Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132500-VIII nr. 201

32 500 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2011

Nr. 201 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 juni 2011

Aanleiding voor deze brief

Op 13 december 2010 heb ik een (wetgevings)overleg gevoerd met de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het onderdeel cultuur van de begroting 2011 van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap1. In dit overleg heb ik toegezegd de Kamer met de Voorjaarsnota te informeren over de stand van zaken van de gesprekken met het Interprovinciaal Overleg (IPO) over de nationaal historische centra (bedoeld zijn de regionale historische centra) en over het overleg met de Rijksgebouwendienst over de huisvesting van de Regionale Historische Centra (RHC’s). De RHC’s zijn de organisaties die onder meer beheerder zijn van de statische rijksarchieven in de archiefbewaarplaatsen in de provincie. In de provincie Zuid-Holland fungeert het Nationaal Archief als (provinciale) rijksarchiefbewaarplaats.

Met deze brief informeer ik u over genoemde onderwerpen.

Stand van zaken gesprekken (IPO)

Met mijn brief over het cultuurbeleid van 6 december 2010 aan uw Kamer2 heb ik aangegeven dat mijn uitgangspunt ten aanzien van het beheer en de toegankelijkheid van archieven is dat de verschillende overheden financieel en bestuurlijk verantwoordelijk zijn voor de eigen archieven. Dit uitgangspunt heeft met name gevolgen voor provincies, die hun archief onderbrengen bij RHC’s. De provincies stelden hiervoor geen financiële bijdrage beschikbaar en zijn bereid dat in de toekomst wel te doen. Met de provincies is afgesproken dat zij, net als andere overheden, verantwoordelijkheid gaan dragen voor beheer en toegankelijkheid van de eigen overgedragen provinciale archieven. Hiervoor stellen de provincies per 1 januari 2012 structureel € 5 miljoen beschikbaar aan de 11 RHC’s en aan het Nationaal Archief, waar het archief van de provincie Zuid-Holland wordt beheerd. Ter uitvoering van de gemaakte afspraken wordt de Archiefwet 1995 gewijzigd, Tevens dient het bedrag van € 5 miljoen toebedeeld te worden aan de 12 provinciale archiefbewaarplaatsen.

Wijziging Archiefwet 1995

Het wetsvoorstel tot wijziging van de Archiefwet 1995, waarmee onder meer de gewijzigde bestuurlijke verantwoordelijkheid wettelijk wordt vastgelegd, is in voorbereiding. Het advies van de Raad voor Cultuur verwacht ik uiterlijk 1 juli 2011. Ik ben voornemens het wetsvoorstel in januari 2012 aan uw Kamer aan te bieden.

Provinciale bijdragen ad € 5 miljoen

Over de verdeling van de bijdrage van € 5 miljoen uit de provinciale begroting vindt overleg plaats met IPO, VNG en het ministerie van BZK. Uitgangspunt is dat de bijdrage per provincie zo gelijk mogelijk is aan de werkelijke kosten die het beheer van het provinciaal archief met zich meebrengt. Tevens hebben de provincies aangegeven de kosten van huisvesting buiten de toerekening van hun bijdrage te willen houden. Ik zal hieraan gevolg geven, aangezien de RHC’s grotendeels deel uitmaken van het rijkshuisvestingsstelsel. Overigens loopt parallel aan de verdeling van de bijdrage uit de provinciale begroting, het proces van de toerekening van een korting van € 5 miljoen op 11 RHC’s die voortvloeit uit het regeerakkoord. Het Nationaal Archief loopt mee in de taakstelling van de rijksoverheid.

Mijn streven is erop gericht om medio juli 2011 met IPO en VNG tot overeenstemming te komen over de toerekening van zowel de korting als de provinciale bijdrage van € 5 miljoen.

Huisvesting Regionale Historische Centra

Tijdens het genoemde wetgevingsoverleg van 13 december 2010 heeft de vaste commissie voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur haar zorg uitgesproken over de hoogte van de (stijgende) huurkosten in relatie tot (de korting op) het budget van de RHC’s.

De RHC’s, met uitzondering van RHC Flevoland, zijn gehuisvest binnen het rijkshuisvestingsstelsel, wat inhoudt dat de RHC’s (een deel van) hun huisvesting huren van de Rijksgebouwendienst. Het Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf (RVOB) van het ministerie van Financiën heeft in 2011 de panden van drie RHC’s (in Haarlem, Middelburg en Den Bosch) getaxeerd. Uit het taxatieonderzoek bleek dat de waardes die de Rijksgebouwendienst voor de betreffende panden hanteert en de huurvergoedingen die daarop zijn gebaseerd, marktconform zijn. De huurkosten voor de RHC’s komen derhalve, ook als sprake is van huisvesting in een monumentaal pand, overeen met huurkosten die in «de vrije markt» betaald zouden moeten worden. Bij de start van het Rijkshuisvestingsstelsel in 1999 zijn de RHC's gecompenseerd voor de huurkosten. Evenals bij de musea wordt jaarlijks gekeken of de door de Rgd toegepaste indexering binnen de begroting van OCW kan worden gecompenseerd.

De meeste rijksgesubsidieerde musea zijn ook gehuisvest binnen het rijkshuisvestingsstelsel. In het kader van een evaluatie van dat rijkshuisvestingsstelsel zal het kabinet -samen met de musea, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het ministerie van Financiën- de mogelijkheid en wenselijkheid onderzoeken van overdracht van het eigendom van de gebouwen aan de museale instellingen. De resultaten van dit onderzoek zullen worden betrokken bij de positie van de huisvesting van RHC’s.

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

H. Zijlstra


X Noot
1

Kamerstukken II 2010/11, 32 500 VIII, nr. 129.

X Noot
2

Kamerstukken II 2010/11, 32 500 VIII, nr. 75.