Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 25 oktober 2016
Hierbij treft u, conform de toezegging tijdens het Algemeen Overleg Noodhulp van 23 juni
jl. (Kamerstuk 32 605, nr. 190) en mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, informatie over de mogelijkheden
tot het verlenen van steun aan Noord Syrië (Kobani).
Het conflict in Syrië gaat onverminderd door en de humanitaire noden in het land zijn
hoog. De complexiteit van het conflict en de onveiligheid maakt het leveren van hulp
vaak erg moeilijk. Nederland steunt de onderhandelingen over een vredesakkoord en
heeft sinds 2012 358 miljoen euro aan humanitaire middelen ter beschikking gesteld
voor de Syrië regio. Daarnaast steunt Nederland de gematigde Syrische oppositie en
de bevolking in de door hen gecontroleerde gebieden met programma’s gericht op stabilisatie
en basisvoorzieningen, zoals Access to Justice en Community Security
(AJACS), White Helmets en het Syria Recovery Trust Fund (SRTF). In deze brief wordt verder ingegaan op de Nederlandse inzet in Koerdische gebieden
in Noord-Syrië en specifiek in Kobani.
Situatie in Noord-Syrië
Het geven van hulp in Noord-Syrië is erg gecompliceerd vanwege de aanwezigheid van
veel actoren met tegengestelde belangen. De PYD, een van de dominante actoren in de
regio, vormt voor veel donoren een belemmering om actief in de regio te investeren.
De gewapende tak van de PYD, de YPG, en andere gelieerde strijdgroepen in het kader
van Syrian Democratic Forces (SDF), zijn weliswaar belangrijke militaire partners van de coalitie in de strijd tegen
ISIS, er kleven echter ook een aantal bezwaren aan nauwere samenwerking met deze groepen.
In de heroverde gebieden heeft de Syrisch-Koerdische PYD inmiddels veel Arabische
inwoners verdreven en is er geen sprake van democratisch of pluralistisch bestuur.
Amnesty International en andere organisaties berichten over mensenrechtenschendingen
door deze groepen, waaronder gedwongen rekrutering van kindsoldaten. Ook voert de
PYD een gewapende strijd tegen de gematigde oppositiegroepen die gesteund worden door
onder meer de VS en Nederland.
Er bestaan zorgen over de banden die de PYD onderhoudt met het Assad-regime. Ook onderhoudt
de PYD directe banden met de PKK, een door de EU als terroristisch bestempelde organisatie.
Het gevaar bestaat dat geboden hulp hierdoor in verkeerde handen terecht komt. Een
zorgvuldige afweging van de risico’s bij het geven van hulp aan Noord Syrië is dan
ook cruciaal.
Nederlandse steun aan Noord-Syrië
Op politiek vlak wordt er door middel van discrete steun aan politieke processen,
mede gefinancierd door Nederland, dialoog bevorderd tussen de verschillende Koerdische
groepen ten behoeve van stabilisatie en bevordering van meer inclusief politiek bestuur.
Ook zijn Koerdische groepen zowel direct als indirect betrokken bij het onderhandelingsproces
in Geneve.
Momenteel financiert Nederland de organisatie Mines Advisory Group (MAG), die land ontmijnt en onderwijs biedt over de risico’s van explosieven in Al-Hasakah
zodat de bevolking kan beginnen met de wederopbouw in dit gebied. Daarnaast steunt
Nederland projecten op het gebied van bevordering van dialoog/mensenrechten, onderwijs
en vrouwenrechten in Noord-Syrië.
Nederland steunt ook projecten voor Syrisch-Koerdische vluchtelingen in Irak. Via
het EU-MADAD-fonds en via Nederlandse hulporganisaties wordt er zowel humanitaire
hulp als onderwijsmogelijkheden geboden aan Syrische Koerden in Irak.
Opties voor humanitaire hulp aan Kobani
Humanitaire toegang is momenteel in veel gebieden in Syrië problematisch. In Kobani
is de toegang erg slecht en per dag verschillend. Er is vaak wel vervoer van mensen
mogelijk, maar niet altijd van goederen. Een gebrek aan toegang vanuit Turkije tot
het noordelijke deel van het gebied rondom Kobani maakt het leveren van goederen hier
in de praktijk onmogelijk. De humanitaire hulp wordt nu in beperkte mate verschaft
via Irak. Nederland ondersteunt in 2016 met 10 miljoen euro het VN Pooled Fund in
Gaziantep dat cross-border hulp levert vanuit Turkije. Zij leveren hulp op basis van
noden, ook in het noorden van Syrië, en hebben wel toegang tot bijvoorbeeld al-Hasakeh.
Opties voor stabilisatie in Kobani
Vlak na herovering van Kobani gaf Turkije toestemming om hulp over de grens te verlenen.
Duitsland heeft destijds eerste steun kunnen leveren. Ook is er een aantal ontmijningspogingen
gedaan. Sindsdien is het echter nagenoeg onmogelijk om steun aan Kobani en veel van
de noordelijke gebieden in Syrië te leveren. Door de striktere controle die Turkije
over de grens uitoefent is de toegang tot dit gebied zeer beperkt. Daarnaast maakt
PYD-aanwezigheid het moeilijk om neutrale hulp te verlenen zelfs wanneer toegang wel
mogelijk is via bijvoorbeeld de grens met Irak.
Conclusie
De huidige mogelijkheden om op verantwoorde wijze steun aan Koerden in Noord-Syrië
uit te breiden zijn beperkt. Het kabinet houdt de ontwikkelingen ter plaatse nauwgezet
in de gaten en zal blijven volgen of er zich aanvullende mogelijkheden voordoen voor
hulp aan dit gebied.
De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, E.M.J. Ploumen