Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201432637 nr. 107

32 637 Bedrijfslevenbeleid

Nr. 107 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 14 oktober 2013

De vaste commissie voor Economische Zaken en de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid hebben op 18 september 2013 overleg gevoerd met Minister Kamp van Economische Zaken over:

  • de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 12 september 2013 met de reactie op het verzoek van het lid Ulenbelt over de actuele situatie bij aluminiumproducent Aldel (Kamerstuk 32 637, nr. 77);

  • de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 16 september 2013 over de stand van zaken rondom Aldel (Kamerstuk 32 637, nr. 38).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken, Hamer

De voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Van der Burg

De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken, Franke

Voorzitter: Hamer

Griffier: Van de Wiel

Aanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Ulenbelt, Agnes Mulder, Leegte, Verhoeven, Van Dekken, Klever, Schouten en Hamer,

en Minister Kamp van Economische Zaken, die vergezeld is van enkele ambtenaren van zijn Ministerie.

Aanvang 16.10 uur

De voorzitter: Ik heet de Minister, mijn collega's, de mensen op de tribune en de mensen die meekijken en -luisteren welkom. De Minister heeft gevraagd of hij mag beginnen met een toelichting. Dat is niet gebruikelijk, maar we hebben het in de procedurevergadering daarover gehad en het lijkt ons in deze situatie wel handig, omdat we dan allemaal dezelfde informatie hebben. Daarna gaan we het overleg voeren zoals we dat gewend zijn. We hebben afgesproken dat we tot 17.30 uur de tijd hebben. Het woord is aan de Minister van Economische Zaken.

Minister Kamp: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik heb die toestemming aan u gevraagd omdat de laatste brief die ik naar de Kamer heb gestuurd, heel kort en beknopt was. Bij dit soort zaken zit ik een beetje in dubio. Ik moet de Kamer zo veel mogelijk informatie geven, maar ik moet er ook voor zorgen dat bestaande problemen worden opgelost. Het in de openbaarheid gooien van alle informatie past daar niet altijd bij. Ik zoek daarom, ook nu, naar een evenwicht. Voor mij is het makkelijk om dat hier mondeling te doen. Ik zal nu proberen om, aanvullend op mijn brief aan de Kamer, nog meer informatie te geven.

Ik wil eerst het bedrijf plaatsen. U kent allemaal het bedrijf. Aluminium Delfzijl, Aldel, is een van de bekende basisindustrieën in Nederland. De investeringsbeslissingen met betrekking tot het bedrijf zijn vroeg in de jaren zestig genomen. Het is in 1964 op gang gekomen. Het bestaat dus bijna 50 jaar. Drie bedrijven, waaronder Hoogovens, hebben het bedrijf gesticht. In 2009 is het bedrijf overgenomen door een Amerikaan, de heer Klesch. Naast activiteiten in Amerika ontplooit hij ook veel activiteiten in Europa. Hij heeft ook industriële activiteiten, onder andere in Duitsland en Italië. Het bedrijf heeft ongeveer 320 werknemers. Daarnaast hebben veel mensen in de regio activiteiten die gelieerd zijn aan Aldel. Hoeveel dat er precies zijn, weet ik niet, maar vanuit de regio wordt gezegd dat het in totaliteit, inclusief de directe werknemers, om ongeveer 800 arbeidsplaatsen zou gaan.

Aldel is een aluminiumproducent en op de aluminiummarkt is sprake van overcapaciteit. Op de middellange termijn – zover kan ik redelijkerwijs vooruitkijken – worden op dit moment geen veranderingen verwacht. We hebben gezien dat de prijzen vanaf het jaar 2011 dalen. Sinds medio 2011 zijn de prijzen inmiddels met ongeveer 30% gedaald. Ongeveer een derde van die daling, ongeveer 10%, vond plaats vanaf het begin van dit jaar. Het bedrijf moet ook concurreren met andere bedrijven, die op plekken zitten waar goedkope elektriciteit beschikbaar is. Een groot deel van de productiekosten van het bedrijf wordt bepaald door de elektriciteit, want het bedrijf neemt enorm veel elektriciteit af. Een vergelijkbaar bedrijf bij een hydrocentrale in Noorwegen, een bedrijf in Rusland, waar centrales zijn die met de daar beschikbare fossiele brandstoffen goedkope elektriciteit produceren, en een bedrijf bij een geisercentrale in IJsland hebben een andere kostprijs. Dan kun je dus anders functioneren op de wereldmarkt.

Het bedrijf heeft het op dit moment moeilijk. Het heeft ook heel goede jaren gehad. Er zijn ook al eerder echte problemen geweest. In 1996 is zelfs al een project gestart waarbij is bekeken wat er zou moeten gebeuren als sluiting van het bedrijf aan de orde zou zijn. Het ging toen eigenlijk om dezelfde problemen als nu: lage aluminiumprijzen en hoge energieprijzen. Ook toen kwam het bedrijf daardoor in problemen. Dat gebeurt ook nu. Ik heb al aangegeven dat het bedrijf moet concurreren op de wereldmarkt, met bedrijven uit Noorwegen, IJsland, Rusland en andere landen.

Op de Noordwest-Europese markt heeft het bedrijf ook een zorgelijke concurrentiepositie ten opzichte van Duitsland, omdat de prijzen van elektriciteit in Duitsland op dit moment aanmerkelijk lager zijn dan in Nederland. Dat is niet altijd zo geweest. In de periode tussen 2006 en 2012 zijn de prijsverschillen met Duitsland fors afgenomen. In 2006 lag de kale elektriciteitsprijs per megawattuur in Duitsland € 11 lager. Daarbij ging het om een totaal van ongeveer € 40 à € 50 per megawattuur. Die prijsverschillen zijn vervolgens fors afgenomen. In 2009 was het prijsverschil nog maar € 1 per megawattuur en in 2010 en 2011 waren de prijzen bijna gelijk. Sindsdien is het prijsverschil weer fors opgelopen. Het prijsverschil ligt nu weer op ongeveer € 10 per megawattuur. Dat varieert een beetje van week tot week. Vandaag is het € 9 en vorige week was het € 10. De oorzaak van dit prijsverschil is dat er in Duitsland veel hernieuwbare energie wordt geproduceerd, met wind en met zon. De marginale kosten daarvan zijn ontzettend laag, omdat de investeringskosten weg worden gesubsidieerd. De elektriciteit komt in Duitsland dus tegen marginale kosten beschikbaar. Dan krijg je dus een flink verschil met wat er in Nederland speelt. Ik heb niet het idee dat het huidige prijsverschil van € 9 à € 10 per megawattuur permanent is. De markt rekent voor 2015 op een verschil ten gunste van Duitsland van € 5 per megawattuur en voor 2016 op een verschil van € 3 per megawattuur. Je zou dus kunnen zeggen dat het probleem over een paar jaar kleiner wordt dan nu, maar dat is voor het bedrijf, dat enorm veel elektriciteit afneemt en dat iedere dag met die rekeningen wordt geconfronteerd, op dit moment geen oplossing voor de problemen.

Ik heb de dingen die ik zojuist heb verteld over de prijzen en de oorzaken daarvan laten controleren, want we spreken niet over niets: het gaat om een van de basisindustrieën in Groningen en al met al misschien om 800 arbeidsplaatsen. Ik heb dat extern laten controleren en dat heeft een bevestiging opgeleverd van wat ik nu heb gezegd: grootverbruikers staan er in Nederland slechter voor dan in Duitsland. In Duitsland is er gewoon een lagere prijs. Voor kleinverbruikers is de situatie anders, want in Duitsland gelden voor kleinverbruikers hoge heffingen. Die heffingen zijn nog aanmerkelijk hoger dan in Nederland. Daardoor is het beeld op dat punt echt anders, maar we praten nu over energie-intensieve industrie. Daar is op dit moment een fors probleem als gevolg van het grote prijsverschil tussen Duitsland en Nederland in het nadeel van de Nederlandse grootafnemers van elektriciteit.

Wat kun je doen om dit op te lossen? Een structurele oplossing voor het verschil tussen Duitsland en Nederland is het op elkaar afstemmen van de systemen in Duitsland en Nederland, zodat er vergelijkbare subsidiesystemen zijn en zodat ook de marktprikkels die hernieuwbare elektriciteit stimuleren, in Duitsland en Nederland gelijk zijn. Daar doen wij zeer ons best voor. De twee Duitse Ministeries die hierbij zijn betrokken, Milieu en Economische Zaken, en het Nederlandse Ministerie van Economische Zaken bekijken intensief wat er gedaan kan worden. We hebben daar ook op regeringsniveau contact over. Ik heb daar met beide Duitse collega's over gesproken. Ook bij een top tussen mevrouw Merkel en de heer Rutte, waarbij ook bewindspersonen aanwezig waren, hebben wij hierover gesproken. We zijn dus echt van plan om die markten dichter op elkaar te plakken. Dat zal op lange termijn een oplossing zijn.

De tweede oplossing is dat we in Noordwest-Europa een nieuw systeem gaan invoeren voor de bestaande marktkoppelingen. Dat noemen we een «flow-based marktkoppelingssysteem». Als we dat invoeren, kunnen we de interconnectiecapaciteit tussen de verschillende landen beter gebruiken en zal het verschil tussen Duitsland en Nederland dus minder scherp worden.

Naast het beter gebruiken van de bestaande capaciteit gaan we ook nieuwe capaciteit bouwen. Er komt een compleet nieuwe interconnectieverbinding tussen Duitsland en Nederland, tussen Doetinchem en Wesel. Die zal in 2016 gereed zijn. We gaan ook bekijken hoe we de interconnectiecapaciteit van de verbinding tussen Meeden en Diele kunnen uitbreiden. Er zijn ook nog andere technische mogelijkheden om de bestaande capaciteit beter te gebruiken. Alles wat op dat punt gedaan kan worden om de interconnectie op een zo kort mogelijke termijn te verbeteren, gaan we doen.

Er zijn ook nog andere maatregelen. De Kamer heeft onlangs een wet aangenomen die mij in staat stelt om bedragen die in het verleden door grote afnemers van elektriciteit zijn betaald voor zogenaamde systeemdiensten, terug te laten storten door TenneT. Daar was een rechtszaak over. De vraag was of het ene bedrijf het wel krijgt en het andere bedrijf niet; moet een ander bedrijf daar ook rechtszaken over voeren? Ik heb tegen de Kamer gezegd: laten we dat gewoon voor al die bedrijven gaan doen. Dat is dus zeer voordelig voor de grote afnemers, zeker ook voor Aldel. Daar zijn wij dit jaar intensief mee bezig geweest. Het kabinet heeft hiervoor de steun van de Kamer gekregen en we kunnen dit volgend jaar dus helemaal gaan doorvoeren. Dat is ook voor Aldel zeer nadrukkelijk in beeld.

Het tweede wat wij gaan doen, is het per 1 januari a.s. doorvoeren van de ETS-compensatie. Wij hebben daar een regeling voor gemaakt, die het volgende inhoudt. Als een grootafnemer elektriciteit afneemt, zit daar een bedrag bij dat in rekening wordt gebracht door de elektriciteitsproducent en dat veroorzaakt wordt door het ETS, waarmee de CO2-uitstoot wordt beprijsd. Daar gaan wij die grote bedrijven voor compenseren. Daarvoor hebben wij als overheid op jaarbasis een bedrag van 78 miljoen euro uitgetrokken en we hebben daar een regeling voor opgesteld. Die regeling is voor Aldel van het grootste belang, want het aandeel van Aldel – dus het bedrag dat voor het bedrijf beschikbaar komt – in dat bedrag van 78 miljoen ligt in de orde van grootte van 10%. Het is duidelijk dat deze regeling, die per 1 januari 2014 effect zal hebben voor het bedrijf, echt een belangrijke stap is.

Daarnaast speelt er nog iets. In Duitsland had men een regeling waarmee de grootafnemers van elektriciteit op hun elektriciteitsrekeningen geen bedrag hoefden te betalen voor de transportkosten van de elektriciteit. In Nederland moet dat wel, maar in Duitsland dus niet. Daar wordt de concurrentieverhouding door verstoord. De Duitsers hadden een compensatie- of kortingsregeling van 100%; wij hadden 0%. Ik heb de Kamer al laten weten dat ik van plan ben om naar een 50%-regeling te gaan, want ik dacht dat de Duitse 100%-regeling het niet zou halen bij de toetsing door de Europese Commissie. Inderdaad is inmiddels gebleken dat de Europese Commissie die 100% niet accepteert, maar de Duitsers hebben vervolgens een nieuwe regeling in het leven geroepen waarmee zij 90% geven. Ik vind het niet verantwoord om op dat punt achter te blijven bij Duitsland. Dat betekent dat ik de Kamer ga voorstellen om hiervoor ook een 90%-regeling in het leven te roepen. Duitsland en ook wij zullen met de Europese Commissie te maken krijgen, maar dan hebben we in ieder geval nu een level playing field gerealiseerd en we zien wel hoe dit later landt. Als dit er komt, is ook dit een regeling die voor Aldel van betekenis zal zijn. Het desbetreffende bedrag kan ik nu niet noemen. Het is niet zo groot als het bedrag van de ETS-compensatie, maar het is toch ook een substantieel bedrag.

Deze regeling kan volgens de normale manier pas ingaan op 1 januari 2015. Er moet een wet voor gemaakt worden en het moet via de ACM, de Raad van State, de Tweede Kamer en de Eerste Kamer. De consultatie en alle andere dingen moeten plaatsvinden. Ik denk dat 1 januari 2015 te laat is. Ik ga dus proberen om het wetsvoorstel op zeer korte termijn bij de Kamer te krijgen. Ik heb daarover inmiddels afspraken gemaakt met de ACM, omdat dit heel snel gaat. Ik zal ook afspraken proberen te maken met de Raad van State. Ik zou de Kamer willen vragen om dat wetsvoorstel, wanneer dat bij de Kamer komt, met voorrang te behandelen, omdat ik dan vervolgens kan proberen om dit ook tijdig door de Eerste Kamer te krijgen. Eventueel kan het, als het pas in januari in de Eerste Kamer komt, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2014 effectief worden.

We moeten ons wel realiseren dat, als je iemand een korting geeft, de rekening door een ander wordt betaald. Als wij de grootgebruikers, waaronder Aldel, 90% korting geven op de transportkosten van elektriciteit, moeten anderen dat bedrag dus betalen. Wanneer het voorstel bij de Kamer komt, zal ik de Kamer aangeven wat daar ongeveer de effecten van zijn. Zo gaat het altijd: het voordeel van de een is het nadeel van de ander.

Verder kan op dit punt opgemerkt worden dat voor zowel de Nederlandse energiebelasting als de SDE-plusheffing – we hebben een energiebelasting die op de elektriciteitsprijs betaald moet worden en we hebben een SDE-plusheffing die betaald moet worden – een degressieve tariefstructuur geldt. We hebben er dus al rekening mee gehouden dat wij, om de grote elektriciteitsverbruikers te ontzien, hen een veel lager tarief laten betalen dan de kleine afnemers. Op die manier zijn wij de grote verbruikers al tegemoet gekomen.

Dat zijn de maatregelen waarbij wij als rijksoverheid direct betrokken zijn. Ik denk dat wij alle mogelijkheden die wij zien, benutten. Er zijn echter ook nog andere dingen denkbaar. Eén suggestie is van het bedrijf zelf gekomen: het bedrijf kan een directe lijn aanleggen tussen het bedrijf en elektriciteitsproducenten in Duitsland. Als het bedrijf dat voor elkaar kan krijgen, heeft het gewoon te maken met de Duitse elektriciteitsprijs. Dat wordt op dit moment zeer intensief onderzocht door het bedrijf, dat zich daarbij ook extern laat ondersteunen. Het bedrijf bekijkt dus hoe zo'n directe lijn kan worden aangelegd, hoe die precies moet lopen, hoe het zit met de vergunningen, hoe lang dat gaat duren, wat dit gaat kosten en wat het gaat opleveren. Wij als Ministerie van EZ werken daaraan mee. Wij denken daarin mee, reiken hierover informatie aan en bekijken wat de mogelijke consequenties hiervan zijn voor het bedrijf en eventuele andere, vergelijkbare Nederlandse bedrijven. Die mogelijkheid van een extra directe verbinding tussen Aldel en elektriciteitsbedrijven in Duitsland wordt dus door Aldel zelf onderzocht.

Het is mogelijk en te hopen dat het bedrijf op deze manier – met die kabel en met de andere dingen die ik zojuist heb genoemd – toch weer perspectief heeft voor de toekomst, maar het is denkbaar dat er dan nog iets geregeld zou moeten worden voor een tussenperiode om het bedrijf door een moeilijke periode heen te helpen. Het is belangrijk om daarbij steeds in de gaten te houden dat dit een bedrijf is. Dat betekent dat wij als overheid het niet kunnen overnemen. Wij kunnen dat bedrijf niet gaan runnen en wij kunnen ook niet de bedrijfsrisico's dragen. Dat moet het bedrijf zelf doen, maar wij kunnen wel bekijken waarbij wij als overheid behulpzaam kunnen zijn. Dat doen wij dus ook, met alle mogelijkheden die wij op dit moment zien. Als het bedrijf aannemelijk kan maken dat er op grond van alle dingen die ik zojuist heb genoemd, weer toekomstperspectief is op grond waarvan het verantwoord is om te spreken over een overbruggingsregeling, kan ik melden dat wij daar intensief over spreken met de provincie Groningen, die ook intensief is betrokken bij alle andere activiteiten. Dan bekijken we dus samen met de provincie Groningen wat er gedaan kan worden om een regeling te treffen voor die overbrugging.

Dat is de stand van zaken die ik aanvullend op mijn brief aan de Kamer heb willen doorgeven. Ik heb de grote lijnen daarvan vastgelegd in een paar sheets die aan de Kamerleden zijn overhandigd.

De voorzitter: Ik dank de Minister namens de woordvoerders voor de uitgebreide toelichting. We gaan nu beginnen met het formele gedeelte van het algemeen. We spreken een maximale spreektijd af van drie minuten.

De heer Ulenbelt (SP): Voorzitter. Ik dank de Minister voor zijn verhaal, maar de vraag die beantwoord moet worden, is natuurlijk wat dit betekent voor Aldel. De mensen daar leven al geruime tijd in grote onzekerheid. Twee weken geleden leek het erop dat er een overbrugging zou komen in afwachting van structurele oplossingen. Ik ben benieuwd of de Minister ons nu kan vertellen waarom hij de toezegging van toen heeft ingetrokken. En kunnen wij het verhaal dat de Minister nu heeft verteld, opnieuw zien als een toezegging aan de werknemers en de directie van Aldel en aan de bevolking in Groningen dat de Minister het maximale zal doen om de werkgelegenheid bij dit bedrijf te redden? Niet alleen ik, maar vooral de mensen in Groningen zijn namelijk in verwarring: wat wil de Minister nu eigenlijk? De tekens stonden op groen. Toen kwam het sein op rood te staan. De Minister heeft er nu een soort persconferentieachtige setting van gemaakt. Ik had verwacht dat de strekking zou zijn dat het probleem is opgelost of dat de Minister minstens zou vertellen wanneer hij zekerheid kan bieden. Wanneer komt er zekerheid voor het personeel van Aldel en voor de mensen in Groningen? Ik waardeer de inspanningen van de Minister op internationaal gebied met netconnectoren en in de heel ingewikkelde wereld van Europa en energie, maar volgens mij zijn de mensen hierheen gekomen voor het antwoord op de vraag wat dit betekent voor de werkgelegenheid in Groningen. Ik hoop dat de Minister het antwoord op die vraag kan en zal geven.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA): Voorzitter. Ik dank de Minister voor deze presentatie, die ik zie als een stap in de goede richting. Bij ons leven echter nog enkele vragen. Vorige week heb ik al gevraagd hoeveel bedrijven in Nederland onder druk staan vanwege het ontbreken van een level playing field. De Minister heeft daar zojuist wel iets over gezegd, maar over hoeveel banen gaat het?

Over de korting op de nettarieven zei de Minister dat het bedrag niet zo groot is, maar wel substantieel is. Kan de Minister de orde van grootte van dat bedrag aangeven?

De belangrijkste vraag is wat er nodig is om de Minister ervan te overtuigen dat er toekomstperspectief is voor Aldel, zodat hij akkoord kan gaan met een regeling waarmee Aldel echt verder kan in de richting van de toekomst. Dat zou ik heel graag van de Minister horen, want net als de woordvoerders van de andere hier vertegenwoordigde partijen had ik de afgelopen weken echt een knoop in mijn maag toen bekend werd dat de Minister had aangegeven dat hij geen toekomstmogelijkheden zag. Gelukkig is de Minister van gedachten veranderd, heeft hij de handschoen opgepakt en is hij daadwerkelijk met de mensen van Aldel en de mensen uit Groningen in gesprek gegaan. Ik heb het idee dat er nu een oplossingsrichting ligt, maar ik wil ook graag weten wanneer dit allemaal echt gaat gebeuren. Ook de mensen op de tribune en de mensen thuis willen graag weten of er een toekomst is, ook voor de kinderen in de regio van Delfzijl, zoals mevrouw Kris Wijkstra heeft aangegeven. Wij horen graag hoe dit zit.

De heer Leegte (VVD): Voorzitter. Aldel is een belangrijk bedrijf in Groningen, niet alleen vanwege de werkgelegenheid maar ook omdat het een innovatief bedrijf is. Als ingenieur houd ik van maakindustrie, omdat die uiteindelijk goed is voor de Nederlandse economie. Aldel is 10% energie-efficiënter dan concurrenten in de rest van de wereld. Het is extra zuur dat zo'n efficiënt bedrijf niet op kan tegen de energiekosten in andere landen omdat het prijsverschil te groot is. Dat is vooral zuur omdat de reden daarvan niet ligt in slecht ondernemerschap. Integendeel: beleidsvoornemens en politieke standpunten leiden ertoe dat een bedrijf als Aldel het moeilijk heeft. De VVD heeft vaak gezegd dat we moeten kijken naar die prijsverschillen. Het is zuur dat Aldel de reden daarvan is, maar het is goed dat wij ons allemaal realiseren wat wij in de Kamer doen door het verhogen van de energieprijs. Morgen gaan we het hebben over het Better Coal Initiative en dan zijn er vast voorstellen die ertoe leiden dat we de kolenprijs weer gaan verhogen. Uiteindelijk maakt dat de concurrentiepositie van Aldel weer moeilijker. We moeten ons goed realiseren dat datgene wat wij hier met goede bedoelingen doen, consequenties heeft voor bedrijven in Nederland.

Aldel is een urgente aanleiding, maar ook de papierindustrie, de staalindustrie en de hele andere energie-intensieve industrie hebben last van het concurrentienadeel, want de kosten van de transitie naar hernieuwbare energie zijn enorm hoog, waardoor de energieprijs zelf laag is. Doordat alle landen in Europa een ander beleid hebben op het punt van de compensatie, ontstaan verschillen en lopen de prijsverschillen op. Vandaar dat het zo goed is dat de Minister de regeling gaat aanpassen. Een regeling met 90% compensatie naar Duits model is uitstekend. Wat mijzelf betreft, zeg ik toe dat ik er alles aan zal doen om ervoor te zorgen dat wij dit snel kunnen behandelen, want het is verstandig om op dat niveau de boel gelijk te trekken. Die oplossing kost natuurlijk geld, maar volgens mij is zij altijd beter dan de werkloosheidsuitkeringen die het alternatief zijn als wij dit soort dingen niet doen.

Een directe lijn is natuurlijk prachtig. Dat vind ik een kleine persoonlijke winst, maar dat is natuurlijk het noodzakelijke langetermijnperspectief. Het dilemma is volgens mij dat we beleidsvoornemens kunnen maken en ervoor kunnen zorgen dat we op dat niveau de boel gelijk trekken, maar dat er geen langetermijnperspectief is als het structurele verschil dat het gevolg is van beperkte capaciteit, uiteindelijk niet wordt opgelost. Althans, dat heb ik de Minister horen zeggen. Ik hoor graag van hem of dat klopt. Zonder structurele oplossing is het natuurlijk zuur dat datgene wat wij met z'n allen doen, niet leidt tot het in stand kunnen houden van dergelijke bedrijven.

Uiteindelijk gaat het ook om de capaciteit tussen Duitsland en Nederland. In het huidige systeem is de prijs van de interconnector, zoals dat zo mooi heet, zo hoog dat netten Nederland uitgaan, maar dat Aldel nog net een hoge prijs betaalt. Dat is uiteindelijk het structurele, fundamentele onderliggende probleem. Mijn vraag is dan ook hoe wij ervoor kunnen zorgen dat zo'n directe lijn snel tot stand kan komen om ook de fysieke balans met Duitsland gelijk te maken, want de energie van die Duitse windmolens gaat via Nederland en België naar Zuid-Duitsland, omdat de connectie met ons beter is dan binnen Duitsland zelf.

De heer Verhoeven (D66): Voorzitter. Ik dank de Minister voor de toelichting op de activiteiten die hij onderneemt. De situatie is natuurlijk zorgelijk. We hebben in het verleden ook bij andere bedrijven, zoals Thermphos, Organon en NedCar, gezien dat het met name lokaal en regionaal heel hard erin kan hakken als zo'n bedrijf in problemen komt. Ik ben blij dat de Kamer in dat soort debatten vaak een soortgelijke houding aanneemt in de zin van: laten we de Minister de ruimte geven om te doen wat hij doet en laten we nog wat vragen stellen. Volgens mij zitten wij daar ook nu hier voor.

De analyse van het probleem is glashelder. Het ligt inderdaad aan de concurrentie met Duitsland op het punt van de elektriciteitsprijzen en de aluminiumprijzen. Je kunt inderdaad een aantal dingen doen qua overbrugging en compensatie, maar uiteindelijk is het natuurlijk een structureel probleem. Ik denk dat het debat over de structurele problemen op andere momenten gevoerd moet worden. Daarom beperk ik mij tot een paar vragen over aanvullende mogelijkheden die er misschien nog zijn naast datgene wat de Minister nu al doet. Het punt van de interconnectoren en de gevolgen daarvan, die uiteindelijk leiden tot een prijsverschil van € 10 per megawattuur en daardoor tot problemen voor het bedrijf, dat het verder hartstikke goed doet, zijn voor iedereen duidelijk. De Minister heeft er al iets over gezegd, maar kan hij zijn gezag aanwenden om TenneT ertoe aan te sporen om de grenscapaciteit tussen Nederland en Duitsland te verhogen via «flow-based market»-koppeling, waardoor een hogere capaciteit inzetbaar wordt, of via verhoging van de interconnectorcapaciteit, die bijvoorbeeld bij Doetichem-Wesel al plaatsvindt? Wat ons betreft, is dat iets wat je kunt doen om een deel van de door de Minister genoemde of in de stukken vermelde 78 miljoen voor de compensatie goed in te zetten.

Verder sluit ik mij aan bij een aantal andere vragen, met name bij de vragen van de SP – vanuit de «tijdelijke benadering» – over de overbrugging. Ik ben benieuwd naar de antwoorden en wens de Minister veel succes bij alles wat hij kan doen. De discussie over de Europese energiemarkt op de lange termijn moeten we inderdaad een andere keer voeren.

De heer Van Dekken (PvdA): Voorzitter. Ik dank de Minister voor de inzet tot nu toe. Dat neemt niet weg dat de PvdA enorm bezorgd is over de problemen van Aldel, maar nog veel meer over de 800 banen die nu op de tocht staan in een toch al behoorlijk kwetsbare regio. Wij zijn natuurlijk ontzettend voor oplossingen op de langere termijn, maar het gaat nu ook heel nadrukkelijk om een oplossing op een zeer – ik zeg niet voor niets: zeer – korte termijn, want het bedrijf zou ongeveer op springen staan. Kortom: ik vraag de Minister wanneer er meer duidelijkheid zal zijn over de kortetermijnproblematiek van Aldel. Dan heb ik het over de overbruggingscapaciteit, maar ook over het antwoord dat wij eigenlijk op maandag hadden verwacht en dat niet is gekomen. Ik heb begrepen dat er in het weekend heel veel is besproken en onderhandeld, maar niet over datgene waar iedereen over sprak, namelijk die overbruggingsregeling. Alles en iedereen, ook de mensen in deze zaal en tot aan het college van B en W, zaten en zitten op die regeling te wachten.

In het verlengde van mijn eerdere vraag ben ik benieuwd hoe het zit met de ketenreactie binnen de chemie-industrie in Delfzijl. Daar werd wel iets over gezegd, maar staat ook die industrie nu ter discussie? Ontstaan daar nog andere problemen? Kunnen we nog meer eventuele dreigingen van werkloosheid verwachten? We willen dat natuurlijk niet.

De PvdA is vanzelfsprekend bereid om het wetsvoorstel over netwerktarieven zo snel mogelijk te behandelen. Wij willen dat de Minister in overleg gaat met de Duitsers om eindelijk een eind te maken aan die race to the bottom, want dat is het zo langzamerhand wel.

We hebben van de Minister begrepen – maar we hadden ook andere bronnen – dat de aandeelhouder van Aldel bereid is om serieus na te denken over een eigen kabel van de Eemshaven naar Duitsland. Dat duurt twee jaar en dat zou ook door de Dollard heen moeten, maar je zou dit zo kunnen interpreteren dat dit betekent dat de aandeelhouders toekomst in het bedrijf zien. Ziet de Minister de toekomst op dezelfde manier tegemoet? In hoeverre heeft hij vertrouwen in de ontwikkeling van het bedrijf Aldel? Dat vind ik belangrijk om te weten.

Tot slot: de PvdA ziet heel graag een oplossing op korte termijn. Dat zeg ik niet voor niets twee of drie keer achter elkaar. De PvdA steunt de Minister natuurlijk op het punt van de lange termijn, maar daar hebben de werknemers op dit moment niet zo gek veel aan. Morgenochtend is er een gesprek met de vertegenwoordiger van Gedeputeerde Staten. Er ligt een voorstel klaar. De PvdA rekent in die zin wel degelijk op de Minister.

De heer Leegte (VVD): Ik ben het natuurlijk helemaal met de PvdA eens dat wij op zeer korte termijn een oplossing moeten vinden, maar het door de Minister voorgelegde dilemma is dat dit alleen kan als er voor de lange termijn een structurele oplossing is. Hoe ziet de PvdA de verhouding tussen die twee dingen? Als er geen structurele oplossing voor de lange termijn is, wat is dan de houding van de PvdA?

De heer Van Dekken (PvdA): Het gaat erom dat we en-en-en proberen te doen, op de kortst mogelijke termijn, maar de inzet was in eerste instantie echt gericht op het oplossen van het acute probleem van Aldel. Tegelijkertijd is er natuurlijk gesproken over de bredere variant, de verduurzaming, de toekomst enzovoorts, maar het gaat wat ons betreft echt om en-en-en. Ik zit hier echter wel om duidelijk te maken dat de PvdA echt wil dat Aldel op de korte termijn overeind blijft. Anders zitten er straks 800 werknemers in de WW. Wat kost dat de maatschappij en de regio Delfzijl? Dat liegt er niet om, ook gecombineerd met heel andere problematieken die daar spelen, namelijk de sociaaleconomische situatie en de bevingenproblematiek. Het moet wel ergens stoppen. De inwoners en zeker de werknemers hebben die duidelijkheid gewoon nodig. Daar zit ik hier voor.

De heer Leegte (VVD): Betekent dit dat de PvdA toezegt om de wetgeving zo snel mogelijk door de Tweede Kamer te loodsen, om mee te helpen om de kosten van energie niet onnodig te laten stijgen en om rekening te houden met het dilemma waarvoor de Minister zich gesteld ziet? Natuurlijk is het vriendelijk om nu hier, met iedereen op de tribune, te zeggen dat u morgen een oplossing wilt. Dat wil ik ook. Ik kom uit Groningen en ken het gebied goed, maar uiteindelijk hebben wij ook een verantwoordelijkheid die soms spannend kan zijn. Dan is het te gemakkelijk om nu te zeggen: ik ben voor de korte termijn. Uiteindelijk heeft iedereen er baat bij als we die twee dilemma's met elkaar afwegen en als wij dus allemaal onze schouders hieronder zetten.

De heer Van Dekken (PvdA): Ik ben ook een Groninger. We zouden dit debat wat mij betreft desnoods in het Gronings kunnen voeren; dan zou het nog veel helderder worden. Ik zei net dat wij en-en-en willen. Ik heb het niet over de oplossing op korte termijn omdat ik dat makkelijk scoren vind en omdat er toevallig wat werknemers van Aldel en mensen van de FNV op de tribune zitten. Integendeel, de problematiek speelt al 25 jaar. De afgelopen twee jaar heeft de PvdA-fractie zich hier ontzettend druk om gemaakt. Ik kan mij nog herinneren dat de voorganger van de heer Kamp naar Delfzijl kwam en in de campagne riep: we gaan het nu echt en definitief regelen. Dat is nooit gebeurd en we staan hier nu echt voor. Ik heb het gevoel ... Nee, ik weet zeker dat de termijn deze week echt afloopt. Als we geen oplossing vinden, gecombineerd met de structurele oplossingen waarvoor ik de Minister zeer prijs, hebben we echt een enorm groot probleem.

Mevrouw Klever (PVV): Voorzitter. Ik dank de Minister voor de toelichting. In de richting van alle mensen die dit debat volgen, stel ik voorop dat de PVV vindt dat Aldel koste wat kost behouden moet worden. Wij steunen dan ook alle mogelijke maatregelen daartoe. Wij zien de toekomst echter somber in, niet alleen voor Aldel maar voor alle energie-intensieve bedrijven in Nederland. Al in mijn eerste debat in deze commissie, over de Wet opslag duurzame energie, heb ik deze Minister gewaarschuwd voor het wegtrekken van de energie-intensieve industrie uit Nederland als gevolg van de hoge energieprijzen. Deze Minister doet echter niets om de energieprijzen te verlagen. Integendeel, dankzij het energieakkoord en het sluiten van de kolencentrales zal de energieprijs in Nederland de komende jaren alleen maar verder stijgen. Energie-intensieve bedrijven als Aldel en eerder al Dow Chemical, Kemira, Thermphos en Zalco zijn hier de eerste slachtoffers van. Er zullen er dankzij dit kabinet meer volgen. Zeker vier tot vijf andere bedrijven komen in problemen als er niets verandert. Dat heeft de voorzitter van VENW vandaag laten weten.

Het gaat niet alleen om de hoge energieprijs. Ook voor andere kostenposten voor bedrijven zoals Aldel voert dit kabinet een prijsopdrijvend beleid dat voortkomt uit klimaathysterie. Daarmee doel ik op de netwerkkosten en de ETS-compensatie. De netwerkkosten zullen de komende jaren alleen maar stijgen, voornamelijk om windmolens op land maar vooral op zee aan te kunnen sluiten. Dit gaat naar schatting tussen de 20 miljard en 71 miljard kosten. Een soortgelijk verhaal gaat op voor de ETS-compensatie. Enerzijds gaat de Minister nu in navolging van Duitsland ook Aldel een ETS-compensatie bieden – dat juichen wij toe – maar anderzijds heeft hij middels het energieakkoord afgesproken om zich er in Europa voor in te zetten om het ETS te versterken. De prijzen zouden een factor 10 te laag zijn. Dat betekent dat we ook de ETS-compensatie met een factor 10 moeten verhogen. De Minister is in Europa dus aan het lobbyen voor een lastenverzwaring voor onze bedrijven, die we vervolgens met meer en meer belastinggeld overeind moeten proberen te houden middels compensatie- of subsidieregelingen. Dat is een krankzinnig beleid.

Om energie-intensieve bedrijven als Aldel voor Nederland te behouden, moet de Minister zorgen voor een gelijk speelveld. Dat betekent dat hij een energiebeleid moet maken waarin de betaalbaarheid en de betrouwbaarheid voorop staan in plaats van dat het misbruikt wordt voor klimaatbeleid. Dat betekent kort gezegd: stoppen met duurzaamheidssubsidies en gewoon profiteren van de goedkope kolenprijzen en op winderige dagen van gratis stroom uit Duitsland. Stoppen met subsidies betekent ook een einde aan wind op zee en op land, waardoor de netwerkkosten niet omhoog gaan. Als we tot slot ook stoppen met het middels het ETS betalen voor gebakken lucht, hoeven we ook geen ETS-compensatie te betalen. Bovendien houd je dan geld over waarmee je energie-intensieve bedrijven zoals Aldel door de crisis heen kunt helpen.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie): Voorzitter. We kunnen hier allerlei fundamentele discussies over ons energiebeleid gaan voeren, maar volgens mij is het belangrijk om nu duidelijkheid te krijgen over de toekomst van Aldel en van de werknemers van Aldel. Ik dank de Minister in eerste instantie hartelijk voor zijn toelichting. Er wordt nu echt met alle partijen – dus door de provincie, het Ministerie, het bedrijf en de aandeelhouder – bekeken welke oplossingen mogelijk zijn. Ik snap dat je niet alles wat daar precies gebeurt, in de openbaarheid kunt brengen, maar enkele voorgaande woordvoerders hebben al een paar vragen gesteld en ook ik heb toch behoefte aan iets meer duidelijkheid over het proces.

Vorige week was er al de vraag wanneer de stand van zaken bij Aldel echt duidelijk zou zijn. Er was enige vrees dat het doek al dit weekend zou vallen. Nu wordt er gekeken naar een soort overbrugging of tussenoplossing. Wanneer kan de Minister daar meer duidelijkheid over geven? Ik snap dat dat niet op één dag kan aankomen, maar ik wil dit wel ongeveer weten, zodat wij als Kamer weten waar we aan toe zijn en misschien ook nog betrokken kunnen worden bij het meedenken over oplossingsrichtingen.

De Minister zei dat een overbruggingsregeling mogelijk is als er voldoende langetermijnperspectief is. Wat zijn precies de criteria voor «voldoende langetermijnperspectief» en wie gaat dat uiteindelijk beslissen? De provincie zit daar immers ook bij. Is dit iets wat uiteindelijk door de Minister wordt besloten of heeft de provincie daar ook nog inspraak over? Geef ons dus wat meer handvatten: wat zijn de criteria daarvoor? Hangt het bijvoorbeeld af van de vraag of de Minister bij de Europese Commissie nog voet aan de grond krijgt of van de vraag of de door hem voorgestelde regelingen allemaal doorgang vinden? Kortom: geef ons wat meer een kader van wat er mogelijk is!

Tot slot vraag ik de Minister of wij in een later stadium een structureler debat kunnen voeren over de toekomst van dit soort bedrijven, want ik denk dat we voor de langere termijn inderdaad naar een structurelere oplossing moeten. Van Aldel was ook al langer bekend dat er problemen waren. Nu is de druk enorm hoog om tot een regeling te komen. Het is goed dat daarnaar wordt gekeken, maar misschien kunnen we hier in de toekomst toch wat meer tijd voor nemen en naar een structurelere oplossing werken.

De voorzitter: We zijn gekomen aan het eind van de eerste termijn van de Kamer. De Minister is in staat om direct te antwoorden. Dat is fijn.

Minister Kamp: Voorzitter. We hebben al eerder met elkaar onder ogen gezien dat er een dubbel probleem is: de concurrentiepositie van het bedrijf op de wereldmarkt en de concurrentiepositie van het bedrijf in relatie tot Duitsland. Laten we ons vandaag maar even concentreren op Duitsland, want we kunnen wel over de geisers in IJsland en de hydro-installaties in Noorwegen praten, maar dat is wat te ver weg. De vergelijking met Duitsland is nu acuut. Dat is geen stabiele situatie. Ik heb aangegeven dat het verschil een aantal jaren geleden ook ongeveer € 10 of € 11 per megawattuur was. Dat verschil nam af en was twee of drie jaar geleden nog maar € 1 per megawattuur, maar nu is het weer opgelopen naar € 9 à € 10. We voorzien dat het verschil de komende jaren weer zal afzakken naar € 5 à € 3 per megawattuur. Het is dus een fluctuerende situatie. Op dit moment is de situatie weer erg moeilijk voor het bedrijf.

De prijs waarmee het bedrijf te maken heeft, bestaat uit de kale elektriciteitsprijs. Daar komt een bedrag voor ETS-kosten bij en er komt een bedrag bij voor de transportkosten van de elektriciteit. Daarnaast is nog sprake van een bedrag voor de energiebelasting en een bedrag voor de SDE-plusheffing. Over die laatste twee heb ik gesproken. Bij die twee heffingen worden de grootverbruikers al bevoordeeld. Zij hebben op dat punt veel lagere tarieven dan andere verbruikers. Over de ETS-compensatie en de netwerktarieven ofwel de transportkosten van de elektriciteit heb ik aangegeven dat wij voor beide punten een oplossing zien per 1 januari 2014. Dan zijn wij dus in staat om de verschillen met Duitsland weg te werken. Het kabinet heeft daarvoor het bedrag vrijgemaakt dat op dit moment noodzakelijk is voor de ETS-compensatie. Ik heb aangegeven in welke orde van grootte hierdoor een bedrag voor Aldel beschikbaar komt als verbetering per 1 januari 2014. Met betrekking tot de transportkosten kan ik het precieze bedrag nu niet noemen, omdat dat bedrag niet in alle details openbaar hoeft te worden, maar ik kan zeggen dat dit in de orde van grootte van enkele miljoenen ligt. Bovendien moeten we ons daarbij realiseren dat hierbij wordt uitgegaan van een door mij gemaakte regeling waarmee Aldel 90% korting krijgt. Ik weet niet of die regeling overeind blijft. Ik weet wel dat Duitsland hetzelfde doet. Als het bij ons niet overeind blijft, blijft het ook in Duitsland niet overeind. Dan hebben we vanaf het moment dat wij hiertoe besluiten, op dit punt in ieder geval een level playing field met Duitsland gecreëerd. Onze mogelijkheden met betrekking tot opslagen worden dus allemaal optimaal benut.

Dan blijft de kale elektriciteitsprijs over. Daar zit op dit moment het grootste probleem, want dat verschil is € 9 en was vorige week nog € 10 per megawattuur. Daar zit op dit moment het grote, bepalende verschil. Dat kan ik niet beïnvloeden. Mevrouw Klever gaf, zoals gebruikelijk, in haar betoog de schuld aan de duurzame energie. Ik weet niet of zij door heeft dat in Duitsland heel veel duurzame energie wordt geproduceerd. Mevrouw Klever, dat veroorzaakt nu net het probleem voor Aldel. Het is dus niet zo dat we met datgene waar wij nu mee bezig zijn met duurzame energie, precies het verkeerde doen. Nee, in Duitsland heeft men dit al gedaan. Als gevolg van het feit dat men dit daar al heeft gedaan, is daar goedkope stroom beschikbaar en wordt Aldel dus beconcurreerd. Ik geef hiermee aan dat het altijd verstandig is om, ook als er emoties spelen bij de mensen die daar werken en bij iedereen die zich hierbij betrokken voelt, de feiten wel onder ogen te blijven zien.

Mevrouw Klever (PVV): Het is ook verstandig als de Minister het hele verhaal vertelt en niet het halve verhaal. Duurzame energie is in Duitsland inderdaad goedkoop, omdat de overheid die energie subsidieert. Dat moet ergens anders weer teruggehaald worden, bij bedrijven en bij burgers die dat bijna niet meer kunnen betalen. De andere helft van het verhaal is echter dat Duitsland, omdat het zijn kerncentrales heeft gesloten, ineens weer heel veel stroom van kolen heeft. Laten kolen nou juist ontzettend goedkoop zijn, waardoor de stroomprijs in Duitsland laag is. En in Nederland sluiten wij juist die kolencentrales, de goedkoopste vorm van stroom.

Minister Kamp: De lage prijzen in Duitsland worden vooral veroorzaakt door het grote aanbod van duurzaam geproduceerde elektriciteit. Op dagen waarop het waait en de zon schijnt, heeft men meer productie van alleen duurzame elektriciteit dan het hele land, met alle industrie, alle bedrijven en alle woningen, kan afnemen. Daardoor is de prijs van elektriciteit in dat land laag en brengt men zelfs elektriciteit over de grens, naar Polen, Italië en ook Nederland. Men legt daar zelfs geld bij. Vanwege die enorme productie van duurzame elektriciteit in Duitsland, waarvan de kosten niet bij de bedrijven maar voor het grootste deel bij de burgers in rekening worden gebracht via een opslag op de elektriciteitsrekening, is er nu concurrentie voor Aldel. Dat is het probleem dat wij moeten oplossen.

De heer Ulenbelt en eigenlijk ook alle andere sprekers vroegen op welke termijn en hoe je nu zekerheid kunt bieden. Ik kan geen zekerheid bieden. Het is een bedrijf dat op een markt functioneert. De eigenaar van dat bedrijf moet de ondernemingsbeslissingen nemen, moet perspectief voor het bedrijf zien en moet de maatregelen nemen die nodig zijn om het perspectief te verbeteren. Ik kan echter wel zien waar de overheid dit kan beïnvloeden. Alle maatregelen die ik kan nemen met regelingen en tegemoetkomingen, wil ik nemen. Dat heb ik aangegeven. Ik heb in mijn inleiding nog een andere maatregel genoemd, met betrekking tot de systeemdiensten. Ook op dat punt was nog iets mogelijk en ook die mogelijkheid heb ik benut. Daaraan heeft de Kamer meegewerkt door daarvoor een wetswijziging vast te stellen. Op het punt van regelingen doen wij dus echt alles wat mogelijk is.

Het bedrijf moet bekijken wat de mogelijkheden zijn op het punt van fysieke oplossingen via een eventuele kabelverbinding tussen het Nederlandse bedrijf en een Duitse leverancier. Daarover willen we heel graag meedenken: hoe zit dat technisch, qua vergunningen en in de tijd en wat moet er in de tussentijd gebeuren? Daar zijn wij met het bedrijf over in gesprek, maar uiteindelijk moet het bedrijf daar een beslissing over nemen. Op die basis kan dan perspectief ontstaan. Als er naar de opvatting van de ondernemer en aandeelhouder voor de toekomst perspectief is voor het bedrijf, kunnen wij bekijken of er een kortetermijnproblematiek is die dit in de weg kan staan en die opgelost moet worden en of de overheid daarbij kan helpen. Daartoe is de provincie Groningen al bereid gebleken en ook ik ben daar in principe toe bereid. Voor mij en volgens mij ook voor de provincie Groningen geldt echter: als je een overbruggingsregeling treft, moet er aan de andere kant van de brug wel iets zijn. Er wordt op dit moment onderzocht of dat perspectief er is.

De heer Ulenbelt (SP): Het probleem is duidelijk, namelijk het verschil met de energieprijs in Duitsland. Voor een liberaal zoals de Minister, maar ook voor een socialist en volgens mij ook voor anderen is het een gruwel als een bedrijf faillissement zou moeten aanvragen door dat verschil. Ik heb een heel concrete vraag aan de Minister. In Groningen en inmiddels ook hier in de Randstad gonst het bericht dat het faillissement aanstaande is. Kan de Minister nu zeggen dat hij een aanstaand faillissement zal voorkomen en dat Aldel niet failliet zal gaan zolang er een verschil is met de Duitse energieprijs? En is de Minister bereid om dat prijsverschil en het nadeel dat Aldel daardoor heeft, samen met Groningen te verhelpen met een overbrugging? Dan biedt de Minister zekerheid. Hij zegt nu eigenlijk niet veel.

Minister Kamp: Het antwoord op de vraag van de heer Ulenbelt moet inhouden dat het perspectief voor het bedrijf niet door de overheid gecreëerd kan worden. De ondernemer moet perspectief voor het bedrijf zien en moet de maatregelen nemen die nodig zijn om dat perspectief te verwezenlijken. Het is wel zo dat de overheid daar op allerlei manieren bij betrokken kan zijn: via regelingen die ik zojuist heb genoemd en via het uitwerken van een technische oplossing. Ik heb ook aangegeven wat wij allemaal doen op het punt van de interconnectie, waarop ik straks nader zal ingaan. Ik zie dus een heleboel mogelijkheden voor ons als overheid om dit positief te beïnvloeden, maar uiteindelijk zal de ondernemer een plan moeten hebben om zelf perspectief voor het bedrijf te zien. Hij zal dat ook aan ons, aan de overheid, duidelijk moeten maken. Als dat perspectief er is, kunnen we bekijken of er een overbruggingsprobleem is en of wij ook op dat punt kunnen helpen. We kunnen de verantwoordelijkheid van het bedrijf echter niet overnemen.

De heer Ulenbelt (SP): Ik vraag de Minister helemaal niet of hij die verantwoordelijkheid wil overnemen. De Minister zegt zelf dat Aldel zelf de mogelijkheid van een directe lijn naar Duitsland uitwerkt. De leiding van het bedrijf is er dus kennelijk van overtuigd dat er een toekomst is, want anders doet zij dat niet. Nu gonst dat bericht over een aanstaand faillissement. Kan de Minister hier nu klip-en-klaar zeggen of dat aanstaande faillissement aan de orde is? En als dat faillissement het gevolg zou zijn van een verschil in de elektriciteitsprijzen, zal de Minister dan iets doen om die periode te overbruggen, zodat dat niet de oorzaak zal zijn van een faillissement?

Minister Kamp: Die vraag heb ik al beantwoord. Het antwoord op de vraag of er een bedreiging is voor de continuïteit van het bedrijf, is duidelijk: die bedreiging is er. Dat is ook gecommuniceerd door de leiding van het bedrijf. De mensen van het bedrijf zijn vorige week en ook nu niet voor niets naar Den Haag gekomen. Er is dus ongerustheid over de continuïteit van het bedrijf en die ongerustheid is reëel. De betrokkenen – in de eerste plaats de leiding en de aandeelhouder van het bedrijf en de overheden – bekijken wat ieders bijdrage kan zijn om de continuïteit van het bedrijf toch te kunnen garanderen. Iedereen doet daar zijn best voor, maar dat perspectief zal uiteindelijk door het bedrijf zelf, door de leiding van het bedrijf en door de aandeelhouder van het bedrijf moeten worden gecreëerd. Op grond van het voorwerk dat je allemaal samen kunt doen, zullen zij die conclusie moeten trekken. Dat kan ik niet van het bedrijf overnemen, maar ik ben wel bereid om mijn best te doen om het bedrijf in staat te stellen om tot een positieve conclusie te komen. Ik ben ook bereid om te bekijken hoe wij, als die positieve conclusie getrokken kan worden, overbruggingsproblemen samen met de provincie Groningen kunnen helpen oplossen.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA): Op mijn vraag wat er nodig is om de Minister te overtuigen van het toekomstperspectief voor Aldel, zegt de Minister eigenlijk dat de aandeelhouder en het bedrijf nu aan zet zijn om te bekijken of die lijn naar Duitsland werkt. Als dat zo is – het ligt in de lijn der verwachtingen dat dit wordt opgelost – ziet de Minister dan toekomstperspectief? Dan moeten we nu dus afwachten of het zover komt en dan is de vraag of het bedrijf en de regio voldoende ruimte en tijd hebben om dit fatsoenlijk te onderzoeken. Is daar nog een overbrugging voor nodig? Zo ja, is de Minister dan samen met de regio bereid om te bekijken hoe dit eventueel tijdelijk opgevangen kan worden? Misschien is het mogelijk om de ETS-compensatie naar voren te halen. Dat zijn allerlei gedachtegangen die ik daarbij heb, zodat dit goed en fatsoenlijk kan worden onderzocht.

De voorzitter: De interrupties moeten echt iets korter.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA): Het moet niet zo zijn dat wij er deze week bij staan en ernaar kijken en dat dan een faillissement wordt uitgesproken zonder dat dit op een goede manier onderzocht is. Daarover hoor ik graag meer van de Minister.

Minister Kamp: Mevrouw Mulder hoeft niet bang te zijn dat wij «erbij stonden en ernaar keken». Wij zijn permanent bezig om alle mogelijkheden die geopperd worden, samen met het bedrijf en samen met de provincie Groningen te bezien en om zelf mogelijkheden te bedenken en combinaties te maken. Er is dus zeker geen sprake van «erbij staan en ernaar kijken».

Mevrouw Mulder vroeg ook wanneer het toekomstperspectief er is: wat moet er gedaan worden om die conclusie te kunnen trekken? Ik was nog niet toegekomen aan de beantwoording van de vragen van de diverse woordvoerders. Ik zal de vragen straks allemaal netjes langslopen, maar nu mevrouw Mulder bij interruptie deze vraag heeft gesteld, kan ik zeggen dat wij samen met het bedrijf bekijken wat er naast alle door mij genoemde regelingen – technische regelingen met betrekking tot de interconnectie en regelingen met betrekking tot tegemoetkomingen – ook nog mogelijk is met betrekking tot een eventuele verbinding via een directe lijn met Duitsland. Dat zijn we allemaal met het bedrijf aan het bekijken. Vervolgens komt het bedrijf tot een conclusie met betrekking tot het perspectief. Wij zullen er ook voor zorgen dat wij daarover geadviseerd worden door degenen die dat kunnen doen, namelijk degenen die inzicht hebben in de boeken, allang met het bedrijf bezig zijn en zicht hebben op het functioneren van het bedrijf en op de problemen van het bedrijf. Wij zullen ons dus laten adviseren over dat toekomstperspectief. Op grond daarvan zullen wij een besluit nemen.

De voorzitter: De klok tikt door en de Minister was nog middenin de beantwoording. Zullen we de Minister nu eerst laten antwoorden, waarna we weer even bekijken welke opmerkingen en vragen er dan nog liggen? Ik ben bang dat we anders niet aan een tweede termijn toekomen. Een tweede termijn lijkt mij voor dit overleg eerlijk gezegd essentieel. Ik constateer dat de commissie ermee instemt om het zo te doen.

Minister Kamp: Mevrouw Mulder gaf aan dat niet alleen dit bedrijf onder druk staat, maar dat meer bedrijven onder druk staan. Zij vroeg om welke bedrijven dat gaat. Mevrouw Mulder weet dat al twee grote afnemers van energie in Zeeland inmiddels failliet zijn gegaan. We spreken nu over een derde bedrijf, in Groningen. Er zijn in Nederland meer bedrijven die grootverbruiker zijn van energie. Ik denk niet dat het helpt als ik die namen allemaal ga voorlezen, maar als de elektriciteitsprijs in Nederland aanmerkelijk hoger is dan in Duitsland, ontstaan natuurlijk voor meerdere bedrijven problemen. Alle maatregelen die ik ga treffen en die ik al heb genoemd – de ETS-compensatie, een korting op het transporttarief en een compensatie voor de systeemdiensten – gelden voor alle bedrijven die in dezelfde omstandigheden zijn. Dat betekent dat een maatregel die voor het ene bedrijf geldt, ook voor een ander bedrijf geldt. Het positieve effect voor Aldel geldt dus ook voor andere bedrijven. De rekening van de maatregel wordt daardoor natuurlijk wel hoog en die moet vervolgens door kleinere bedrijven en door consumenten betaald worden.

Op de vragen van mevrouw Mulder over de nettarieven en het toekomstperspectief ben ik al ingegaan.

De heer Leegte gaf aan dat bijvoorbeeld in de papierindustrie en de staalindustrie hetzelfde speelt. Hij sprak ook over de interconnectie. De heer Leegte weet dat wij zes interconnectieverbindingen hebben met Duitsland en vier met België. Dat zijn allemaal fysieke knooppunten tussen – in dit geval – Duitsland en Nederland, waar stroom vanuit Duitsland naar Nederland gaat en andersom. Wij gaan het elektriciteitsmanagement van die interconnectiepunten verbeteren, wat een grotere capaciteit oplevert. Op enkele plekken gaan we met die interconnectieverbindingen technische dingen doen, waardoor zij meer capaciteit krijgen. We bouwen er bij Doetinchem een heel nieuwe verbinding bij. Op het punt van de techniek van de interconnectie doen we dus het maximale en ook op een zo kort mogelijke termijn. Daarnaast is dus die rechtstreekse verbinding aan de orde, maar dat is een verbinding buiten de interconnectie om, een-op-een tussen Aldel en een producent van elektriciteit in Duitsland.

Dat is ook meteen het antwoord op de vraag van de heer Verhoeven, die ook inging op de interconnectieverbindingen. Hij vroeg ook naar diverse aanvullende mogelijkheden en opperde er zelf een paar. Ik kan hem verzekeren dat iedere mogelijkheid die door een van de betrokkenen is geopperd, met graagte op een lijst wordt gezet en vervolgens wordt onderzocht. Ik verzeker de heer Verhoeven dat we alles uit de kast halen om dit bedrijf weer perspectief te laten krijgen en door een moeilijke periode heen te helpen. Ik ben daarvoor bijzonder gemotiveerd. Ik vind dat de basisindustrieën voor de Nederlandse economie als geheel van het grootste belang zijn. Ook Aldel is van groot belang voor de Nederlandse economie als geheel. Aldel is van grote betekenis voor de werkgelegenheid in Groningen. Wij zijn dus zeer gemotiveerd om alle mogelijkheden te verkennen en te proberen om die op een verantwoorde wijze te benutten om weer perspectief voor het bedrijf te krijgen.

De heer Van Dekken sprak over de overbruggingsregeling. Zo'n regeling zal het probleem niet zijn. De provincie Groningen werkt bijzonder goed mee. Wij zijn ook zelf bereid om alles te doen wat wij redelijkerwijs kunnen doen met het naar voren trekken van bedragen of het vooruitlopen op regelingen. Ik ben ook heel goed in staat om dit met Groningen af te stemmen. Die overbruggingsregeling is op zich dus te maken. Het punt is: is er perspectief voor het bedrijf? Het heeft immers geen zin om geld te geven aan een bedrijf als dat er niet toe leidt dat het bedrijf door de moeilijke periode heen komt en blijft bestaan. Geld geven aan een bedrijf heeft zin als daarmee een moeilijke periode kan worden overbrugd naar een nieuwe situatie waarin er weer perspectief is. Op dat laatste ligt op dit moment dus het accent.

De heer Van Dekken vroeg of de aandeelhouder toekomst ziet in het bedrijf. Ik heb contact met de directie van het bedrijf en met de aandeelhouder zelf; ik heb ook met hem gesproken in het bedrijf zelf, in Delfzijl. Ik heb de indruk dat hij positief werkt aan de toekomst van het bedrijf en dat hij zich daarvoor inzet. Dat blijkt ook uit de activiteiten die op dit moment met zijn steun worden ondernomen bij het bedrijf om te bekijken of een rechtstreekse kabelverbinding het perspectief kan bieden dat wij allemaal zoeken.

In hoeverre heb ik er vertrouwen in dat er een goede uitkomst komt? Het gaat erom of dat toekomstperspectief er is. Dat moeten wij dus met elkaar kunnen creëren. Als we dat creëren, kunnen we er vertrouwen in hebben. Dat geldt zowel voor de aandeelhouder als voor mij.

Ik heb al gesproken over de duurzame energie uit Duitsland, die volgens mij verkeerd wordt ingeschat door mevrouw Klever. Daarnaast wordt het probleem op de wereldmarkt mede veroorzaakt door de beschikbaarheid van schaliegas in de VS. Dat heeft de situatie op de wereldmarkt met betrekking tot de kolenprijs en de elektriciteitsprijs sterk beïnvloed, maar ik denk dat wij de discussie niet ingewikkelder moeten maken dan zij is. Ik denk dat Aldel een zo goed gesitueerd en een zo sterk bedrijf is dat het een faire kans heeft als er sprake is van een level playing field met Duitsland. Daar concentreer ik mij op dit moment op.

Mevrouw Klever zei dat ik de ene keer pleit voor verhoging van de CO2-prijzen in het ETS en dat ik de andere keer daar een compensatie voor wil geven. Het ligt toch iets anders dan mevrouw Klever zegt, zoals trouwens wel vaker het geval is. Wij vinden dat het ETS goed moet functioneren, maar wij vinden ook dat de energie-intensieve bedrijven die op de wereldmarkt concurreren, daarvoor gecompenseerd moeten worden. Nu compenseren we de huidige ETS-prijs. Als die prijs straks hoger ligt, komt er ook weer een andere compensatie aan de orde. Wij zijn daar dus op een heel consequente manier mee bezig. Wij vinden CO2-beprijzing heel goed, maar wij vinden ook dat onze energie-intensieve bedrijven die op de wereldmarkt moeten concurreren, moeten blijven draaien, ook in die situatie met hoge CO2-prijzen.

Ik hoop dat ik mevrouw Schouten duidelijkheid over het proces heb gegeven. Het is niet zo dat ik over de overbrugging de ene dag iets anders zeg dan op een andere dag. Ik zeg voortdurend dat het gaat om het toekomstperspectief. Ik wil alles doen wat ik kan om dat toekomstperspectief te helpen verbeteren, zowel met regelingen als met technische maatregelen. Ook met betrekking tot datgene wat het bedrijf zelf moet doen, ben ik volop bezig om daarin met het bedrijf mee te werken. Daar gaan wij mee door. Ik voel mij zeer gesteund door de provincie Groningen. Ik hoop van ganser harte dat we erin zullen slagen om dit bedrijf, dat belangrijk is voor Nederland en voor de hardwerkende mensen die daar een prachtig product leveren, door deze moeilijke periode heen te helpen, zoals ons eerder gelukkig ook al is gelukt met de toenmalige eigenaar van het bedrijf, Corus.

De voorzitter: Ik kijk eerst of er in deze termijn interrupties zijn.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie): Ik heb een vraag over de overbruggingsregeling. Begin september bereikten ons berichten dat er wel degelijk is gekeken naar een leenfaciliteit voor Aldel, waarin zowel de provincie als het Rijk zou participeren. Dat ging zelfs over enkele miljarden. Kloppen die berichten? Zo ja, waarom wordt dit nu dan afhankelijk gesteld van het perspectief dat de aandeelhouder biedt? Wat was er toen anders dan nu? De Minister zegt dat hij niet op de ene dag iets anders zegt dan op een andere dag, maar op dat punt is toch behoorlijk wat onduidelijkheid gecreëerd. Kan de Minister dit toelichten?

Minister Kamp: Mij is niets bekend van een leencapaciteit van enkele miljarden of iets wat ook maar in die orde van grootte ligt. Daar weet ik niets van. Dat zegt mij niets.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie): De Minister ontkent dus dat in die periode, begin september, al gesproken is over een leenfaciliteit voor Aldel. Over de hoogte daarvan kunnen we nog een hele discussie voeren, maar hij zegt dus dat daarover vanuit het Rijk geen gesprekken zijn gevoerd met de provincie en met Aldel.

Minister Kamp: U spreekt over een leencapaciteit van enkele miljarden. Met alle respect voor u, mevrouw Schouten, maar dat is totaal buiten proportie. Dat is niet aan de orde. Wat wel aan de orde is geweest: als er perspectief is voor het bedrijf, is een overbruggingsregeling in beeld. Ik was en ben bereid om aan een overbruggingsregeling mee te doen. Het punt is niet dat ik daartoe niet bereid ben, want ik heb al heel veel gedaan voor het bedrijf en ik ben ook bereid om heel ver te gaan voor het bedrijf. Bedragen daarin steken in het kader van een overbruggingsregeling kan echter alleen als er perspectief is voor langere termijn. Het gaat nu dus om het krijgen van een perspectief op langere termijn. Mijn overtuiging is dat die overbruggingsregeling er daarna wel komt. Wat mij betreft, komt die regeling er omdat ik bereid ben om, als ik dat ook maar even kan doen, op dingen vooruit te lopen en omdat de provincie Groningen daar zeer behulpzaam bij is.

De heer Ulenbelt (SP): Dan is de vraag wie er bepaalt wanneer dat langetermijnperspectief er is. Kan de Minister aangeven wanneer wij en vooral de mensen in Groningen dat zullen weten?

Minister Kamp: Dat wordt in de eerste plaats bepaald door de aandeelhouder en de directie van het bedrijf. Als zij dat perspectief zien, komen ze bij mij en bij de provincie Groningen. Dan gaan wij bekijken hoe dat in elkaar zit en hoe wij dat moeten beoordelen; daarover laten wij ons ook adviseren. Op grond van dat externe advies en mijn eigen ambtelijk advies zal ik vervolgens een conclusie trekken. Als die conclusie gelijk is aan de conclusie van de aandeelhouder en de directie, is er toekomstperspectief en dan kan er ook een overbruggingsregeling komen.

De voorzitter: Mijnheer Ulenbelt, volgens mij was dit al een vraag die eigenlijk in de tweede termijn past. U bent daarin als eerste aan de beurt. Ik wil dus van de tijdnood een deugd maken en u het woord geven voor de tweede termijn. Daarin geldt een maximale spreektijd van een minuut.

De heer Ulenbelt (SP): Voorzitter. Op zich ben ik er wel van overtuigd dat de Minister zijn best doet, maar de Minister moet ook zijn best doen om hier antwoorden te geven. De beslissende vraag is natuurlijk wanneer wij, de mensen in Groningen en de mensen die bij het bedrijf werken, weten dat er naar het oordeel van de Minister een toekomstperspectief is of niet. Duurt dat nog dagen, nog weken of nog maanden? Dat is de eerste vraag.

Mijn tweede vraag is: kan de Minister garanderen dat er geen faillissement zal worden aangevraagd door de directie zolang de discussie over het perspectief nog niet is opgelost? Dan worden we dus niet door wie dan ook overvallen met iets wat leidt tot een faillissement.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA): Voorzitter. Ik vroeg bij interruptie of het faillissement ons zou kunnen overkomen in de zin van «we staan erbij en we keken ernaar». Daar is de Minister heel helder over geweest. Ik ga er dus van uit dat de Minister samen met het bedrijf echt met een oplossing komt. Ik kan mij niet voorstellen dat daar nog weken mee gewacht zal worden. Ik wacht het antwoord op dit moment dus af, hoewel ik daar heel eerlijk bij zeg dat ik niet helemaal gerust ben.

De heer Leegte (VVD): Voorzitter. Zoals ik in de eerste termijn al zei, is Aldel 10% efficiënter dan de concurrerende bedrijven, zodat het uitermate goed gepositioneerd is om in een markt met overcapaciteit te kunnen concurreren. Dan is het zuur om te merken dat je door beleidsmaatregelen gedwarsboomd wordt. De loop van dit debat moet vertrouwen geven in de politiek, want iedereen ziet een Minister die er alles voor wil doen om dit op te lossen, niet alleen voor Aldel maar ook voor de andere energie-intensieve industrie. Dat vind ik het knappe van dit AO. De Minister heeft ons gevraagd om mee te helpen om die regels zo snel mogelijk door de Kamer te krijgen. Wat mij betreft, is het antwoord een volmondig ja. Ik zal ook mijn collega's in de Eerste Kamer waarschuwen dat dit eraan komt en dat dit belangrijk is, zodat ook zij kunnen meehelpen met die snelheid.

We moeten echter ook onszelf aankijken, want in onze AO's en andere debatten over energie voegen wij vaak kosten toe en doen wij bepaalde dingen. De volgende keer dat wij elkaar daarover spreken, zal ik vragen of datgene wat wij doen, «Aldelproof» is. Tot nu toe hoor ik alleen wat wij willen en leggen wij de pijn neer bij de Minister. Ook de Kamer moet zichzelf echter in de spiegel durven aankijken en moet ervoor zorgen dat datgene wat wij doen, Aldelproof blijft, ook voor de toekomst.

De heer Verhoeven (D66): Voorzitter. Ik ben blij dat de heer Leegte zichzelf in de spiegel wil aankijken. Ik kijk liever naar Aldel en naar de situatie waarin wij nu zitten. Ik ben ook heel blij met deze Minister, die duidelijk heeft aangegeven dat hij eigenlijk alles wil doen wat hij kan doen en dat er bij wijze van spreken een lijstje is met alle mogelijkheden om in actie te komen. Ik vind het nu heel passend om de Minister gewoon zijn werk te laten doen. Ik vertrouw erop dat hij ons zal vertellen wat de resultaten zullen zijn. Dat straalt hij ook naar alle kanten uit. Ik wens iedereen die hierbij betrokken is en die hulp kan bieden om deze situatie te verbeteren, dus ook de provincie en andere partijen, hier heel veel succes bij. Meer wil ik hier nu niet over zeggen.

De heer Van Dekken (PvdA): Voorzitter. Ik dank de Minister voor de antwoorden, die een zeker vertrouwen scheppen in de toekomst van het bedrijf Aldel. Hij heeft echter ook gezegd dat Aldel wel wil investeren, maar dat er een moment nodig is waarop men zicht geeft op die investering. Dat is natuurlijk ontzettend belangrijk. Als er geïnvesteerd moet worden, moet je ook een beetje een beeld hebben wanneer die investering wordt gedaan, want dan zou het bedrag van de overbruggingsregeling kunnen worden berekend. Dan heb ik echt de neiging om met z'n allen een deadline af te spreken, bijvoorbeeld 1 januari 2014, om ervoor te zorgen dat dat inzicht er daadwerkelijk komt en dat het perspectief ook zichtbaar en tastbaar wordt voor ons allemaal. Als wij die regeling met z'n allen kunnen afspreken, is er tegelijkertijd ook een duurzaam perspectief. Zou de Minister het zo kunnen doen in het gesprek met de provincie Groningen en met de aandeelhouder van Aldel?

Tot slot twee korte puntjes.

De voorzitter: U bent door uw spreektijd heen.

De heer Van Dekken (PvdA): Dat weet ik. Welke boodschap heeft de Minister vandaag voor de werknemers van Aldel? Ook het gerucht of verhaal van deze week over het faillissement zit mij niet helemaal lekker. Daarom sluit ik mij aan bij de vraag van mevrouw Mulder.

Mevrouw Klever (PVV): Voorzitter. Ik denk dat iedere partij aan deze tafel het bedrijf Aldel heel graag voor Nederland wil behouden. De voorstellen van de Minister zijn hoopvol, maar hij voert een tegenstrijdig beleid op het gebied van energie. Het ETS-verhaal is daar toch echt een treffend voorbeeld van. Hoe kan de Minister enerzijds in dit debat concluderen dat ETS-compensatie noodzakelijk is om energie-intensieve industrie voor Nederland te behouden, terwijl hij anderzijds in Brussel lobbyt voor een beter werkend – lees: duurder – ETS? Dan zitten we hier volgende week toch weer? Dan heeft namelijk weer een ander bedrijf compensatie nodig.

Tot slot wil ik nog even terugkomen op de goedkope energie in Duitsland, waar de Minister over sprak. Duitsland subsidieert die energie met 20 miljard euro per jaar. Daar kan geen ondernemer tegenop. Wat stelt de Minister daar voor Aldel tegenover?

Mevrouw Schouten (ChristenUnie): Voorzitter. Ik sluit mij aan bij wat een aantal andere woordvoerders al hebben gezegd: ik heb echt waardering voor de inspanningen van de Minister en ook voor die van de provincie, maar erg heel handvatten hebben wij op dit moment niet gekregen. Nogmaals, ik snap het dilemma waar de Minister in zit, maar het is heel belangrijk dat er snel duidelijkheid komt. De onzekerheid voor de regio en de werknemers moet op een gegeven moment opgeheven worden. De Minister gaat geen tijdpaden noemen, maar ik hoop dat er in zijn gesprek met de aandeelhouder – van wie hij immers heel veel laat afhangen – heel snel duidelijkheid komt. Wat mij betreft, komt er, als daar voldoende mogelijkheden liggen, een overbruggingsregeling. Dat scheelt heel veel banen en kan het bedrijf door een moeilijke periode heen loodsen.

Minister Kamp: Voorzitter. De ongerustheid die mevrouw Mulder, mevrouw Schouten en de andere woordvoerders, ook de heer Ulenbelt, hebben, heb ik ook. Dat geldt ook voor mijn medewerkers, de mensen van de provincie Groningen, de werknemers, de directie van het bedrijf en de aandeelhouder. We zijn allemaal ongerust over de situatie. Ik kan hier echt geen geruststellende woorden uitspreken; ik kan niet garanderen dat het goed komt. Ik kan alleen aangeven waar het probleem ligt en welke mogelijkheden er zijn om de gang van zaken te beïnvloeden. Ik heb al aangegeven dat de elektriciteitsprijs de komende jaren naar verwachting weer omlaag gaat, maar dat dat te lang duurt. Wat wij als overheid kunnen doen, doen wij allemaal. Wil ik daarop vooruitlopen? Ja, daar wil ik op vooruitlopen. Kunnen we nog extra dingen doen aan interconnectie? Ja, dat kunnen we en dat doen we zo snel mogelijk. Is er ook nog iets mogelijk doordat het bedrijf zelf iets met een kabel doet? Ja, dat is misschien mogelijk. Dat onderzoeken we en we gaan proberen om ook daaraan bij te dragen. We proberen dus met z'n allen om te doen wat er gedaan kan worden, maar wij delen die ongerustheid met elkaar. Garanties kan niemand op dit moment geven. Het zal moeten blijken of het voor de directie en de eigenaar van het bedrijf mogelijk is om weer toekomstperspectief te zien. Ik hoop dat wij dat ook kunnen delen als we tot een positieve conclusie komen. Ik ben ervan overtuigd dat het dan mogelijk zal zijn om ook een overbruggingsregeling te treffen.

Ik kan alleen maar aangeven dat ook ik de door de woordvoerders gevoelde urgentie voel en dat wij bereid zijn om alle mogelijkheden te onderzoeken. Als iemand intussen nog met nieuwe mogelijkheden komt, ben ik daar blij mee en dan zullen we ook die gaan onderzoeken. We zullen geen uur verloren laten gaan. Er wordt permanent aan gewerkt. Ik weet niet wanneer dit tot een uitkomst leidt. De datum van 1 januari 2014 is helemaal niet aan de orde, mijnheer Van Dekken. Het gaat, zoals u zelf ook al dacht, nu echt om dagen. Van dag tot dat bekijken we wat er gedaan kan worden. Wat u uiteindelijk wilt, is dat er, als er perspectief is en als er een overbruggingsregeling is, voor 1 januari 2014 door alle betrokkenen geconcludeerd kan worden dat we aan een nieuwe periode gaan beginnen en dat er voor de komende jaren weer perspectief is. Ik denk dat we nu met z'n allen aan dat doel moeten werken. Wees ervan overtuigd dat ik mij daar met hart en ziel voor zal inzetten.

De voorzitter: Met deze – als ik het zo mag noemen – toezegging van de Minister om geen tijd verloren te laten gaan, zijn wij aan het einde van dit overleg gekomen. Ik ga ervan uit dat de Kamer, zoals ook in de afgelopen weken is gebeurd, op de hoogte gehouden blijft worden van de ontwikkelingen en dat wij zo nodig een vervolgoverleg zullen plannen, maar wij geven de Minister nu eerst de kans om verder te gaan met zijn werk in het belang van alle mensen, zoals dat vandaag ook is verwoord.

Ik dank de Minister voor zijn aanwezigheid, ik dank de collega's voor hun inbreng en ik dank de mensen op de tribune voor hun rustige aanwezigheid.

Sluiting 17.25 uur.