Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132625 nr. 21

32 625 Vaststelling van overgangsrecht en wijziging van diverse wetten ten behoeve van de invoering van de wet van ... tot wijziging van de Wet milieubeheer in verband met de invoering van de geluidproductieplafonds en de overheveling van hoofdstuk IX van de Wet geluidhinder naar de Wet milieubeheer (modernisering instrumentarium geluidbeleid, geluidproductieplafonds) (Invoeringswet geluidproductieplafonds)

Nr. 21 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID PAULUS JANSEN TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 13

Ontvangen 27 juni 2011

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel III wordt na onderdeel F een onderdeel toegevoegd, luidende:

G

In artikel 21.6, vierde lid, wordt na »10.61, eerste lid,» een zinsnede ingevoegd, luidende: 11.1, eerste lid, 11.3, eerste lid, 11.11, tweede lid, 11.29, vierde lid,.

Toelichting

De praktische bescherming die de wet modernisering instrumentarium geluidbeleid gaat bieden is in hoge mate afhankelijk van nadere invulling bij algemene maatregelen van bestuur (AMvB).

Een aantal zaken die geregeld worden bij AmvB zijn zo wezenlijk voor de effectiviteit van de wet dat ze naar de mening van de indiener vooraf voorgelegd dienen te worden aan de Tweede Kamer. In het bijzonder geldt dat voor de volgende aspecten.

In artikel 11.1 wordt de definitie van geluidgevoelige ruimten verschoven naar een AMvB. Voor de gebruikers van geluidgevoelige objecten maakt het een groot verschil welke vertrektypen als geluidgevoelig worden aangemerkt: slaapvertrekken, woonvertrekken, recreatieruimten, buitenruimten e.d.

In artikel 11.3 wordt geregeld dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur eisen worden gesteld met betrekking tot de akoestische kwaliteit van wegen in beheer bij het Rijk en hoofdspoorwegen. De hoogte van deze eisen heeft direct effect op het leefklimaat van omwonenden.

In artikel 11.11 wordt geregeld dat een actieplan een overzicht geeft van de voorgenomen in de eerstvolgende vijf jaar te treffen maatregelen om overschrijding van overeenkomstig AMvB vast te stellen waarden van de geluidsbelasting of de geluidsbelasting Lnight te voorkomen of ongedaan te maken en de te verwachten effecten van die maatregelen. De hoogte van de bij AMvB vast te stellen geluidsbelasting is daarbij van directe invloed op de omvang van de maatregelen en daarmee op de leefbaarheid voor omwonenden.

In artikel 11.29 wordt bij AmvB uitgewerkt in welke situaties het bevoegd gezag een geluidbeperkende maatregel niet in aanmerking hoeft te nemen, op grond van financiële dan wel stedenbouwkundige/landschappelijke overwegingen. Het buiten beschouwing laten van bepaalde geluidbeperkende maatregelen heeft een grote impact op de (verbetering van) leefbaarheid van omwonenden.

Minder wezenlijk voor de rechtsbescherming van omwonenden zijn de AMvB’s onder de artikelen 11.6 (nadere regels inhoud, inrichting en vormgeving geluidbelastingkaarten), 11.7 (termijnen inzake inlichtingen mbt geluidbelastingkaarten), 11.13 (nadere regels inhoud, inrichting en vormgeving actieplannen), 11.22 (invulling jaarverslag), 11.31 (mee te leveren gegevens bij aanvraag wijziging geluidproductieplafond), 11.39 (uitwerking van de wijze waarop eigenaar geluidgevoelig object wordt verzocht om mee te werken aan geluidbeperkende maatregelen), 11.45 (nadere regels omtrent bepaling geluidproductieplafonds). Om deze reden worden deze AMvB’s bij de voorhangbepaling buiten beschouwing gelaten.

Paulus Jansen