Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201432637 nr. 102

32 637 Bedrijfslevenbeleid

Nr. 102 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 januari 2014

Met deze brief bied ik Uw Kamer de uitkomsten van de evaluatie van de aanpak Veiligheid Kleine Bedrijven (VKB) 2013 aan en mijn reactie daarop. Het evaluatierapport is als bijlage bijgevoegd1. Naar aanleiding van de motie, ingediend door lid Mulder (CDA) en voorgesteld aan de Minister van Economische Zaken tijdens de vergadering van uw Kamer op 4 juli 20132, heb ik uw Kamer bij brief3 toegezegd u over deze evaluatie te informeren.

Aanleiding

De subsidieregeling VKB is in 2009 ingesteld door het Ministerie van Economische Zaken. Vanaf 2009 heeft ook het Ministerie van Veiligheid en Justitie bijgedragen aan de regeling. De regeling is in 2012 geëvalueerd4. De toenmalige subsidieregeling bleek vooral bedrijven te bereiken, die net onder het maximum van 5 vestigingen en/of 10 FTE per vestiging zitten en in mindere mate de bedrijven met 1 vestiging en 1–3 FTE. Binnen de regeling van 2012 waardeerde de doelgroep de verplichte scan die uitgevoerd werd door daartoe opgeleide adviseurs over het algemeen positief. Uit de evaluatie in 2012 blijkt echter ook een selectief bereik van ondernemers, namelijk vooral die ondernemers die al voornemens waren te investeren in preventiemaatregelen. De gehanteerde systematiek bij de subsidieregeling maakte daarnaast, dat de ondernemers eerder duurdere elektronische maatregelen aanschaften in plaats van goedkopere organisatorische maatregelen.

In 2012 besloot het Ministerie van Economische Zaken de subsidieregeling om financiële redenen niet voort te zetten. Ik heb er echter voor gekozen de ondersteuning van preventieve maatregelen aan kleine bedrijven wel voort te zetten. Onder andere vanwege de beperking in beschikbare middelen, is daarop in samenspraak met het georganiseerde bedrijfsleven een nieuwe systematiek ontwikkeld, waarbij de ondersteuning van kleine bedrijven nog gerichter en efficiënter kon worden uitgevoerd. Deze systematiek betreft geen subsidieregeling, maar een aanpak voor het bevorderen van de veiligheid. Hierbij is aan circa 8.000 ondernemers een gratis scan aangeboden. Op basis van het advies uit de scan kunnen zij pakketten met vooraf op prijs/kwaliteit verhouding getoetste maatregelen afnemen met een maximale vergoeding van € 1.000,–. De uitvoering van de aanpak is belegd bij het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). Deze aanpak is in het najaar van 2013 geëvalueerd.

Opzet van de evaluatie

De evaluatie van de aanpak Veiligheid Kleine Bedrijven 2013 is uitgevoerd door het onafhankelijk adviesbureau AEF. De onderzoeksvragen zijn in nauwe afstemming met het georganiseerde bedrijfsleven opgesteld en richtten zich op procesmatige, organisatorische en beleidsinhoudelijke keuzes die voor het opzetten van de aanpak zijn gemaakt. AEF heeft een procesevaluatie uitgevoerd van de inrichtingskeuzen die zijn gemaakt, een doelbereikingsonderzoek gedaan naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van de nieuwe aanpak en een klanttevredenheidsonderzoek uitgevoerd naar de (kwaliteit van) de dienstverlening van het CVV ten aanzien van de uitvoering en het beheer.

Uitkomsten

Uit de evaluatie blijkt dat ondernemers die gebruik hebben gemaakt van de VKB-aanpak over het algemeen zeer tevreden zijn over de kwaliteit van de uitvoering. Het secretariaat waar ondernemers terecht kunnen voor afspraken en informatie, de adviseurs die een scan bij de bedrijven uitvoeren en het adviesrapport dat daaruit volgt, scoren alle overwegend positief. Het gesprek dat met en naar aanleiding van de scan wordt gevoerd, levert voor 89% van de ondernemers belangrijke inzichten in veiligheidsrisico’s en vergroot de bewustwording. Opvallend is dat vrijwel alle geïnterviewden aangeven dat het gesprek met de adviseur vaak meer bijdraagt aan de bewustwording van de risico’s dan de feitelijke uitvoering van een eventueel uitgevoerd of aangeschaft pakket aan preventiemaatregelen.

Bij de ontwikkeling van de aanpak is uitgegaan van vier sporen, waarlangs de scans zouden worden afgenomen. Hierbij werd ingezet op het benaderen van de bestaande en nieuwe KVO-gebieden, de inzet van scans per politieregio, scans op ad hoc basis bij onder andere door het Ministerie van Veiligheid en Justitie gesignaleerde ontwikkelingen en de uitvoering van scans op verzoek van individuele ondernemers. De onderzoekers concluderen dat vaker dan verwacht het initiatief voor het uitvoeren van scans is genomen naar aanleiding van signalen uit de praktijk of op verzoek van ondernemers. Dit houdt in dat de aanpak inderdaad meer vraaggericht wordt uitgevoerd.

Bij de start van de nieuwe aanpak is gekozen voor vaste pakketten met preventieve maatregelen die in aanmerking komen voor vergoeding. Van de ondernemers die op basis van de uitkomsten van de veiligheidsscan gekozen hebben om te investeren in een pakket met veiligheidsmaatregelen is 82% tevreden over de kwaliteit ervan. De evaluatie wijst uit dat met de keuze voor vaste pakketten weliswaar minder flexibiliteit in het aanbod is, maar de kwaliteit van de producten wel wordt geborgd.

De samenstelling van de pakketten heeft op basis van kwaliteits- en effectiviteitscriteria plaatsgevonden. Dit proces is echter niet als voldoende transparant ervaren. Voor belanghebbende leveranciers was onvoldoende duidelijk welke criteria zijn gehanteerd bij de selectie en de communicatie over en tijd voor de mogelijkheid tot het doen van aanbiedingen waren beperkt.

Aanbevelingen

De onderzoekers bevelen aan om de scan een nog prominentere plaats te geven in de aanpak, waarbij de duur van het gesprek, het hierbij betrekken van personeelsleden of een vervolggesprek als opties zijn genoemd. Bovendien wordt aanbevolen de kennis en expertise van de scanners en adviseurs ten aanzien van specifieke branches of sectoren te vergroten.

Zowel voor het selectieproces van leveranciers, als bij de uitwerking van eventuele aanpassingen in de aanpak voor 2014 bevelen de onderzoekers aan transparantie te vergroten en stakeholders meer te betrekken.

Ten aanzien van de aangeboden maatregelen adviseren de onderzoekers meer ruimte te reserveren voor organisatorische maatregelen, naast of in combinatie met de elektronische maatregelen.

Tot slot doen de onderzoekers aanbevelingen voor het verbeteren van de managementinformatie over de uitvoering van de aanpak.

Beleidsreactie

Op 1 december 2013 waren in totaal ruim 7.500 scans uitgevoerd. De tevredenheid van meer dan 80% van de ondernemers met de scan, de maatregelen en de adviezen hebben mij doen besluiten de ondersteuning van de kleine ondernemer bij het vergroten van de veiligheid voort te zetten. Ik ben evenwel van mening dat de huidige VKB-aanpak nog kan worden doorontwikkeld met als doel het nog verder vergroten van de effectiviteit en het borgen van kwaliteit en transparantie.

De wijze waarop de nieuwe aanpak verder vorm dient te krijgen, verdient zorgvuldige afstemming met stakeholders, zoals de onderzoekers ook aanbevelen. Dit neemt enige maanden in beslag. Gedurende het proces van aanpassen en doorontwikkeling van de aanpak, zal met het oog op de gewenste continuïteit van de ondersteuning aan kleine bedrijven de huidige systematiek in stand blijven ten minste tot 31 maart 2014.

Het CCV ontwikkelt in samenwerking met het georganiseerde bedrijfsleven, overige betrokken partijen en mijn Ministerie uiterlijk half maart 2014 een aangepaste aanpak, waarbij de aanbevelingen over transparantie, afstemming, typen maatregelen en branchegericht maatwerk uit de evaluatie worden meegenomen. Bovendien zal ik afspraken maken met het CCV over monitoring en effectmeting. Over de manier waarop de doorontwikkeling vorm heeft gekregen zal ik u tezijnertijd informeren.

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

X Noot
2

Kamerstuk 32 637, nr. 65

X Noot
3

Kamerstuk 32 637, nr. 74

X Noot
4

Kamerstuk 28 684, nr. 354