Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201632637 nr. 226

32 637 Bedrijfslevenbeleid

33 009 Innovatiebeleid

Nr. 226 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 januari 2016

Tijdens het AO Bedrijfslevenbeleid van 29 oktober jl. heb ik toegezegd om overleg te plegen met MKB-Nederland over de toegankelijkheid van de MIT-regeling en de inschakeling van intermediairs bij aanvragen. Ook heb ik toegezegd om in beeld te brengen bij hoeveel procent van de aanvragen voor de MIT-regeling en de S&O-afdrachtvermindering (WBSO) een intermediair is betrokken1. In deze brief ga ik in op deze beide punten. Daarnaast heb ik tijdens de behandeling van de EZ-begroting 2016 toegezegd om te onderzoeken of ik de afhandelingstermijn op WBSO-aanvragen van nieuwe starters kan verkorten naar één maand2. Hierbij informeer ik u over de nieuwe afhandelingstermijn voor deze groep ondernemers.

Toegankelijkheid en gebruik van intermediairs MIT en WBSO

Algemeen

Het Ministerie van Economische Zaken streeft er naar om regelingen voor ondernemers zo toegankelijk mogelijk te maken. Daarom zijn de aanvraagprocedures zo eenvoudig mogelijk, en krijgen ondernemers via de subsidiewijzer op www.rvo.nl inzicht in de voor hen interessante regelingen.

Daarnaast benadrukt mijn ministerie in de communicatie dat ondernemers het aanvragen van subsidie gemakkelijk zelf kunnen. Het staat echter iedere ondernemer vrij om voor het aanvragen van subsidie gebruik te maken van een intermediair.

MIT

Met de MIT-regeling kunnen mkb’ers voor vier typen projecten subsidie aanvragen: R&D-samenwerkingsprojecten, haalbaarheidsprojecten, innovatie-adviesprojecten en kennisvouchers. Voor deze projecten geldt het Uniform Subsidiekader (USK). Het USK gaat uit van proportionaliteit tussen het subsidiebedrag en de lasten: hoe lager het subsidiebedrag per ontvanger is, hoe minder of hoe eenvoudiger voorwaarden worden gesteld, en hoe efficiënter de verantwoording wordt ingericht. Dat betekent dat de aanvraagprocedure en de verantwoording voor de MIT-regeling eenvoudig tot zeer eenvoudig is. Een ondernemer kan een aanvraag doen via het e-loket van RVO.nl. Ondanks de eenvoud van de aanvraagprocedure loopt 72% van deze subsidieaanvragen via een intermediair. In de eerste evaluatie van de MIT-regeling, die gepland staat voor 2016 / 2017, zal het gebruik van deze intermediairs nader in kaart worden gebracht.

Mijn ministerie werkt continu samen met de provincies om de regeling verder te vereenvoudigen en de subsidievoorwaarden tussen Rijk en Regio te harmoniseren. Zo is in 2015 gewerkt aan een gezamenlijke instrumentenkoffer met uniforme instrumenten, identieke percentages en subsidieplafonds en een gezamenlijke openstelling.

WBSO

Uit de meest recente evaluatie van de WBSO uit 2012 blijkt dat ondernemers die geen gebruik maken van een intermediair, de WBSO-aanvraag eenvoudig vinden. De slagingskans is voor deze ondernemers gelijk aan die van ondernemers, die wel gebruik maken van een intermediair. Bovendien liggen de administratieve lasten voor deze ondernemers circa € 1.000 lager.

Toch maakt het overgrote deel van de ondernemers voor de aanvraag gebruik van een intermediair, in 2014 was dit 82% van de WBSO-gebruikers. Argumenten die ondernemers hiervoor aandragen zijn vooral tijd en gemak3. Daarnaast kan het zijn dat intermediairs, naast de WBSO, ook de haalbaarheid van andere (subsidie-)regelingen in kaart brengen.

