Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201732637 nr. 283

32 637 Bedrijfslevenbeleid

Nr. 283 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 juni 2017

Vorig jaar heb ik u de eerste en tweede Monitor Vestigingsklimaat aangeboden (Kamerstuk 32 637, nrs. 222 en 271).

Hierbij bied ik u de derde versie van de Monitor aan1.

Het vestigingsklimaat is van belang voor het Nederlandse bedrijfsleven om concurrerend te zijn op de mondiale markten. Deze monitor is een integraal instrument om het inzicht in de kwaliteit van het Nederlandse vestigingsklimaat voor met name buitenlandse bedrijven en investeerders te vergroten.

De monitor is opgesteld door de Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA), onderdeel van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van mijn ministerie. Dit is gedaan in samenspraak met de regionale ontwikkelingsmaatschappijen, de meest betrokken departementen en koepelorganisaties. De monitor is besproken en vastgesteld in de Werkgroep Vestigingsklimaat, die valt onder de Dutch Trade and Investment Board. Op basis van objectieve internationale bronnen schetst de monitor een integraal overzicht van het vestigingsklimaat en laat hij zien hoe het Nederlandse investeringsklimaat ervoor staat in vergelijking met onze belangrijkste concurrenten. Het gaat om zeven landen: België, Duitsland, Frankrijk, Ierland, Luxemburg, het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland.

De monitor wordt tweemaal per jaar geactualiseerd en is bedoeld voor beleidsmakers en uitvoeringsorganisaties binnen het Rijk, provincies en gemeenten, die invloed hebben op de diverse locatiefactoren. Er worden geen aanbevelingen gedaan, wel wordt aangegeven op welke locatiefactoren de omliggende landen aantrekkelijker zijn en waar Nederland zich mogelijk kan verbeteren.

Resultaten najaar 2016

Het Nederlandse vestigingsklimaat is concurrerend en onderscheidend ten opzichte van de ons omringende landen. Nederland scoort op alle factoren ruim voldoende tot goed. De belangrijkste resultaten zijn:

  • Ten opzichte van de vorige editie is de voorsprong op onze concurrenten wat geslonken.

  • Nederland staat op nummer één op de factor locatie en ligging.

  • De eerste plaats op de factor infrastructuur hebben we niet kunnen vasthouden; Zwitserland heeft die van ons overgenomen door beter te presteren op digitale infrastructuur.

  • Op de factoren arbeid en fiscaliteit doen een aantal andere landen het beter dan Nederland.

Thema: aantrekkelijkheid voor kenniswerkers

Als themaonderwerp is in deze monitor de aantrekkelijkheid van Nederland voor buitenlandse kenniswerkers geanalyseerd. Uit de analyse blijkt dat Nederland zich als bovengemiddeld attractief positioneert. Die positie is vooral te danken aan de universiteiten, de kwaliteit van de gezondheidszorg en de publieke investeringen in het hoger onderwijs.

Toch lukt het niet om veel kenniswerkers van buiten de Europese Unie aan te trekken; de «branding» van Nederland is niet sterk genoeg. Buitenlandse kenniswerkers blijken slecht op de hoogte van de attractiviteit van Nederland.

Dit wordt onder meer geadresseerd in de Citydeal Warm Welkom Talent, waar de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap, de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie en ik aan deelnemen.

Vervolg

Nederland kan beter in de etalage worden gezet voor talentvolle buitenlandse ondernemers en kenniswerkers. Het kabinet zet hier gezamenlijk met onder meer het bedrijfsleven, de Kamer van Koophandel en het programma StartupDelta de schouders onder. Voor de volgende editie van de monitor wordt het onderwerp «administratieve lasten» nader uitgediept. Ik zal uw Kamer in het najaar van 2017 over deze vierde editie informeren.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl