Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201332623 nr. 72

32 623 Actuele situatie in Noord-Afrika en het Midden-Oosten

Nr. 72 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 oktober 2012

Hierbij bied ik u op verzoek van Uw Kamer mede namens de minister van Defensie de brief aan over actuele ontwikkelingen aangaande Syrië en Turkije ten behoeve van het AO Syrië 10 oktober aanstaande. Voor de bredere beleidsinzet van de regering aangaande Syrië verwijs ik volledigheidshalve naar de brief over de huidige situatie en Nederlandse inzet in Syrië dd. 5 september jl. (referte 32 623-70) en de geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken 15 oktober aanstaande (Kamerstuk 21 501-02, nr. 1185).

Op 3 oktober jl. werd het Turkse grensdorp Akcakale voor de tweede maal in een week getroffen door Syrische beschietingen. Hierbij vielen 5 doden, waaronder 3 kinderen, en een aantal gewonden. In de daaropvolgende dagen kwamen Syrische mortiergranaten verschillende malen aan de Turkse zijde van de grens terecht, in Akcakale en onbebouwd gebied nabij Guvecci. Daarbij vielen geen slachtoffers.

Na het incident met een Turkse straaljager in juni heeft Turkije zich op basis van nationale bevoegdheid het recht voorbehouden om met gepaste middelen te reageren op Syrisch geweld. Op basis hiervan heeft Turkije op de grensincidenten gereageerd met artilleriebeschietingen van doelen op Syrisch grondgebied. Het Turkse parlement heeft bovendien direct na het incident ingestemd met een motie die Turkse militaire operaties in derde landen mogelijk maakt. Van Turkse zijde wordt beklemtoond dat deze motie niet moet worden gezien als een oorlogsverklaring aan Syrië. De Turkse premier Erdogan verklaarde: «We hebben geen belang bij een oorlog, maar we zijn er ook niet ver van verwijderd».

De NAVO-bondgenoten spraken op 3 oktober jl. in Brussel op grond van artikel 4 van het Verdrag van Washington op verzoek van Turkije over de ontwikkelingen aan de Turks-Syrische grens. Artikel 4 houdt in dat de NAVO-bondgenoten elkaar zullen consulteren wanneer, naar de mening van een of meerdere van hen, de territoriale integriteit, de politieke onafhankelijkheid of de veiligheid wordt bedreigd. Bondgenoten veroordeelden de beschietingen van 3 oktober in stellige bewoordingen, noemden het een grove schending van internationaal recht en onderstreepten unaniem hun solidariteit met bondgenoot Turkije. Het gevaar voor de veiligheid van één van de bondgenoten werd onderkend. Het bondgenootschap is waakzaam en volgt de situatie nauwlettend. De 28 lidstaten, waaronder Nederland, legden hiertoe bijgevoegde gezamenlijke verklaring af, waarin een direct einde aan de gewelddadigheden van Syrië jegens Turkije wordt geëist.1)

Turkije heeft in een brief aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties aandacht gevraagd voor de beschietingen. Turkije noemde de Syrische actie een daad van agressie, riep op tot stopzetting daarvan en vroeg de VNVR de benodigde actie te ondernemen. Op 4 oktober jl. heeft de VN Veiligheidsraad de beschietingen door Syrië unaniem veroordeeld. De Veiligheidsraad onderstreepte in de verklaring de grote impact die de crisis in Syrië heeft op de veiligheid van zijn buurlanden en op de regionale vrede en stabiliteit 1). Syrië werd opgeroepen de soevereiniteit en territoriale integriteit van zijn buren te respecteren. De leden van de Veiligheidsraad riepen in algemene zin op tot terughoudendheid.

Ook de regering maakt zich grote zorgen over de gewelddadigheden en schendingen van internationaal recht door Syrië aan de Turks-Syrische grens en zij acht terughoudendheid van groot belang. Nederland staat samen met de bondgenoten achter Turkije.

De minister van Buitenlandse Zaken, U. Rosenthal

1) Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer