Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201332637 nr. 73

32 637 Bedrijfslevenbeleid

Nr. 73 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 augustus 2013

Bijgaand treft u het rapport van het evaluatieonderzoek van het Innovatiekrediet en zijn directe voorloper het Uitdagerskrediet over de periode 2006–20111. Dit rapport informeert uw kamer over de effectiviteit en doelmatigheid van dit beleidsinstrument, dat een belangrijke pijler vormt van het innovatiefonds MKB+. Dit is het eerste evaluatieonderzoek dat is uitgevoerd conform de adviezen van de Expertwerkgroep Effectmeting (Commissie Theeuwes) in het rapport «Durf te meten» (Kamerstuk 32 637, nr. 44).

Hieronder vindt u de belangrijkste resultaten van het onderzoek kort uitgelicht. Op deze evaluatie zal ik na de zomer nader inhoudelijk en beleidsmatig reageren.

Het Innovatiekrediet en het Uitdagerskrediet

Het Innovatiekrediet is een revolverend financieel instrument dat specifiek is gericht op bedrijven die nieuwe producten, processen of diensten ontwikkelen met substantieel technisch risico, maar met een goed marktperspectief. Deze risico’s zorgen ervoor dat de geldverstrekkers in de markt soms niet bereid zijn het hele project te financieren. Met een Innovatiekrediet kan voor mkb-bedrijven 35% en voor niet-mkb-bedrijven 25%2 van de ontwikkelingskosten van een project worden gefinancierd tot een maximum van 5 miljoen euro. Indien het project mislukt tijdens de ontwikkelingsfase kan de verstrekte lening kwijtgescholden worden. Indien het project technisch slaagt dan moet de lening inclusief opgebouwde rente worden terugbetaald3.

Het Innovatiekrediet is sinds 1-1-2012 onderdeel van het Innovatiefonds MKB+ en is nu geëvalueerd over de voorafgaande periode 2008–2011. Het Uitdagerskrediet liep van 2006–2008. Op advies van de Expertwerkgroep Effectmeting is het Uitdagerskrediet alleen meegenomen in het kwalitatieve onderdeel van de evaluatie.

Resultaten van het onderzoek

Op basis van de uitkomsten van de evaluatie concluderen de onderzoekers dat het Innovatiekrediet doeltreffend en doelmatig is.

Doeltreffendheid

De belangrijkste conclusie ten aanzien van de doeltreffendheid van het Innovatiekrediet volgt uit een uitvoerige econometrische analyse waarbij verschillende methoden zijn gebruikt om met selectiviteit rekening te houden conform de aanbevelingen van de Expertwerkgroep Effectmeting. Door gebruik te maken van WBSO-data hebben de onderzoekers de groep bedrijven die een Innovatiekrediet hebben gekregen vergeleken met een controlegroep van bedrijven die een Innovatiekrediet hebben aangevraagd maar hiervoor zijn afgewezen.

Uit de econometrische analyse blijkt dat toekenning van een Innovatiekrediet ervoor zorgt dat de loonsom voor Speur & Ontwikkelingswerk gemiddeld 68% hoger is dan deze zou zijn geweest zonder een Innovatiekrediet. Op basis van dit resultaat is de zogenaamde «Bang for the Buck», ofwel het effect op R&D uitgaven van een bedrijf per euro aan uitbetaald Innovatiekrediet, berekend. De uitkomst geeft aan dat één euro aan Innovatiekrediet-betaling 1,82 euro extra R&D-uitgaven oplevert.

De kwalitatieve analyse onderschrijft de bovenstaande kwantitatieve resultaten. Enquêteonderzoek geeft aan dat gebruikers van het Innovatiekrediet vaker starten met het innovatieproject, vaker succes hebben, meer patenten verkrijgen en vaker groeien (in fte) dan de groep afgewezen bedrijven. In onderstaande box is een voorbeeld uit het rapport opgenomen van een succesvol verlopen innovatieproject.

Box. Airborne: het kredietinstrument als hefboom naar succes

De corebusiness van Airborne is composietmaterialen en -buizen. Hierbij richten zij zich op luchtvaart, marine en olie en gas. Airborne deelde haar ervaringen met het Uitdagerkrediet (UK) en het Innovatiekrediet (IK) met het onderzoeksbureau dat de evaluatie heeft uitgevoerd.

Airborne ontwierp in 2000 een lichte maar sterke composietbuis die bestand is tegen de hoge druk van de diepzee. Destijds was het technisch nog niet mogelijk om het product te ontwikkelen. In 2008 zag Airborne wel technische mogelijkheden om het idee van de composietbuis verder te ontwikkelen. Er waren geen investeerders bereid om dit project (met het substantiële technisch risico) te financieren. Airborne heeft toen een uitdagerskrediet aangevraagd (van € 1 mln) voor een pilotproject. Eind 2010 heeft Airborne door middel van de pilot het voordeel van de composietbuis aan kunnen tonen. Airborne heeft vervolgens succesvol risicokapitaal aan kunnen trekken om een fabriek op te zetten in IJmuiden.

Ervaringen van Airborne met deze kredietregelingen:

  • Airborne ziet grote spin-off effecten: Zowel de ontwikkeling als de productie vindt plaats in Nederland.

  • Een UK- en ook nog een IK-«stempel» zorgt ervoor dat ook andere partijen durven te investeren.

  • Door de aanvraag werd Airborne gedwongen om precies op papier te zetten wat ze van plan waren. Hoewel er hierbij veel documentatie nodig was, leverde dit wel een beter projectplan op.

Doelmatigheid

De totale administratieve lasten voor een toegewezen Innovatiekrediet worden door de onderzoekers geschat op circa 1% van het gemiddeld kredietbedrag. Het enquêteonderzoek onder 93 respondenten geeft een gemengd beeld voor wat betreft de beleving van administratieve lasten van het Innovatiekrediet. Vergeleken met de lasten opgelegd door een private financier is circa 40% van mening dat deze lasten bij een Innovatiekredietaanvraag hoger zijn. 33% vindt deze administratieve lasten gelijk en 27% vindt deze lager dan bij een private financier.

De uitvoeringskosten als percentage van de kredietportefeuille (van € 153 miljoen, eind 2011) bedragen 1,5% per jaar. De onderzoekers vinden deze kosten laag vergeleken met de managementfee van twee procent per jaar waarmee een privaat participatiefonds rekent.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

X Noot
2

Sinds 1-1-2012 is deze regeling op verzoek van de kamer verbreed (Kamerstuk 33 000 XIII, nr. 16 de motie-Schaart c.s. over het Innovatiefonds MKB+, aangenomen met algemene stemmen).

X Noot
3

Het rentepercentage hangt af van het risicoprofiel en bedraagt op dit moment 4%, 7% of 10%.