Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201321501-02 nr. 1185

21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 1185 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 oktober 2012

Hierbij bieden wij u de geannoteerde agenda aan van de Raad Buitenlandse Zaken van 15 oktober 2012.

De minister van Buitenlandse Zaken, U. Rosenthal

De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, H. P. M. Knapen

Geannoteerde agenda van de Raad Buitenlandse Zaken d.d. 15 oktober 2012

Zuidelijk Nabuurschap

Syrië

De situatie in Syrië verslechtert verder. Het geweld houdt aan. De humanitaire crisis krijgt een steeds grotere omvang. Binnen Syrië zijn naar schatting tweeënhalf miljoen hulpbehoevenden, waarvan anderhalf miljoen ontheemden. De toegang voor humanitaire hulpverlening schiet ernstig tekort. Meer dan 300 000 vluchtelingen worden opgevangen in Turkije, Jordanië, Libanon en Irak. Dagelijks stromen duizenden mensen toe.

De mogelijkheid dat het Syrische regime de controle verliest over de voorraad chemische wapens, vereist bijzondere aandacht.

De situatie in Syrië stond tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (AVVN) in New York hoog op de agenda. Minister Rosenthal besteedde in zijn toespraak uitdrukkelijk aandacht aan de schrijnende situatie in Syrië en riep op tot eenheid in de VN-Veiligheidsraad (VNVR). Hij deed dit ook expliciet in zijn gesprek met zijn Russische collega Lavrov. Vele landen riepen Syrië eveneens op het geweld te stoppen en spraken hun bezorgdheid uit over de slechte situatie en de verdeeldheid van de VNVR.

Tijdens zijn bezoek aan Turkije op 6 en 7 september jl. bezocht minister Rosenthal het vluchtelingenkamp in Kilis en sprak hij met vertegenwoordigers van de Syrische Nationale Raad en met lokaal actieve opposanten. Hij riep de oppositie op tot eensgezind optreden.

Over de uitgangspunten van het beleid ten aanzien van Syrië informeerde het kabinet uw Kamer uitgebreid per brief d.d. 5 september jl. (Kamerstuk 32 623 nr. 70). In lijn hiermee meent het kabinet dat de EU het Syrische regime andermaal moet oproepen het geweld te stoppen en humanitaire hulpverlening mogelijk te maken. De EU moet ook nu weer aandacht vragen voor het tegengaan van straffeloosheid in Syrië en de Syrische oppositie opnieuw oproepen zich te verenigen. De internationale gemeenschap dient de zoektocht naar een politieke oplossing met vereende kracht voort te zetten.

Het kabinet heeft de beschietingen door het Syrische regime in Turkije veroordeeld. De VNVR heeft Syrië opgeroepen de gewelddadigheden en schendingen van het internationale recht onmiddellijk te staken. Het kabinet hecht groot belang aan het gezamenlijk optrekken van het NAVO-bondgenootschap. Voor het overige wordt verwezen naar de brief inzake actuele ontwikkelingen Syrië / Turkije die uw Kamer zal ontvangen ten behoeve van het overleg met uw Kamer op 10 oktober a.s. (Kamerstuk 32 623, nr.72).

Nederland levert een belangrijke financiële bijdrage aan internationale hulporganisaties voor opvang en medische verzorging binnen en buiten Syrië. In aanvulling op zogenaamde «core bijdragen» werd tot nu toe ruim 11 miljoen euro ten behoeve van humanitaire hulpverlening gedoneerd. Het kabinet is van mening dat de internationale gemeenschap de plicht heeft om de financiële bijdragen te leveren die nodig zijn om huidige en toekomstige vluchtelingen op een menswaardige manier te kunnen opvangen.

Op 20 september jl. organiseerde Nederland een bijeenkomst van de sanctiewerkgroep van de Friends of Syria met als doel het creëren van een breder draagvlak voor sanctiemaatregelen tegen het regime en het bevorderen van een nauwgezette toepassing van de bestaande sancties. Meer dan 60 landen en organisaties namen aan de bijeenkomst deel. De conclusies zijn als bijlage bij deze geannoteerde agenda gevoegd 1). Het kabinet bevordert actief dat niet-EU landen sancties nemen die vergelijkbaar zijn met die van de EU. Het kabinet is van mening dat de druk op het Assad-regime moet worden opgevoerd en spant zich ervoor in dat de Raad een aanvullend sanctiepakket aanneemt.

Libië

De veiligheidssituatie in Libië, in het bijzonder in de regio Cyrenaica (Benghazi), is verslechterd. Bij een aanslag op het Amerikaanse consulaat in Benghazi op 11 september jl. kwamen de Amerikaanse ambassadeur en drie van zijn medewerkers om het leven. Het onderzoek naar de toedracht en de verantwoordelijken is nog gaande. Onder andere deze aanslag maakt nog eens op betreurenswaardige wijze duidelijk dat het van cruciaal belang is de zich nog aan het gezag onttrekkende milities zo snel mogelijk onder controle van staatsgezag te brengen. In het politieke proces leek vooruitgang te zijn geboekt met de benoeming van premier Abushaghour. Deze heeft echter op 7 oktober jl. zijn functie neergelegd, nadat hij voor de tweede maal geen meerderheid in het parlement kreeg voor zijn voorgestelde regering.

Het kabinet heeft zijn afschuw uitgesproken over de aanslag in Benghazi van 11 september jl. en waardeert de krachtige en onmiddellijk uitgesproken veroordeling van de kant van de Libische overheid. Het kabinet acht voorzetting van de internationale steun aan Libië cruciaal voor het slagen van de transitie en het verbeteren van de veiligheidssituatie. Het kabinet apprecieert de belangrijke coördinerende rol van de VN en de EU hierbij. Landen en organisaties uit de regio dienen ook een belangrijke bijdrage te blijven leveren.

Het kabinet steunt de EU-inspanning in Libië die onder andere gericht is op overheidshervormingen, bevordering van economische ontwikkeling, bevordering van de ontwikkeling van het maatschappelijk middenveld en grensmanagement. Het kabinet is van mening dat er, naast verbetering van de veiligheidssituatie, aandacht dient te worden besteed aan de langere termijn steun voor een inclusief democratisch transitieproces in Libië, met bijzondere aandacht voor de rechten van vrouwen en de positie van minderheden.

Egypte

Op 2 augustus jl. is in Egypte een democratisch gevormde burgerregering onder president Morsi geïnstalleerd. Op 13 september jl. bezocht president Morsi de EU en sprak hij onder andere met voorzitter van de Europese Raad Van Rompuy, Commissievoorzitter Barroso en Hoge Vertegenwoordiger Ashton. In de gesprekken kwamen de politieke situatie, de verdere democratische transitie en de slechte economische situatie van Egypte aan bod.

De EU en Egypte spraken af op 14 november a.s. een zogenaamde Taskforce op politiek niveau te organiseren. Doel is te komen tot een breed steunpakket ter bevordering van de democratische transitie en ter verbetering van de economische situatie. De Europese Commissie beziet of aangekondigde SPRING-middelen tijdens de bijeenkomst van de Taskforce kunnen worden vrijgegeven.

Het conditionaliteitsbeginsel «more for more, less for less» zal in acht moeten worden genomen. Het kabinet zal de ontwikkelingen in Egypte nauwgezet blijven volgen en blijven aandringen op respect voor mensenrechten in Egypte, waaronder de vrijheid van meningsuiting en bescherming van de rechten van religieuze en seksuele minderheden en verbetering van de positie van vrouwen. Minister Rosenthal is voornemens op 21 oktober een bilateraal bezoek aan Egypte te brengen.

(evt.) Midden-Oosten Vredesproces (MOVP)

De Raad Buitenlandse Zaken (RBZ) zal mogelijk bezien op welke wijze de EU kan bijdragen aan het doorbreken van de impasse in het MOVP. Prioriteit heeft spoedige hervatting van rechtstreekse onderhandelingen tussen Israël en de Palestijnen, leidend tot een tweestaten-oplossing. Het Kwartet komt een leidende rol toe bij het entameren van deze besprekingen. De relevante VNVR-resoluties, de grenzen van 1967 en bestaande akkoorden vormen het uitgangspunt.

Het kabinet wijst unilaterale stappen af; elke activiteit moet in het teken staan van hervatting van de onderhandelingen en langs deze lat worden beoordeeld.

Iran

Hoge Vertegenwoordiger (HV) Ashton zal de ministers informeren over haar contacten met de Iraanse onderhandelaar Jalili en met de vijf permanente leden van de VNVR en Duitsland (P5+1). De Raad zal besluiten over aanvullende sanctiemaatregelen om de druk op Iran om te voldoen aan zijn internationale verplichtingen in relatie tot zijn nucleaire programma verder op te voeren.

Het kabinet steunt de inspanningen van HV Ashton en de P5+1 om via het diplomatieke spoor te komen tot een oplossing voor de Iraanse nucleaire kwestie. De internationale druk door middel van sancties heeft bijgedragen aan de Iraanse bereidheid de besprekingen in april jl. te hervatten. Dit onderstreept nog eens dat de sancties hun werk moeten blijven doen en moeten worden opgevoerd, totdat Iran de gevraagde stappen zet. In dit licht heeft Nederland voorstellen gedaan voor aanvullende sanctiemaatregelen. Speculeren over andere opties, of het uitsluiten daarvan, is op dit moment niet aan de orde.

Het kabinet zal ook aandacht vragen voor de negatieve rol die Iran in de Midden-Oostenregio speelt, in het bijzonder ten aanzien van de situatie in Syrië en via de door Iran gesteunde terroristische organisatie Hezbollah, en blijft bewerkstelligen dat de EU zich voortdurend inspant voor verbetering van het respect voor mensenrechten in Iran.

Oostelijke buurlanden: Wit-Rusland, Georgië en Oekraïne

De verkiezingen in Wit-Rusland verliepen volgens verwachting niet vrij, noch eerlijk en transparant. De OVSE/ODIHR-waarnemingsmissie constateerde nauwelijks verbeteringen ten opzichte van eerdere verkiezingen. Het kabinet ziet dit als een gemiste kans voor het regime van Loekasjenko, zoals ook door HV Ashton en Commissaris Füle is verklaard. Het ziet in het verloop van deze verkiezingen geen reden het beleid te herzien. Zolang Wit-Rusland de politieke gevangenen niet vrijlaat en rehabiliteert, en het maatschappelijk middenveld blijft onderdrukken, dient de druk van de EU op het regime door middel van sancties, waaronder het inreisverbod en de bevriezing van financiële tegoeden van personen en/of entiteiten die het regime ondersteunen, te worden gehandhaafd. Het kabinet is daarom tevreden dat de Raad deze sancties met een jaar zal verlengen. Het blijft gecommitteerd aan steun aan het maatschappelijk middenveld, zowel bilateraal als in EU-verband. Het kabinet spant zich er in dat verband voor in dat de EU bij Wit-Rusland blijft aandringen op medewerking aan visumfacilitatie, die het vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld gemakkelijker zou maken naar de EU te reizen.

De parlementsverkiezingen in Georgië op 1 oktober jl. leverden een overwinning op voor de partijen verenigd in de alliantie «Georgian Dream» onder leiding van Bidzina Ivanishvili. Het OVSE/ODIHR-rapport was over het algemeen positief in zijn oordeel, ondanks enkele zorgen, bijvoorbeeld over de hoge mate van polarisatie. Het kabinet hoopt dat President Saakashvili, het nieuwe parlement en een nieuwe regering in de komende periode goed zullen samenwerken om een ordentelijke transitie mogelijk te maken. Tevens verwacht de regering dat een nieuwe Georgische regering de ingezette hervormingen met voortvarendheid ter hand zal nemen.