Om ondernemers te stimuleren zelf WBSO aan te vragen, benadrukt RVO.nl op haar website, tijdens voorlichtingsbijeenkomsten en in direct contact met ondernemers dat het eenvoudig is om zelf WBSO aan te vragen. RVO.nl biedt op haar website een Quick Scan aan, waarmee bedrijven in enkele minuten kunnen zien of zij in aanmerking kunnen komen voor de WBSO.

Ook betekent de samenvoeging van de WBSO en de Research & Development Aftrek (RDA) per dit jaar een vereenvoudiging voor ondernemers. Zo is het aanvraagprogramma nog gebruiksvriendelijker gemaakt en is het gemakkelijker om voor kosten en uitgaven voor R&D (niet zijnde de R&D-loonkosten) gebruik te maken van een forfaitair bedrag. Ondernemers ontvangen nu nog maar één beschikking van RVO.nl. De totale administratieve lasten voor ondernemers dalen door de integratie van de WBSO en de RDA met € 1.000.0004.

Voor ondernemers die voor de WBSO-aanvraag toch een intermediair willen inschakelen, heeft RVO.nl een aantal tips en aandachtspunten op haar website staan.

Overleg met MKB-Nederland

MKB-Nederland geeft aan dat de MIT-regeling en WBSO voldoende toegankelijk zijn om zelf aan te vragen, en zal de mogelijkheid om zelf subsidie aan te vragen onder de aandacht brengen van ondernemers. MKB-Nederland geeft aan dat het vaak niet de individuele regeling is die ingewikkeld is, maar de optelsom van verschillende regelingen, zowel op Rijks-, regionaal als Europees niveau. Mijn ministerie en MKB-Nederland zullen over het gebruik van intermediairs een vervolgbijeenkomst plannen. Dit zullen ze samen doen met de relevante brancheorganisaties.

MKB-Nederland geeft wel aan dat de keuze om gebruik te maken van een intermediair voor ondernemers vaak een «make or buy» beslissing is, en dat intermediairs het bereik van subsidieregelingen ook kunnen vergroten. MKB-Nederland zal richting leden een aantal aandachtspunten meegeven, voor het geval zij kiezen voor het gebruik van een intermediair.

Afhandelingstermijn nieuwe starters WBSO

De afhandelingstermijn op WBSO-aanvragen van nieuwe starters bedraagt op dit moment doorgaans 3 maanden, gemeten vanaf de datum van indiening van de volledige aanvraag. RVO.nl zal per 1 maart a.s. deze aanvragen met voorrang in behandeling nemen, waardoor het mogelijk is om deze binnen één maand na aanvang van de periode waarop de aanvraag betrekking heeft af te handelen.

De kortere afhandelingstermijn zal van toepassing zijn op aanvragen van bedrijven die bij de aanvraag aangeven dat zij starter zijn én voor het eerst WBSO aanvragen. Een bedrijf is starter voor de WBSO als het maximaal 4 jaar inhoudingsplichtig is en maximaal in 2 eerdere jaren S&O-verklaringen heeft ontvangen. Deze maatregel maakt onderdeel uit van de startupbox die ik in het kader van het mijn startupbeleid heb gelanceerd.

Voor deze bedrijven is het belangrijk om extra snel zekerheid te krijgen over het fiscale voordeel, gelet op de fase waarin hun bedrijf zich bevindt. Bovendien hebben deze bedrijven nog geen ervaring met de WBSO en weten zij nog minder goed hoe RVO.nl beoordeelt of er sprake is van R&D. Ook wordt met de kortere afhandelingstermijn het belang van innovatieve starters voor economische groei en ontwikkeling in algemene zin benadrukt.

Overigens zullen alle overige aanvragen ook binnen de wettelijke beslistermijn worden afgehandeld.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp


X Noot
1

Kamerstuk 29 338, nr. 150

X Noot
2

Handelingen II 2015/16, nr. 15, item 4

X Noot
3

Evaluatie WBSO 2006–2010: Effecten, doelgroepenbereik en uitvoering. EIM, februari 2012.

X Noot
4

Kamerstuk 34 302, nr. 3