De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
In artikel I wordt onderdeel B als volgt gewijzigd:
1. Er wordt een aanhef ingevoegd, luidende: Artikel 135 wordt als volgt gewijzigd:.
2. Voor de huidige tekst wordt de aanduiding «6.» geplaatst.
3. Voor onderdeel 6 worden drie onderdelen ingevoegd, luidende:
1. Na het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
2. In het vijfde lid wordt na de tweede volzin een volzin ingevoegd, luidende: Lid 2,
lid 3 en lid 3a zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Na het vijfde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
-
5a. Voorafgaand aan de vaststelling van de jaarrekening geeft de algemene vergadering
van een vennootschap, bedoeld in artikel 383b, een oordeel over de wijze waarop het
bezoldigingsbeleid in het afgelopen boekjaar in praktijk is gebracht. Lid 2 en lid 3
zijn van overeenkomstige toepassing.
Toelichting
Indiener beoogt met dit amendement het draagvlak voor het beloningsbeleid bij de Algemene
Vergadering van Aandeelhouders (hierna: AVA) en de Ondernemingsraad (hierna: OR) te
versterken en de verantwoording over het beloningsbeleid te verbeteren. Dit wordt
bereikt door een tweetal wijzigingen in artikel 135 van Boek 2 van het Burgerlijk
Wetboek door te voeren:
-
1. De benodigde meerderheid in de AVA voor de vaststelling of goedkeuring van het beloningsbeleid
en de vaststelling van een aandelen- en optieplan worden afhankelijk van het standpunt
van de OR en;
-
2. Er wordt een verantwoordingmoment vastgelegd over het beloningsbeleid.
De vaststelling van het beloningsbeleid voor het bestuur geschiedt nu door de AVA.
Dat blijft zo, maar de benodigde meerderheid bij de besluitvorming wordt afhankelijk
van het standpunt van de OR. Als de OR een positief standpunt over het beloningsbeleid
inneemt, is een absolute meerderheid (meer dan de helft) vereist in de AVA, bij een
negatief standpunt is dat een meerderheid van twee derde. De versterkte meerderheid
geldt slechts, indien de OR een afwijzend standpunt bepaalt. Ziet de OR ervan af een
standpunt in te nemen, dan kan de AVA bij volstrekte meerderheid besluiten.
Het bezoldigingsbeleid dient verschillende, mogelijk tegenstrijdige belangen te verenigen.
De vennootschap dient goed gekwalificeerde bestuurders te kunnen aantrekken. Aandeelhouders
zullen wensen dat het bezoldigingsbeleid bevordert dat bestuurders de belangen van
aandeelhouders voldoende in aanmerking nemen. Tegelijk zijn de onderlinge verhoudingen
binnen de onderneming erbij gebaat dat het bezoldigingsbeleid op voldoende draagvlak
berust en dat de interne beloningsverhoudingen voldoende in aanmerking worden genomen.
Dit amendement beoogt aan de verschillende belangen recht te doen. Het samenspel tussen
AVA en OR waarborgt dat het beloningsbeleid zowel wordt afgestemd op het belang van
de aandeelhouders als op het belang van de onderneming. Hetzelfde geldt voor de vaststelling
van een aandelen- en optieplan voor bestuurders.
Daarnaast worden open NV’s zoals beursvennootschappen verplicht om jaarlijks verantwoording
aan de OR en de AVA af te leggen over de uitvoering van het bezoldigingsbeleid. Nu
ontbreekt nog een specifiek verantwoordingsmoment: de verantwoording over de uitvoering
van het bezoldigingsbeleid is slechts een onderdeel van de jaarrekening.
Het oordeel van de OR en de AVA is niet bindend, dus de beleidsvrijheid van de vennootschap
wordt daardoor niet aangetast. Een negatief oordeel over de uitvoering van het bezoldigingsbeleid
behoeft de vaststelling van de jaarrekening niet in de weg te staan; de jaarrekening
behelst immers veel meer dan een verslag over de uitvoering van het bezoldigingsbeleid.
Maar het bestuur en de raad van commissarissen worden wel gedwongen tot specifieke
verantwoording over bijvoorbeeld bonussen.
Schouw