gegeven aan de wens van een toenemende groep Nederlanders om meer zelfbeschikkingsrecht in de vorm van te ontvangen hulp wanneer zij hun leven voltooid achten. Tegelijkertijd is van wezenlijk belang dat misbruik wordt voorkomen en mensen zich veilig voelen. Daarnaast vraag ik de commissie hoe kan worden voorkomen dat mensen hun leven voltooid achten, conform mijn toezegging dienaangaande tijdens de begrotingsbehandeling en het Algemeen Overleg op 19 december 2013 (Kamerstuk 32 647, nr. 21).

Er wordt gewerkt om de voorbereidingen voor het instellen van de commissie af te ronden. Zo worden er gesprekken gevoerd met de beoogde leden van de commissie. Wanneer deze gesprekken zijn afgerond, dan zal ik u per brief informeren. Ik zal in die brief uiteenzetten hoe de opdracht voor de commissie luidt, hoe de commissie is samengesteld en hoe de opzet van het onderzoek er uit zal zien.

Ambtelijke werkgroep «schriftelijke wilsverklaring bij euthanasie»

Op 18 december heb ik u per brief (Kamerstuk 32 647, nr. 19) geïnformeerd over de ambtelijke werkgroep «schriftelijke wilsverklaring bij euthanasie». De werkgroep heeft als opdracht om juridische en praktische duidelijkheid te bieden over de betekenis van de schriftelijke wilsverklaring bij wilsonbekwame patiënten. De werkzaamheden van de werkgroep zijn grofweg in drie fasen verdeeld, waarbij de eerste fase een analyse van de parlementaire geschiedenis behelst. Deze fase is afgerond. De tweede fase bestaat uit de analyse van de jurisprudentie, tuchtrechtspraak en de oordelen van de toetsingscommissies en wordt uitgevoerd door het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. De uitkomsten zullen worden besproken met de Regionale toetsingscommissies euthanasie, de Inspectie voor de gezondheidszorg en het Openbaar Ministerie.

Vervolgens wordt gekeken naar de betekenis van de schriftelijke wilsverklaring in de praktijk en de knelpunten die zich daarbij voordoen. Bij deze derde fase worden veldpartijen, patiëntenvertegenwoordigers en anderen betrokken. ZonMw zal de inventarisatie van knelpunten verzorgen. Einddoel is een goede handreiking die duidelijkheid biedt voor zowel artsen, andere zorgverleners als patiënten en burgers. Het is daarom goed dat de KNMG een grote betrokkenheid bij de uitwerking van dit vraagstuk heeft en dat in de derde fase ook andere partijen uit de samenleving worden betrokken.

Ik zal u voor de zomer informeren over de resultaten van de juridische analyse van de ambtelijke werkgroep. Vervolgens zal ZonMw in de zomer komen met haar inventarisatie en na de zomer zal de handreiking worden opgesteld.

Evaluatieonderzoek gebeurtenissen in Tuitjenhorn

Bij brief van 12 november 2013 (Kamerstuk 32 647, nr. 18) hebben de Minister van Veiligheid en Justitie en ik u geïnformeerd over het besluit om een onafhankelijke evaluatie uit te laten voeren naar de wijze van handelen van alle betrokken instanties in de casus Tuitjenhorn. In deze brief is vermeld dat de evaluatiecommissie zal starten na afronding van het calamiteitenonderzoek van de IGZ en dat dit onderzoek naar verwachting drie maanden in beslag zou nemen.

De verwachting was dat de evaluatiecommissie rond deze periode zou kunnen starten. Dit is echter nog niet mogelijk omdat het calamiteitenonderzoek nog niet volledig is afgerond.

Ik hecht er veel waarde aan dat de onafhankelijke commissie de evaluatie adequaat en zorgvuldig kan uitvoeren. Hierbij acht ik het van belang dat de uitvoering van de evaluatie zo min mogelijk interfereert met andere lopende (onderzoeks)trajecten. Zodra er meer bekend is over de start van de evaluatiecommissie zal ik u hierover berichten.

Euthanasie bij minderjarigen

Uit de evaluaties van de Euthanasiewet en de Regeling late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging bij pasgeborenen is gebleken dat er voor minderjarigen tussen 1 jaar en 12 jaar geen mogelijkheden zijn voor levensbeëindiging en dat er bij de beroepsgroep behoefte is aan ondersteuning bij beslissingen rondom het levenseinde bij deze groep. Daarnaast is er, naar aanleiding van de wetswijziging in België waar euthanasie bij wilsbekwame minderjarigen is toegestaan, veel aandacht geweest voor de situatie in Nederland. Naar aanleiding van mijn toezegging aan uw Kamer hebben medewerkers van VWS een constructief gesprek gehad met de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK). Hierin heeft de NVK haar plannen voor de komende periode toegelicht. De NVK komt voor het eind van het jaar met een standpunt over euthanasie bij kinderen. De NVK gaat nu bezien hoe het gebruik van de recent opgestelde richtlijn palliatieve zorg bij kinderen kan worden geborgd. Daarnaast zal de NVK onderzoek opzetten om in kaart te brengen hoe de levenseindezorg bij minderjarigen plaatsvindt en welke handelingsopties daarbij als aanvulling meerwaarde zouden bieden. Bij deze trajecten zal VWS meedenken en een financiële bijdrage leveren.

Regionale toetsingscommissies euthanasie

Tijdens het Algemeen Overleg op 19 december heb ik met u gesproken over de wens om meer transparantie rond de toetsingspraktijk van de Regionale toetsingscommissies euthanasie (Rte). Hierbij ging het onder meer over de werking van de website van de Rte en over de transparantie in de beoordelingen van meldingen door de Rte. Meer transparantie vind ik belangrijk en dus heb ik recent extra middelen beschikbaar gesteld om de website versneld te moderniseren en hiermee de toetsing transparanter te maken. Dit moet aan het einde van het jaar zijn afgerond.

Ook is er eerder met uw Kamer gesproken over de wenselijkheid van een onafhankelijke geschillencommissie. Uit gesprekken met de KNMG en de Rte is naar voren gekomen dat zij een beroepsmogelijkheid niet als wenselijk beschouwen in het licht van de rechtszekerheid van artsen. Wel is meer transparantie met betrekking tot de beoordeling door de Rte’s gewenst. Naast het – ook reeds digitaal – uitbrengen van het jaarverslag zal dit worden bevorderd door de verbeterde website en de code of practice die de Rte’s laten opstellen en die begin 2015 beschikbaar zal zijn. Deze ontwikkelingen zullen ook bijdragen aan kwaliteitsborging, meer uniformiteit en duidelijkheid over de beoordelingen. Daarnaast is afgesproken dat VWS periodiek gesprekken organiseert met de Rte, KNMG en, indien gewenst, externe deskundigen. Tijdens deze gesprekken zal men aandacht besteden aan de uitvoeringspraktijk door artsen en de wijze waarop de Rte dit handelen toetst. Het gaat hierbij om een inhoudelijke bespreking van complexe thema’s, waarbij casuïstiek waar mogelijk als input voor de bespreking kan dienen.

Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd over de stand van zaken.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers


SnelzoekenInfo

Snelzoeken
U kunt dit veld gebruiken om te zoeken op
–een vrije zoekterm voor het zoeken op tekst (bijvoorbeeld "milieu")
–een betekenisvolle zoekterm voor het zoeken naar specifieke publicaties (bijvoorbeeld dossiernummer '32123' of 'trb 2009 16').
U kunt termen combineren door EN te zetten tussen de termen (blg 32123 EN milieu).
U kunt zoeken op letterlijke tekst door '' om de term te zetten. ('appellabele toezeggingen').

Voor meer mogelijkheden en uitleg verwijzen wij u naar de help-pagina's van Officiële bekendmakingen op overheid.nl