32 500 V Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2011.

Nr. 193 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 juni 2011

Tijdens het algemeen overleg op 18 juni 2009 verzocht uw Kamer mijn voorganger om periodieke rapportage over de situatie en de Nederlandse beleidsactiviteiten in China. De huidige rapportage beslaat de periode begin 2010 tot en met april 2011 en gaat onder meer in op de uitvoering van de motie Peters over een side-event met kritische Chinese kunstenaars tijdens de Wereldexpo (32 123 V, nr. 44). Ook wordt ingegaan op de toezegging van mijn voorganger om schade die door demonstranten werd toegebracht aan de Chinese ambassade te verhalen op de daders (Handelingen 3574 vergaderjaar 2008–2009). Daarnaast komt een aantal beleidsactiviteiten aan bod die andere ministeries regarderen. In een bijlage treft u een overzicht aan van een aantal belangrijke bilaterale bezoeken over en weer.1

Context

In de brief over de internationale oriëntatie van China (Kamerstuk 31 700 V, nr. 100) is een analyse gegeven van de strategische implicaties van de opkomst van China voor het buitenland beleid van China. Geconstateerd werd dat China wereldwijd zijn eigen belangen op meer assertieve wijze is gaan behartigen. In de periode begin 2010 tot en met april 2011, zette China de trend van nadrukkelijke profilering op het wereldtoneel door. Daarbij bleef de binnenlandse agenda voor China leidend, waarvan stabiliteit, economische groei, vermindering van de inkomensongelijkheid en de welvaartskloof de belangrijkste pijlers vormen. Deze nationale agenda bepaalt hoe China zich in zijn relaties met andere landen en internationale organisaties opstelt. De toegenomen economische macht van China vertaalt zich in een steeds assertiever optreden. Dat leidt soms tot spanningen, vooral daar waar China denkt dat zijn belangen in het geding zijn, zoals op het gebied van territoriale integriteit en soevereiniteit.

Binnenlandse ontwikkelingen

Het Vijfde Plenum van het 17e Centrale Comité van de Communistische Partij van China (CPC) vond van 15 tot en met 18 oktober 2010 plaats in Peking. Dit Plenum stond in het teken van het conceptadvies voor het twaalfde Vijfjarenplan. Daarnaast stemde de vergadering over enkele personele wijzigingen. De belangrijkste daarvan was de benoeming van vicepresident Xi Jinping tot vicevoorzitter van de Centrale Militaire Commissie van de Chinese Communistische Partij (CPC). Door deze benoeming kan Xi Jinping zonder meer worden aangemerkt als de beoogd opvolger van Hu Jintao als president van China in 2012. Traditiegetrouw is de president van China tevens secretaris-generaal van de CPC en voorzitter van de Centrale Militaire Commissie van de CPC.

De Staatsraad (het Chinese kabinet) heeft op basis van het advies van het Plenum van de CPC een concept voor het Vijfjarenplan opgesteld, dat tijdens de jaarlijkse vergaderingen van de Consultatieve Politieke Conferentie en het Nationale Volkscongres in maart 2011 werd besproken en vastgesteld. Het plan luidt een transformatie in van China’s economische ontwikkelingsmodel. Van een exportgedreven economie gebaseerd op voornamelijk laagwaardige productie en buitenlandse investeringen, wil China een economie worden met endogene groei, gedreven door innovatie. Tegelijkertijd verschuift het accent van economische groei in absolute zin naar een eerlijker verdeling van de welvaart onder de burgers, met aandacht voor de kwaliteit van leven en de leefomgeving. Veel aandacht gaat uit naar betaalbare huisvesting, sociale zekerheid, gezondheidszorg, onderwijs en milieu.

Het twaalfde Vijfjarenplan legt de nadruk sterk op de genoemde onderwerpen omdat de Chinese regering maatschappelijke onrust wil voorkomen. Het politieke systeem van China – en in het bijzonder de rol van de Communistische Partij daarin – wordt immers in belangrijke mate gelegitimeerd door het toegenomen aanzien van China in de wereld en het gestegen welvaartsniveau. Het is daarvoor van belang dat zoveel mogelijk mensen meeprofiteren van de welvaart, en dat tegenstellingen tussen arm en rijk, stad en platteland en de verschillende regio’s in China worden verkleind. Daarnaast ziet de Chinese regering ook de minderhedenproblematiek, corruptie en de toenemende inflatie als potentiële bronnen van maatschappelijke onrust die de positie van het leiderschap en het politieke systeem zou kunnen ondermijnen.

In het kader van deze inzet op welzijn, maar ook ter bevordering van de binnenlandse consumptie, vragen maatschappelijke kwesties als sociale zekerheid, gezondheidszorg en onderwijs dringend aandacht en een versnelde aanpak. De in 2009 in gang gezette hervorming van de zorgsector wordt krachtig voortgezet met als prioriteiten verbetering en uitbreiding van de zorgverzekering, herijking van de publieke gezondheidszorginstellingen en de invoering van een «Essential Drug Scheme». China behoort tot de landen met de hoogste TB prevalentie. Nieuwe initiatieven worden genomen om TB onder de migrantenpopulatie aan te pakken. Het aantal malariagevallen is spectaculair gedaald. China heeft sinds 2010 de doelstelling om in 2015 malariavrij te zijn met uitzondering van de Yunnan-provincie (grensgebied met Vietnam en Myanmar) en geheel malariavrij te zijn in 2020.

Op het gebied van sociale zekerheid werd eind oktober een belangrijke stap gezet met de aanvaarding van een nieuwe wet. Deze wet, die pensioenen en de zorgverzekering reguleert, treedt in juli 2011 in werking. De nieuwe wet regelt met name twee belangrijke zaken, namelijk het op termijn op nationaal niveau samenvoegen van sociale zekerheidsfondsen en de overdraagbaarheid van betaalde sociale zekerheidspremies naar een andere regio. Dit laatste is vooral van belang voor de circa 100 miljoen arbeidsmigranten in China. Tot nu toe moesten Chinese huishoudens zelf voorzien in pensioenen en medische zorg door te sparen. De EU heeft de Chinese overheid ondersteund bij de ontwikkeling van het nieuwe stelsel. In dat kader heeft een Chinese delegatie ook een bezoek gebracht aan Nederland.

Economie

In 2010 streefde China Japan voorbij als tweede economie ter wereld. Het is daarom niet verwonderlijk dat China steeds meer een bron van directe buitenlandse investeringen wordt. Chinese investeringen groeiden de laatste jaren snel in onder andere Afrika en Latijns Amerika, hetgeen mede valt terug te voeren op China’s alsmaar toenemende behoefte aan grondstoffen, energie en afzetmarkten. Maar ook in Europa hebben Chinese bedrijven recent aanzienlijke investeringen gedaan of aangekondigd. China is om uiteenlopende redenen geïnteresseerd om te investeren in Europese bedrijven en leningen te verstrekken aan Europese overheden. China bezit aanzienlijke deviezenvoorraden en is wereldwijd op zoek naar rendabele investeringsmogelijkheden. Investeringen vinden vooral plaats in strategische sectoren, zoals logistiek en infrastructuur (havens). Verder schept de economische situatie in Europa kansen voor Chinese investeerders om relatief goedkoop bedrijven te kopen. Door te produceren binnen de grenzen van de EU kunnen Chinese bedrijven betere toegang krijgen tot Europese markten en een groter marktaandeel verwerven. In sommige gevallen verkrijgt China daarmee hoogwaardige technologie. China heeft geen enkel belang bij ondermijning van het economisch herstel van Europa; dat zou immers de export naar de belangrijkste afzetmarkt van China bedreigen. Omdat China een aanzienlijke voorraad euro’s bezit, is het in het belang van China de koers van de euro op peil te houden. Een en ander betekent dat de economieën van de EU en China steeds verder verstrengeld raken.

Het economische potentieel van China, zowel in China zelf als in de vorm van Chinese investeringen in ons land, levert Nederland kansen op voor bedrijfsleven en kennisinstellingen, op gebieden als werkgelegenheid, onderwijs, technologie en cultuur. Dit loopt in de miljarden euro. Naast de sterk gegroeide bilaterale handel zet Nederland ook in op investeringen van China in Nederland (zie verder onder bilaterale betrekkingen).

In de tweede helft van 2010 beperkte China de export van zeldzame aardmetalen met 72%. Ook in vorige jaren heeft China de export van deze grondstoffen beperkt. Hoewel andere landen eveneens aanzienlijke voorraden van zeldzame aardmetalen bezitten, voorziet China momenteel vrijwel de gehele wereldmarkt. China stelt te willen voorkomen dat de voorraden in China snel uitgeput raken. Daarnaast kan beperking van de export buitenlandse bedrijven stimuleren hun productie naar China te verplaatsen. Mede in reactie op de prijsstijgingen die het gevolg waren van de Chinese exportbeperkingen zijn in andere landen voorbereidingen getroffen om oude mijnen te heropenen dan wel nieuwe te openen.

Oliemaatschappijen zullen terughoudend zijn olievoorraden te exploiteren in die delen van de Zuid-Chinese Zee waar conflicterende territoriale claims bestaan. Regionale organisaties kunnen door middel van dialoog de stabiliteit en daarmee het algemene investeringsklimaat bevorderen. Omgekeerd kan samenwerking tussen landen op het vlak van de ontwikkeling van energiebronnen een vertrouwenwekkende maatregel zijn, die op termijn bijdraagt aan de oplossing van territoriale claims. Energie is een terrein dat zich leent voor pragmatische samenwerking, zonder dat de betrokken partijen concessies doen ten aanzien van hun territoriale integriteit.

De afgelopen jaren is China zowel de grootste uitstoter van broeikasgassen geworden als de grootste investeerder in duurzame energie. China heeft ambitieuze nationale doelen gesteld op het gebied van windenergie, waterkracht, energie-efficiëntie en kernenergie. Ook experimenteert China met binnenlandse emissiehandel en innovatieve financieringsmechanismen. Een klimaatplan voor het komende decennium ten behoeve van vergroening van de economie is in de maak. Deze hoge klimaatambitie komt ook tot uitdrukking in het twaalfde Vijfjarenplan. Er zijn bindende nationale doelen in het plan opgenomen die in lijn liggen met de eerder door China uitgesproken ambitie de koolstofintensiteit van de Chinese economie voor 2020 met 40–45% te reduceren (aangekondigd als vrijwillige nationale actie in de context van het Kopenhagen-akkoord en vastgelegd in een besluit onder het klimaatverdrag in Cancún). Er is grote binnenlandspolitieke druk om deze doelen daadwerkelijk te halen.

In het najaar van 2010 organiseerde China een voorbereidende klimaattop in Tianjin. Het was de eerste keer dat China optrad als gastland voor klimaatonderhandelingen. De inzet van China tijdens de Klimaattop in Cancún heeft bijgedragen aan het vastleggen van de belangrijkste punten uit het Kopenhagen-akkoord in besluiten. Daarmee is het proces een stap vooruit gekomen. Bij de klimaatonderhandelingen hecht China met name belang aan stimulering van schone technologie en innovatie, markten, behoud van het Kyoto Protocol en erkenning van nationale inspanningen van ontwikkelingslanden. China is geen voorstander van bindende doelen voor ontwikkelingslanden en internationale controle.

Het Chinese klimaat- en energiebeleid en de groei ervan maakt China tot een grote concurrent op de internationale markt. Met name in de VS leidt de steun van de Chinese overheid voor de interne duurzame energiesector tot zorgen over concurrentievervalsing.

China in de regio

Per 1 januari 2010 is het vrijhandelsverdrag tussen China en de Association of South-East Asian Nations (ASEAN) in werking getreden. Hiermee is een vrijhandelszone ontstaan met het grootste aantal consumenten ter wereld. Als gevolg van het verdrag zullen de onderlinge handelstarieven tussen China en zes ASEAN-landen (Brunei, Indonesië, Maleisië, Singapore, Filippijnen en Thailand) voor 90% van de goederen worden verminderd. De overige vier ASEAN-landen (Vietnam, Cambodja, Laos en Birma) volgen in 2015.

Op 29 juni 2010 werd een Economic Cooperation and Framework Agreement (ECFA) getekend tussen de Straits Exchange Foundation, gevestigd in Taipei, en de Association for Relations Across the Taiwan Strait, die is gevestigd in Peking. Deze overeenkomst voorziet in vermindering van invoerheffingen voor een aantal producten en biedt een kader voor verdere liberalisering van de handel tussen Taiwan en het vasteland. De overeenkomst past in de voorzichtige toenadering die gaande is sinds 2008. De EU heeft bij monde van Hoge Vertegenwoordiger Ashton de totstandkoming van de ECFA verwelkomd. Deze ontwikkelingen moeten worden geduid in het licht van China’s streven om tot een (vreedzame) hereniging van Taiwan met het vasteland te komen.

Op 7 september 2010 kwam een Chinese vissersboot in aanvaring met twee schepen van de Japanse kustwacht in de omstreden wateren nabij een eilandengroep die door Japan als de Senkaku wordt aangeduid en door China als Diaoyu. Beide landen claimen soevereiniteit over de eilanden. Doorgaans wordt dit meningsverschil niet op de spits gedreven, maar dit keer werd voor het eerst de bemanning van een Chinees vissersschip door de Japanse kustwacht gearresteerd. Door het incident verslechterde de betrekkingen tussen beide landen. Eerst nadat de betrokken bemanning in september werd vrijgelaten nam de spanning af.

De langlopende territoriale geschillen in de Zuid-Chinese Zee kregen naar aanleiding van opmerkingen van de Amerikaanse Secretary of State Hillary Clinton tijdens de ASEAN Regional Forum op 23 juli 2010 hernieuwde aandacht. Nadat China in maart de soevereiniteitskwesties rondom de Zuid-Chinese Zee tot een kernbelang had verheven (net zoals Tibet en Taiwan dat zijn), merkte Clinton tijdens het forum op dat vreedzame beslechting van deze geschillen een Amerikaans nationaal belang is. Op 22 en 23 december 2010 vonden in Kunming gesprekken plaats tussen China en de ASEAN-landen over de implementatie van de in 2002 door ASEAN en China overeengekomen gedragscode in de Zuid-Chinese Zee. Het was de vijfde ontmoeting waarbij op werkgroepniveau gestreefd werd naar vervanging van de Declaration on the Conduct of Parties in the South China Sea door een bindend verdrag. Over de technische details voor een bindend verdrag kon echter geen overeenstemming worden bereikt. De gedragscode beoogt niet de beslechting van de maritieme grensgeschillen, maar enkel het behoud van stabiliteit en de veiligheid op zee.

Nederland neemt geen positie in met betrekking tot de territoriale conflicten in de Zuid-Chinese Zee en is van mening dat betrokken landen door vreedzame onderhandelingen tot een oplossing moeten komen.

Europese Unie

In de relatie tussen de EU en China werd nauwelijks vooruitgang geboekt. De EU-China Top van oktober 2010 leverde een magere verklaring op, er werd in 2010 slechts één mensenrechtendialoog gehouden en de onderhandelingen over de Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst stagneerden.

In september jl. voerde Hoge Vertegenwoordiger Ashton een Strategische Dialoog met Staatsraad Dai Bingguo, premier Wen Jiabao en minister van Buitenlandse Zaken Yang Jiechi. HV Ashton besprak onder andere de volgende onderwerpen: mensenrechten, binnenlandse uitdagingen van China, het wapenembargo, de Market Economy Status, regionale kwesties en klimaatverandering. Het was de eerste keer dat de EU een Strategische Dialoog voerde met China.

De EU-China top in oktober 2010 was de eerste top met China sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon. In de gezamenlijke verklaring lag de nadruk op economische vraagstukken. Daarnaast werden klimaat en energie genoemd. Echter, over de meer controversiële elementen, zoals Taiwan, het wapenembargo, de Market Economy Status en mensenrechten, kon geen overeenstemming worden bereikt. Daarover is dan ook niets in de verklaring opgenomen. Op economisch vlak bestond overeenstemming dat protectionisme en een wisselkoersoorlog vermeden dienen te worden. China gaf aan een actieve rol te zullen spelen tijdens de Klimaatconferentie in Cancún en bereid te zijn met de EU samen te werken om een evenwichtig en bindend resultaat te bewerkstelligen. Daarnaast is tijdens de top gesproken over regionale kwesties. Tijdens de EU-China Top is een gezamenlijk actieplan ondertekend over het Jaar van de Jeugd.

De EU beraadde zich nader over de relatie met strategische partners, waaronder China. Nederland is voorstander van een eenduidige, alomvattende strategie voor China, waarin de gezamenlijke belangen van de EU en de wijze waarop deze kunnen worden bereikt, helder uiteen worden gezet. Op 16 september jl. heeft de Europese Raad conclusies aangenomen dat de EU zijn economische en handelsbelangen actief moet blijven nastreven. Hierbij gaat het vooral om markttoegang, bescherming van intellectueel eigendom, openstellen van openbare aanbestedingen voor Europese bedrijven, discipline ten aanzien van exportsubsidies en de dialoog over de wisselkoers.

Bilaterale betrekkingen

Geheel in lijn met de ontwikkeling van de algemene buitenlandse handel van China is ook de handel met Nederland de laatste jaren sterk gestegen, met name als gevolg van de importstijging. De Nederlandse invoerwaarde uit China is van 2002 tot en met 2008 gestegen van 8,9 tot 25 miljard euro. Als gevolg van de financiële crisis daalde de Nederlandse invoerwaarde tot 21,9 miljard euro in 2009. Ondanks de crisis is de Nederlandse uitvoerwaarde fors toegenomen tot ongeveer 5,4 miljard euro in 2010. In 2009 is het handelstekort teruggelopen door een afname in import en een toenemende export. Meer dan de helft van de import heeft een bestemming in Europa.

Op de lijst van Nederlands belangrijkste handelspartners staat China op de vierde plaats als belangrijkste importmarkt. Wat betreft de export staat China op de zestiende plaats. Nederland neemt op de lijst van China’s belangrijkste exportbestemmingen de zesde positie in. Binnen de EU is Nederland na Duitsland de belangrijkste handelspartner voor China.

 

2007

2008

2009

2010

NL uitvoer naar China

3,7

3,9

4,6

5,4 (schatting)

NL uitvoer uit China

26,2

25,0

21,9

30,9 (schatting)

Handelstekort

– 22,5

– 21,1

– 17,3

– 25,5 (schatting)

Bron: CBS

Nederland is een prominente bestemming van Chinese investeringen in Europa geworden. Nederland is met zijn kleine thuismarkt minder interessant voor afzet, maar beschikt door de Rotterdamse haven (grootste doorvoerhaven voor Chinese goederen) en logistiek netwerk over een goede positie om regionale marketing & sales kantoren, Europese hoofdkantoren, logistieke activiteiten en procesindustrie aan te trekken. De sterke punten van Nederland (flexibiliteit, talenkennis, geografische locatie, infrastructuur, fiscaliteit, logistieke expertise, technologische kennis, stabiele economie en politiek internationale oriëntatie) hebben voor Chinese bedrijven die de Europese markt willen betreden genoeg onderscheidend vermogen. Begin 2011 zijn er in Nederland 290 Chinese ondernemingen in Nederland gevestigd die bij elkaar tegen de 600 miljoen Euro geïnvesteerd hebben, en bij elkaar ongeveer 5,500 arbeidsplaatsen hebben gecreëerd. Deze bedrijven vervullen veelal de functie van Europees distributiecentrum. In 2010 hebben Chinese bedrijven 25 nieuwe vestigingen geopend in Nederland. Daarmee is een investeringsbedrag van circa 80 miljoen euro gemoeid en worden 350 nieuwe arbeidsplaatsen gecreëerd. Deze sterke groei heeft er mede toe geleid dat Chinese banken geïnteresseerd zijn geraakt in het ontplooien van activiteiten in Nederland. De Bank of Beijing (BoB) heeft in oktober jl. een vertegenwoordiging geopend in Amsterdam. De grootste bank van China, ICBC (Industrial and Commercial Bank of China),opende in januari 2011 een kantoor in Amsterdam.

De Nederlandse directe investeringen in China waren tot het begin van de jaren negentig nog beperkt, maar stegen daarna relatief snel. Inmiddels hebben alle grote Nederlandse multinationals een vestiging in China. Ook vele grote MKB’ers zijn reeds in China neergestreken. Nederland is volgens Chinese cijfers de tweede Europese investeerder. Ongeveer 1 800 NL bedrijven hebben een vestiging in China.

 

2003

2004

2005

2006

2007

2008

2009

NL investeringen in China

Standen in mln €

1 760

1 255

1 827

2 218

4 367

5 098

6 437

Bron: DNB april 2011

In aanloop naar de Toetsingsconferentie van het Non-proliferatieverdrag in mei 2010 heeft de Nederlandse ambassade in Peking, in samenwerking met de Noorse en Zweedse ambassades en de China Arms Control and Disarmament Association, op 25 maart 2010 een succesvol seminar over non-proliferatie en ontwapening georganiseerd. Beleidsmakers en wetenschappers uit Nederland, Noorwegen, Zweden en China woonden het seminar bij. Het was de eerste keer dat China een dergelijk seminar met Europese landen organiseerde. Op 27 mei as. wordt in Nederland, in overleg met het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken en de China Arms Control and Disarmament Association, een seminar georganiseerd waarin vervolg wordt gegeven aan deze uitwisseling op het gebied van non-proliferatie en ontwapening.

In 2010 vonden verschillende activiteiten plaats in het kader van het in 2009 door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Chinese minister van Openbare Veiligheid ondertekende MoU politiesamenwerking. Het MoU betreft niet-operationele samenwerking en heeft tot doel uitwisseling van kennis en ervaring tussen de politieorganisaties van beide landen. Zo bezochten Chinese experts van het Prison Administration Bureau Nederland in juni 2010 om inzicht te krijgen in de wijze waarop met gedetineerden en verdachten in voorlopige hechtenis in penitentiaire inrichtingen, huizen van bewaring en op politiebureaus wordt omgegaan. Tevens werd de delegatie geïnformeerd over het management van gevangenissen. In juni 2010 brachten Nederlandse experts van diverse opsporingsdiensten een werkbezoek aan China. Daarbij werd kennis en expertise uitgewisseld op het gebied van mensenhandel/mensensmokkel en identificatie van valse documenten. Chinese experts hebben in het laatste kwartaal van het vorige jaar een werkbezoek aan Nederland gebracht om hun inzicht te vergroten in Nederlandse wetgeving, onder andere op het gebied van enforcement management voor politiemensen, strafrechtelijke opsporingsprocedures, relevante wetgeving en best practices op het gebied van internationale criminaliteit, en de rechten, plichten en bevoegdheden (ambtsinstructie en geweldsinstructie) van Nederlandse politiemensen. In 2011 zullen het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het Chinese ministerie van Openbare Veiligheid in Nederland een seminar organiseren over de Chinese cultuur, levensgewoonten, normen en waarden. Daarmee kunnen de opsporingsdiensten, het Openbaar Ministerie en de rechterlijke macht hun inzicht vergroten in criminaliteit gepleegd door Chinezen in Nederland.

In het antwoord van 25 augustus 2009 op vragen van het lid De Roon (PVV) over vernielingen aan de Chinese ambassade (Aanhangsel van de Handelingen 3574 vergaderjaar 2008–2009), heeft mijn voorganger aangegeven dat het ministerie van Buitenlandse Zaken zal trachten de schade op de daders te verhalen. De Staat heeft inmiddels een schikking getroffen met de personen die op 6 juli 2009 schade hebben toegebracht aan de Chinese ambassade in Den Haag. Betrokkenen hebben tegenover de Staat aansprakelijkheid voor de schade erkend en een schadebedrag vergoed.

Mensenrechten

In de notitie «Verantwoordelijkheid voor vrijheid: mensenrechten in het buitenlands beleid», die uw Kamer op 5 april jl. is toegegaan, wordt uiteengezet op welke wijze het mensenrechtenbeleid gestalte krijgt. Ook voor de samenwerking met China is deze notitie leidend.

De autoriteiten in China hebben vanaf november jl. de bewegingsvrijheid van een aantal mensenrechtenverdedigers beperkt, waarschijnlijk om te voorkomen dat zij aanwezig zouden kunnen zijn bij de ceremonie in Oslo ter ere van de toekenning van de Nobelprijs voor de Vrede aan de Chinese mensenrechtenverdediger Liu Xiaobo. Lidstaten van de EU waren op het gebruikelijke niveau vertegenwoordigd bij de ceremonie voor de Nobelprijs voor de Vrede, ondanks het verzoek van de Chinese regering om niet aanwezig te zijn. Nederland en de EU hebben bij diverse gelegenheden aangedrongen op de vrijlating van mensenrechtenverdedigers, inclusief de heer Liu. Nederland zal blijven pleiten voor zijn vrijlating.

Het aantal aanhoudingen en beperkingen van de bewegingsvrijheid is verder toegenomen sinds het begin van de zgn. Jasmijnrevoluties in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. In de aanloop naar en tijdens de jaarlijkse vergaderingen van de Consultatieve Politieke Conferentie en het Nationale Volkscongres in maart 2011 werden bovendien nog meer mensenrechtenverdedigers aangehouden. Volgens mensenrechtenorganisaties zijn inmiddels meer dan 100 personen aangehouden of voor verhoor tijdelijk vastgezet. Onder de personen die op het moment van schrijven nog altijd incommunicado in detentie worden gehouden, bevinden zich ook enkele prominente advocaten. De advocaat Teng Biao werd daags na de VS-China mensenrechtendialoog op 30 april vrijgelaten.

De EU-delegatie in Peking heeft op 5 april naar aanleiding van de aanhouding van de kunstenaar Ai Weiwei een openbare verklaring doen uitgaan, waarin zorgen werden geuit over het toenemende gebruik van arbitraire detentie tegen mensenrechtenverdedigers, advocaten en activisten. De Hoge Vertegenwoordiger van de EU, Lady Catherine Ashton, heeft op 12 april, mede op aandringen van Nederland, in een verklaring met klem gevraagd om opheldering over het lot van de vele mensen die recent zijn vastgezet. Ze eiste ook behandeling van deze personen volgens de normen van internationaal recht en de rechtsstaat. Tijdens de bilaterale buitenlands-politieke consultaties die van 19 tot 20 april jl. in Peking plaatsvonden, heeft Nederland de zorgen over de mensenrechtensituatie overgebracht.

De Nederlandse ambassade te Peking blijft zich zowel in EU-verband als ook bilateraal inspannen een bijdrage te leveren aan verbetering van de mensenrechtensituatie in China. Op enkele gevoelige thema’s, zoals doodstraf en Lesbian, Gay, Bisexual, Transgender (LGBT) rechten, is de ambassade actief. Ook op het terrein van economische en sociale rechten onderneemt de ambassade diverse activiteiten. Zo werden diverse succesvolle bijeenkomsten georganiseerd, onder andere op het terrein van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Tevens wordt aandacht geschonken aan de onderwerpen vrijheid van meningsuiting en persvrijheid. De resultaten daarvan laten een gevarieerd beeld zien. Zo maakt de ambassade regelmatig bijeenkomsten van de Foreign Correspondents Club China (FCCC) mogelijk, die tot nog toe zonder problemen hebben kunnen plaatsvinden. Daarentegen kon een besloten bijeenkomst te Shanghai over blogging, die de ambassade in samenwerking met de FCCC in september jl. en marge van de Wereldexpo wilde organiseren, uiteindelijk niet doorgaan, omdat een aantal panelleden onder druk van de autoriteiten op het laatste moment moest afzeggen.

Op 29 juni 2010 vond te Madrid de 29e EU-China mensenrechtendialoog plaats. De EU bracht een breed scala aan onderwerpen op en vroeg ook aandacht voor een aantal individuele mensenrechtenverdedigers. Besproken zijn onder andere de ratificatie van het Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke Rechten, vrij internet, de doodstraf, het recht op een eerlijk proces, de rol van advocaten en regulering van de advocatuur, respect voor culturele en religieuze rechten in Tibet en Xinjiang en de situatie van Noord-Koreaanse vluchtelingen. Voorafgaand aan de dialoog werden op 26 en 27 juni jl. zoals gebruikelijk wetenschappelijke seminars gehouden waaraan ook diverse ngo’s deelnamen. De seminars hadden als thema’s vrijheid van informatie en het recht op privacy, alsmede de implementatie van sociale, economische en culturele rechten door nationale mensenrechteninstituten.

Eind 2010 had de 30e dialoog moeten plaatsvinden, maar de EU en China konden geen overeenstemming bereiken over de datum. Nederland is van mening dat dit uitstel niet mag leiden tot een structurele verlaging van de frequentie van de EU-China mensenrechtendialoog. Naar verwachting zal eind mei 2011 de volgende EU-China mensenrechtendialoog plaatsvinden.

Verder heeft de EU tijdens de veertiende zitting van de Mensenrechtenraad (31 mei–18 juni 2010) aandacht gevraagd voor de mensenrechtensituatie in China in het algemeen, en in Xinjiang in het bijzonder. Tijdens de zestiende zitting van de Mensenrechtenraad (28 februari tot en met 25 maart 2011) heeft de EU wederom zowel de mensenrechtensituatie in China in het algemeen als die van de Oeigoerse bevolkingsgroep aan de orde gesteld.

Wereldexpo te Shanghai

De Shanghai World Expo sloot na zes maanden op 31 oktober 2010 de deuren. Nederland nam deel met het paviljoen «Happy Street» en ontving 8,5 miljoen op een totaal van de 73 miljoen Expo-bezoekers, waarmee de doelstelling 10% van het totale aantal bezoekers een bezoek aan «Happy Street» te laten afleggen ruimschoots werd behaald. Hoogtepunten waren de opening op 1 mei in aanwezigheid van de voormalige minister-president Balkenende en VNO/NCW voorzitter Wientjes en de nationale dag op 18 mei die door Z.K.H. Prins Willem Alexander en H.K.H. Prinses Máxima en toenmalig minister van Economische Zaken Van der Hoeven werd bijgewoond. Verschillende Nederlandse ministeries, provincies, en steden organiseerden bijeenkomsten en seminars voor hun Chinese partners in de VIP-ruimte van het paviljoen. Deze seminars werden, ook door Chinese genodigden, goed bezocht en zorgden voor versterking van de relaties. Enkele voorbeelden zijn seminars over Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (EZ), de «meat and feed» en «potato» dagen (LNV), «responsible transport» (VenW), de waterweek (Provincie Zuid-Holland in samenwerking met het ministerie van VenW) en het seminar Vrede en Recht (gemeente Den Haag). Het Nederlandse bedrijfsleven maakte ook gebruik van de VIP-ruimte voor eigen activiteiten. Zo heeft DSM een geheel van kunststof composiet gemaakte brug ingewijd, de NAG presenteerde een model van een zero emission vliegtuig en TNT heeft een zero emission auto onthuld voor het rondbrengen van post. De staatssecretaris van EL&I, verantwoordelijk voor de Expo, zal de Kamer in een later stadium uitgebreid informeren over de Nederlandse deelname aan de Expo.

De Nederlandse culturele programmering tijdens de Expo is in opdracht van het ministerie van OCW en met ondersteuning van BZ ontwikkeld en uitgevoerd door de Netherlands China Arts Foundation (NCAF). De uitvoering vond plaats in het tijdelijke Dutch Culture Centre (DCC), gevestigd in een oud industrieel pand in het centrum van Shanghai. Het DCC vormde een aanvulling op het paviljoen «Happy Street» en was een officieel onderdeel van de Expo. In zes maanden heeft het publiek, dat voor 90% uit Chinezen bestond, via onder meer acht tentoonstellingen en 93 muziek- en theatervoorstellingen kunnen kennismaken met een eigentijds cultureel aanbod waarin de samenwerking tussen Nederlandse kunstenaars en instellingen met Chinese partners centraal stond. De evenementen trokken ruim 20 000 bezoekers en hebben de belangstelling voor Nederlandse kunst en cultuur een sterke impuls gegeven. De samenwerking heeft, conform de doelstelling van het DCC om langdurige partnerschappen te stimuleren, geresulteerd in nieuwe opdrachten in China voor Nederlandse kunstenaars en culturele instellingen.

In de motie Peters (32 123 V, nr. 44) werd de regering gevraagd zich in te zetten voor een side-event met kritische Chinese kunstenaars tijdens de Expo. Aan deze motie is invulling gegeven via de programmering van het DCC. Daarin is ruimte geboden aan kritische Chinese kunstenaars, waaronder bijvoorbeeld het werk van de Chinese kunstenaar Ai Weiwei bij de openingstentoonstelling. Verder is in bijna alle producties samengewerkt met een Chinese partner, hetgeen de positie heeft versterkt van kleine onafhankelijke Chinese producenten, voor wie het vaak lastig is om een goed podium te krijgen.

De minister van Buitenlandse Zaken,

U. Rosenthal


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

Naar boven