Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 25 januari 2013
Met deze brief informeer ik uw Kamer over mijn standpunt over de voorgestelde wijziging
van de Wet op de vaste boekenprijs die voortvloeit uit het amendement De Liefde/Voordewind
(artikel I, onderdeel A, onder 2 en 2a).1
Op grond van nadere informatie uit het boekenvak en de vragen en opmerkingen in het
voorlopig verslag en het nader voorlopig verslag van uw Kamer ben ik tot de conclusie
gekomen dat nader onderzoek verstandig is alvorens dit artikel van de wet over het
wetenschappelijk boek in te voeren. Hieronder licht ik toe voor welke uitvoeringsproblemen
het wetsartikel mij stelt. De andere onderdelen van het wetsvoorstel kunnen gewoon
ingevoerd worden.
Uitvoeringsproblemen van het wetsartikel
Het wetsartikel over het wetenschappelijk boek breidt de definitie van «schoolboek»
in de Wet op de vaste boekenprijs uit tot «school- en wetenschappelijk boek». Daardoor
wordt het wetenschappelijke boek op dezelfde wijze gedefinieerd als het schoolboek.
Deze definitie is gebaseerd op de veronderstelling dat het wetenschappelijk boek identiek
is aan het studieboek voor WO en HBO. Dit is feitelijk echter niet het geval. Dit
leidt tot de volgende uitvoeringsproblemen:
-
• De meeste wetenschappelijke boeken voldoen niet aan het criterium dat ze herkenbaar
zijn als les- of leerboek. Het wetenschappelijke boek is naar inhoud en vorm divers
en kent naast het hoger onderwijs ook verschillende andere grote gebruikersgroepen,
zoals het particulier onderwijs, professionals en het algemene publiek.
-
• Veel boeken worden maar door enkele instellingen voorgeschreven en uitgevers weten
bij verschijning meestal niet of een boek zal worden voorgeschreven.
-
• De uitgevers delen hun publicaties in naar A-, W- en S-boeken (algemene, wetenschappelijke
en schoolboeken). Deze indeling is bepalend voor de handelskorting en komt niet in
alle gevallen overeen met de inhoud van het boek. S-boeken hebben de laagste korting
en A-boeken de hoogste. De studieboeken zijn binnen de W-boeken niet gemakkelijk af
te bakenen.
-
• Boekverkopers zullen voor elke W-titel moeten nagaan of het al dan niet om een wetenschappelijk
boek in de zin van de wet gaat (een studieboek). Extra complicerend is dat de wet
al een kortingsregeling voor individuele studenten kent. Studenten die kunnen aantonen
dat ze zijn ingeschreven bij een instelling van hoger onderwijs, kunnen bij aanschaf
van een voorgeschreven studieboek een korting krijgen van maximaal 5%. Er zijn dan
studieboeken zonder vaste prijs en studieboeken met vaste prijs waarop korting mag
worden gegeven.
-
• De toezichthouder op de naleving van de wet – het Commissariaat voor de Media – verwacht
een toename van het aantal bezwaar- en beroepsprocedures. Een voorspelling van het
aantal is echter moeilijk te maken, omdat veel afhangt van de handelwijze van uitgevers
en boekverkopers bij de toepassing van de wet.
Kernpunt is dat harde criteria voor de afbakening van het studieboek ten opzichte
van de overige wetenschappelijk boeken op dit moment ontbreken. Uit het boekenvak
ontvang ik wisselende geluiden over het wetsartikel. Ik wil daarom de wetswijziging
van de Wet vaste boekenprijs die voortvloeit uit het amendement De Liefde/Voordewind,
vooralsnog niet in werking laten treden en de inwerkingtreding van die wijziging laten
afhangen van de uitkomsten van nader onderzoek naar de afschaffing van de vaste prijs
voor het wetenschappelijke boek als onderdeel van de eerstkomende evaluatie van de
Wet op de vaste boekenprijs.2
Tweede evaluatie van de Wet op de vaste boekenprijs
Deze tweede evaluatie vindt op verzoek van de Tweede Kamer vervroegd plaats. Op basis
van de uitkomsten van de evaluatie en verdere consultatie van betrokken partijen zal
ik mijn standpunt bepalen over de uitvoerbaarheid van een wetswijziging inzake de
prijsbinding van het studieboek en de overige wetenschappelijke boeken.
Ik zal mijn standpunt naar aanleiding van die tweede evaluatie vastleggen en motiveren
in een brief die begin 2014 aan de beide Kamers der Staten-Generaal wordt toegezonden.
Een afschrift van deze brief heb ik aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
gezonden.
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker