Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201632620 nr. 167

32 620 Beleidsdoelstellingen op het gebied van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Nr. 167 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 maart 2016

Hierbij informeer ik u over de voortgang van het stimuleringsprogramma betrouwbare publieke gezondheid, dat in 2015 van start is gegaan. Hieronder schetsen we kort wat de aanleiding was voor dit programma.

In veel gevallen hebben mensen zelf invloed op hun gezondheid en de wijze waarop ze zich tegen gezondheidsrisico’s verzekeren. De overheid heeft een primaire rol als mensen zelf geen of weinig invloed kunnen hebben op de gezondheidsrisico’s, zoals bij infectieziekten of effecten vanuit het milieu. In die gevallen mag iedereen ervan uitgaan dat de overheid de nodige collectieve voorzieningen treft om de volksgezondheid te beschermen, bewaken en bevorderen. De overheid is verantwoordelijk voor een adequaat stelsel voor publieke gezondheid om indien mogelijk gezondheidsrisico’s te voorkomen. We willen allemaal dat er gelet wordt op de veiligheid van ons voedsel, dat snel wordt ingegrepen bij een uitbraak van een infectieziekte, dat de autoriteiten goed zijn voorbereid op crises en rampen en dat het gezondheidsbeleid is gebaseerd op goede gegevens over de gezondheidstoestand van de lokale bevolking. Ook hebben we allemaal belang bij goed toezicht op bijvoorbeeld kinderopvang en ondernemers voor gebruik van tatoeage- en piercingmaterialen. Daarom hebben we dit in de brief «betrouwbare publieke gezondheid» (Kamerstuk 32 620, nr. 132) uitgewerkt naar 4 kerntaken voor de GGD organisaties: monitoring en signalering, gezondheidsbescherming (infectieziektebestrijding, medische milieukunde en technische hygiënezorg), optreden bij crises en toezicht. Deze 4 taken zijn het fundament van de publieke gezondheid. Ze vragen een gespecialiseerde deskundigheid, een hoge mate van continuïteit en duidelijke aanspreekpunten (zowel voor de lokale als landelijke overheid).

We willen erop kunnen vertrouwen dat dat fundament op orde is. Waar nodig willen we het verder versterken en de kwaliteit ervan stevig borgen. Bovendien zijn er op dit moment nieuwe kansen voor verbetering van het effect en bereik van de publieke gezondheid, die stimulans verdienen, zoals de integrale aanpak in het lokale sociale domein, en de toenemende samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraars, ook op het gebied van preventie.

Om die borging ook daadwerkelijk gestalte te geven hebben het Ministerie van VWS en de VNG samen besloten om, in samenwerking met GGD GHOR Nederland en het RIVM, de gemeenten en GGD’en te ondersteunen bij het verbeteren van de publieke gezondheid door een meerjarig stimuleringsprogramma publieke gezondheid op te zetten. Met dit programma geven VWS en VNG een impuls aan de publieke gezondheid en de (her)positionering van de GGD’en daarbinnen.

In onze voortgangsbrief van 5 oktober 2015 (Kamerstuk 32 620, nr. 166) hebben wij u op de hoogte gesteld van de eerste trajecten die in het kader van het stimuleringsprogramma zijn uitgevoerd. Ook hebben wij u toegezegd om u, zodra de resultaten van deze eerste trajecten beschikbaar waren, te informeren over de benodigde inspanningen om de doelstellingen van het stimuleringsprogramma binnen de geplande periode van 3 jaar te bereiken. Met deze brief doen wij deze toezegging graag gestand.

In onze brief over betrouwbare publieke gezondheid van augustus 2014 hebben we aangegeven dat we op het terrein van de publieke gezondheid drie doelstellingen hebben. Deze worden ook gesteund door de VNG.

  • 1. Meer zicht te krijgen op de inzet en effectiviteit van de publieke gezondheid,

  • 2. De vier pijlers1 van de GGD’en inhoudelijk verder uit te bouwen en waar nodig te versterken.

  • 3. De relatie van de publieke gezondheid in het sociaal domein te versterken. En als onderdeel daarvan de GGD te positioneren in het sociaal domein, bij het NPP en bij de aanpak van sociaaleconomische gezondheidsverschillen (SEGV).

Met betrekking tot de inzet en effectiviteit van de publieke gezondheid heeft het RIVM een uitgebreide analyse gedaan om te bepalen welke thema’s uit de wet publieke gezondheid (Wpg) een totaalbeeld over de werking en effectiviteit van het stelsel geven. Daarbij zijn 9 thema’s in de publieke gezondheidszorg onderscheiden. Het betreft: gemeentelijk gezondheidsbeleid, epidemiologie, gezondheidsbevordering, jeugdgezondheidszorg (JGZ) ouderengezondheidszorg, Infectieziektebestrijding, technische hygiëne zorg (THZ),medische milieukunde (MMK), rampen en crises.

Aan deze negen thema’s is als tiende thema sociaaleconomische gezondheidsverschillen (SEGV) toegevoegd. Dit thema is een belangrijk onderdeel van ons beleid, waarvoor expliciete aandacht noodzakelijk is. De 10 thema’s geven een goed beeld waar het om gaat in de Wet publieke gezondheid. Als we op deze thema’s de adequate informatie kunnen verzamelen, dan kunnen we tot een oordeel komen over de inzet en effectiviteit van het stelsel van publieke gezondheid.

Voor de 10 thema’s wordt een handzame set indicatoren ontwikkeld waarmee eind 2016 uitspraken kunnen worden gedaan over de effectiviteit van het stelsel.

Voor wat betreft de tweede doelstelling van het Stimuleringsprogramma: de vier pijlers van de GGD’en inhoudelijk verder uitbouwen en waar nodig versterken, heeft GGD GHOR Nederland in kaart gebracht wat op dit moment de activiteiten en inzet van de GGD’en gezamenlijk zijn voor de vier bovengenoemde pijlers. Een soort «foto» van de werkelijkheid op geaggregeerd niveau.

Deze rapportage,»de publieke gezondheid borgen», geeft een eerste inzicht in de staat van de GGD’en» en is bij deze brief gevoegd als bijlage 12.

In het rapport wordt op gestructureerde wijze een overzicht geboden op welke thema’s inzet van de GGD mogelijk is, hoe groot die inzet is, wat de meerwaarde van de inzet is en er wordt een doorkijkje naar de toekomst gegeven: welke ontwikkelingen verwachten de GGD’en en wat zal het effect ervan zijn voor hun werkzaamheden. Ook vraagt GGD GHOR Nederland in het rapport aandacht van de bestuurders. Enerzijds voor de kwetsbaarheid van de vier pijlers en anderzijds voor hun ambitie om tot een meer proactieve inzet van de GGD’en te komen.

Het GGD GHOR Nederland rapport laat zien dat een voldoende inzet van personeel niet over de volle linie van de vier pijlers een vanzelfsprekendheid is. GGD GHOR Nederland noemt in zijn rapport een aantal onderwerpen waarop verdere versterking van de publieke gezondheidszorg en de GGD’en zou moeten plaatsvinden. Deze zullen voor de zomer worden uitgewerkt in een werkprogramma. Onderdeel daarvan is het gezamenlijk (professionals, lokale bestuurders, landelijke overheid) ontwikkelen van veldnormen en die bestuurlijk vast te stellen voor de vier pijlers van de GGD.

Het rapport van GGD GHOR Nederland is een signaal dat de uitvoering van de kerntaken van de GGD’en in Nederland kwetsbaar, en mogelijk te kwetsbaar, is. En hoewel wij de inzet van alle partijen waarderen en steunen, maken wij ons zorgen over het tempo van de voortgang van het stimuleringsprogramma. Daarom zal de IGZ, in vervolg op het rapport van de IGZ over infectieziektebestrijding uit 2015, nader onderzoek doen naar de uitvoering van de taken van de GGD, voor zover deze samenhangen met de 4 pijlers uit de kamerbrief betrouwbare publieke gezondheid. De IGZ zal dit jaar starten met een update van het onderzoek infectieziektebestrijding uit 2015, waarbij er specifiek aandacht zal zijn hoe verschillende GGD’en ervoor staan opdat er niet alleen zicht is op de stand van zaken binnen de GGD’en over de gehele linie maar ook specifiek op individueel GGD niveau. Ook start de IGZ dit jaar een nieuw onderzoek naar de JGZ. Voor de overige pijlers betreft het onderzoek waarvoor de IGZ een nieuw toetsingskader zal moeten ontwikkelen nadat de veldnormen hiervoor zijn vastgesteld. De IGZ zal ter voorbereiding hierop bij de GGD’en nagaan hoe zij intern sturen op de vier pijlers. Het streven is om u hierover in november te kunnen informeren.

Met betrekking tot de derde doelstelling van het Stimuleringsprogramma, verbinding van de publieke gezondheid met het sociale domein, hebben we kunnen constateren dat er al veel wordt samengewerkt en dat men elkaar vanuit de verschillende domeinen, op landelijk en op lokaal niveau steeds meer opzoekt. Gemeenten geven aan vooral behoefte te hebben aan instrumentarium om de verbinding tussen publieke gezondheid en het sociaal domein tot stand te brengen. Een aantal landelijke programma’s ondersteunt gemeenten daarbij ook. Genoemd kunnen worden: Jongeren op gezond gewicht (JOGG), waarbij partijen zich inzetten voor een gezonder gewicht onder jongeren (0–19 jaar) in wijken waar het percentage overgewicht hoog is. Of het programma Kans voor de Veenkoloniën, waar het streven is door een bredere aanpak de sociaaleconomische gezondheidsverschillen te verkleinen. Ook het programma Gezond in… geeft gemeenten instrumenten en middelen om sociaaleconomische gezondheidsverschillen te verkleinen. Ook is een relatie gelegd met de ontwikkeling van een integrale aanpak voor preventie in de wijk door het RIVM. VWS en VNG zijn aangehaakt bij het initiatief van de Agenda voor de Zorg om wijkprofielen op maat toe te kunnen passen. Hiermee ontwikkelen we een instrumentenkist met effectieve aanpakken die bij een bepaald wijkprofiel horen.

Daarnaast wordt overwogen om in alle GGD regio’s bijeenkomsten te organiseren van de GGD en organisaties die actief zijn in het sociale domein (Jeugd en WMO), om de meerwaarde van de samenwerking tussen publieke gezondheid en het sociaal domein onder de aandacht te brengen aan de hand van een aantal concrete lokale voorbeelden. Ook aan de relatie tussen publieke gezondheid en het fysieke domein (bijvoorbeeld de leefomgeving, zoals de inrichting van een wijk, of voldoende ruimte voor bewegen in een gezonde omgeving of de effecten van de aanleg van een snelweg op de leefomgeving/luchtkwaliteit) zal tijdens deze bijeenkomsten aandacht worden geschonken, gelet op de inwerkingtreding van de Omgevingswet (met expliciete aandacht voor gezondheid) in 2018.

Aan ZonMw en andere landelijke thema- en kennisinstituten is gevraagd om expliciet aandacht te schenken aan de relatie tussen het sociaal domein en de publieke gezondheid in de diverse programma’s en daar waar nuttig en mogelijk, verbindingen tot stand te brengen in de projecten en trajecten die onder hun verantwoordelijkheid worden uitgevoerd.

De eerste resultaten van het stimuleringsprogramma geven inzicht en systematiek om tot uitspraken over de effectiviteit van het stelsel van publieke gezondheid te komen. Het is ook duidelijk geworden dat er met prioriteit inzicht dient te worden verstrekt in de uitvoering van alle GGD taken voor zover ze samenvallen met de 4 pijlers uit de kamerbrief betrouwbare publieke gezondheid. Samen met bestuurders van gemeenten werken we instrumenten die de relatie tussen publieke gezondheid en het sociale domein bevorderen verder uit. Daarmee borgen we een goed fundament voor het stelsel van publieke gezondheid en kunnen we de kansen benutten die voortkomen uit een betere koppeling met het sociale domein.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn


X Noot
1

Pijlers zijn monitoren, gezondheidsbescherming (Infectieziektenbestrijding, Medische milieukunde en Technische hygiënezorg), coördinatie bij crises en toezicht.

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl