32 500 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2011

Nr. 204 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 juli 2011

Hierbij ontvangt u de resultaten van het onderzoek «Nulmeting topfunctionarissen. Weergave bezoldigingsniveau van topfunctionarissen in een deel van de culturele sector» uitgevoerd door bureau Berenschot.1

WNT

Begin dit jaar heeft de minister van BZK het Wetsvoorstel normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) naar uw Kamer gestuurd (kamerstuk 32 600). Na aanvaarding door de Tweede en de Eerste Kamer zal de wet ook van toepassing zijn op de bezoldiging van bestuurders in de cultuursector. In het wetsvoorstel is naast een wettelijk bezoldigingsmaximum van € 223 666 (= het salaris + de onkosten + het pensioen) de mogelijkheid opgenomen om voor een sector een lager maximum dan de wettelijke norm vast te stellen.

Onderzoek Berenschot

Bureau Berenschot heeft onderzocht hoe de bezoldiging van topfunctionarissen in de culturele sector eruit ziet. De onderzoekers hebben zich daarbij gebaseerd op 20092. Uit het onderzoek blijkt dat in de onderzochte groep culturele instellingen geen enkele instelling de voorgestelde totale WNT-norm (niveau 2009) overschrijdt. De bezoldiging van een groot deel van de bestuurders in de cultuursector ligt in 2009 zelfs ver van die norm af.

Lagere norm in de cultuursector

Gezien de resultaten van het onderzoek ben ik van mening dat het reëel is om voor de cultuursector een lager bezoldigingsmaximum dan de wettelijke norm in te voeren. Omdat de cultuursector zeer divers is, zal ik waarschijnlijk per deelsector differentiatie toepassen. De hoogte van het sectorale maximum zal ik de komende tijd in overleg met het veld bepalen. Ik wil het verlaagde plafond gelijktijdig met het nieuwe stelsel invoeren per 1 januari 2013.

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

H. Zijlstra


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

X Noot
2

Gegevens over 2010 waren ten tijde van het onderzoek nog niet voorhanden.

Naar boven