Op 28 oktober a.s. vinden ook parlementsverkiezingen in Oekraïne plaats. Samen met een einde aan selectieve rechtspraak en de hervatting van de hervormingsagenda, zijn vrije en eerlijke verkiezingen een voorwaarde voor tekening van het associatie- en vrijhandelsakkoord door de EU. Het kabinet houdt eraan vast dat aan al deze voorwaarden moet zijn voldaan, voordat tot tekening kan worden overgegaan.

(evt.) EU-ASEM Top

De ministers bespreken mogelijk de voorbereiding van de topontmoeting van de Asia-Europe Meeting (ASEM). Deze vindt op 5 en 6 november a.s. plaats in Vientiane, Laos. Het thema van deze bijeenkomst is «Friends for Peace, Partners for Prosperity». Op de agenda staan mondiale en regionale kwesties, economische en financiële relaties, sociale en culturele samenwerking en de toekomstige oriëntatie van ASEM. Minister Rosenthal is voornemens aan de bijeenkomst deel te nemen.

Mali

Afgelopen augustus is de nieuwe Malinese transitieregering onder minister-president Diarra aangetreden. Ondanks deze stap vordert het transitieproces traag. Zo is de Nationale Conventie, die een routekaart voor transitie moet opstellen, nog niet van start gegaan. De politieke situatie in het noorden van Mali blijft onverminderd zorgelijk, evenals de mensenrechten- en humanitaire situatie.

Afgelopen september heeft de Malinese regering ECOWAS formeel verzocht om materiële en logistieke steun bij de hervorming van het leger en de herovering van het noorden. De Malinese regering vroeg op 18 september jl. ook de EU om steun bij de bevrijding van Noord-Mali, met een concrete behoeftestelling die het hele spectrum van opleiding, materiële ondersteuning en inzet van troepen omvat. Tot slot heeft Mali de VNVR verzocht om een mandaat voor een ECOWAS-interventie.

Het kabinet is bezorgd over de trage voortgang van het transitieproces en steunt de inspanningen van regionale organisaties. Een eventuele ECOWAS-interventie verzekerd dient te zijn van een mandaat van de VN-Veiligheidsraad. Het is van groot belang deze crisis op een geïntegreerde wijze, waarin het diplomatieke spoor goed is verankerd, het hoofd te bieden. Grotere betrokkenheid van regionale niet-ECOWAS-leden, zoals Algerije, Mauritanië en Tsjaad, kan bijdragen aan het vinden van een oplossing voor het conflict. Het kabinet blijft met andere EU-donoren de voortgang in het Malinese transitieproces nauw volgen als voorwaarde voor geleidelijke hervatting van de ontwikkelingssamenwerking met de Malinese overheid. De RBZ zal overwegen hoe te reageren op de crisis in Mali en of steun vanuit de EU verder moet worden uitgewerkt.

Democratische Republiek Congo / Grotemeren-gebied

Naar verwachting zal in november het eindrapport van de VN Group of Experts over de situatie in het oosten van de Democratische Republiek Congo (DRC) verschijnen. Rwanda ontkent tot op heden de beschuldigingen van directe materiële en financiële steun aan muiterij en gewapende groepen in het oosten van de DRC, zoals geuit in het VN Group of Experts rapport van afgelopen juni. De veiligheids- en humanitaire situatie in het oosten van de DRC blijft ondanks het staakt-het-vuren zorgelijk. Naar aanleiding hiervan komt DRC kort aan de orde tijdens de RBZ.

Mede op aandringen van Nederland is in het licht van deze ontwikkelingen besloten dat de EU alle nieuwe begrotingssteun aan Rwanda voorlopig zal aanhouden. Nederlandse sectorale begrotingssteun aan Rwanda is eveneens voorlopig aangehouden.

Het kabinet onderschrijft de oproepen van de EU tot het beëindigen van steun aan gewapende groepen in het oosten van de DRC en tot het aangaan van een constructieve dialoog. Daarbij is van belang dat DRC ook op haar verantwoordelijkheden wordt aangesproken, zoals het nemen van maatregelen op het gebied van security sector reform, de hervorming van het leger en de aanpak van straffeloosheid.

1) Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer