Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132500-III nr. 11

32 500 III Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Algemene Zaken en van het Kabinet der Koningin en de Commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (III) voor het jaar 2011

Nr. 11 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 mei 2011

In eerder overleg met uw Kamer heb ik toegezegd begin 2011 duidelijkheid te verschaffen over de toekomst van het adviesstelsel. Hieronder informeer ik u nader over het kabinetsbeleid ten aanzien van het stelsel van adviescolleges.

Vragen voor de toekomst van het adviesstelsel

Met betrekking tot het adviesstelsel speelt een aantal vragen. Hoe gaan we verder met de lopende reorganisaties? Is er een verdergaande concentratie nodig? Hoe kunnen de werkzaamheden van adviescolleges nog beter benut worden?

Kennis en advies

Een goed functionerend kennis- en adviesstelsel is van wezenlijk belang voor de kwaliteit van het openbaar bestuur. Het adviesstelsel maakt deel uit van de brede publieke kennisinfrastructuur. De ministeries van OCW en EL&I hebben, elk vanuit hun eigen verantwoordelijkheid, een belangrijke rol in het brede kennisstelsel. Uiteraard is ieder departement verantwoordelijk voor het eigen deel van de kennisinfrastructuur.

Afronden lopende trajecten

De ministerraad heeft besloten om de trajecten, die zijn ingezet ten tijde van Vernieuwing Rijksdienst, af te ronden. Het gaat hierbij om de clustering van een aantal strategische adviesraden en daarmee samenhangende wijzigingen in het stelsel, en om het verder inzetten op gezamenlijke huisvesting van de planbureaus en strategische adviesraden:

  • De VROM-raad, de Raad voor Verkeer en Waterstaat (RVW) en de Raad voor het landelijk gebied (RLG) worden samengevoegd tot één Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (RLI); de RLI zal werken op de (fysieke) beleidsterreinen van de ministers van I&M, EL&I en BZK.

  • De Adviesraad voor Wetenschap en Technologie (AWT) wordt omgevormd tot een Adviesraad voor Wetenschap, Technologie en Innovatie (AWTI) (EL&I en OCW).

  • De Adviesraad Gevaarlijke Stoffen (I&M), de Algemene Energie Raad (EL&I) en de Raad voor de Wadden (I&M) worden opgeheven daar er nog te weinig behoefte is aan strategische, sectorale respectievelijk regionale adviezen die een zelfstandige adviesraad rechtvaardigen. De RLI zal adviseren over het voorkomen van ongevallen en rampen, ruimtelijk regionaal beleid en energie infrastructuur. De adviestaak van de AER betreffende de ontwikkeling en valorisatie van energietechnologie wordt bij de AWTI belegd.

  • Vergroten van de flexibiliteit door het aanpassen van de Kaderwet op de volgende punten: beperken van het maximum aantal vaste leden tot 10 (inclusief voorzitter) en de mogelijkheid creëren voor het werken met geassocieerde leden. Zodat de adviescolleges op een breed beleidsterrein kunnen adviseren met een relatief kleine raad en de inbreng van diverse specialismen en kennisgebieden waarborgen.

  • Naast deze maatregelen is eerder ingezet op gezamenlijke huisvesting van de strategische adviesraden en de planbureaus. De Rijksgebouwendienst heeft eerder een advies uitgebracht (maart 2010) over de mogelijkheden hiertoe. Gekoppeld aan de gezamenlijke huisvesting wordt bezien hoe de verdere samenwerking tussen de secretariaten vorm kan krijgen.

Discussie en Vernieuwing Rijksdienst

Sinds bijna 15 jaar is er discussie over de omvang en functioneren van het adviesstelsel. In 1995 waren er nog 119 externe adviescolleges. Met de Woestijnwet en de Kaderwet adviescolleges werd dit conglomeraat aanzienlijk gereduceerd en doorzichtig gemaakt. Voorts werden advies- en overlegfunctie gescheiden en de politieke aansturing verbeterd.

In de periode vanaf 2005 wordt het ontwikkelperspectief van de adviescolleges bepaald door de nota Vernieuwing Rijksdienst1 en de notitie Kwaliteit van de verbinding2. Door de ingezette maatregelen neemt, onder voorbehoud van parlementaire goedkeuring op de desbetreffende wetsvoorstellen, het aantal adviescolleges af van 33 naar 24 (zie bijlage 1). De maatregelen leiden onder andere tot een clustering van de adviescolleges langs de lijnen van de vijf hoofdaandachtsgebieden economisch, sociaal-cultureel, fysieke omgeving, bestuurlijk-juridisch en internationaal (zie bijlage 2).

De strategische adviescolleges geven onafhankelijk maar betrokken advies aan kabinet en parlement, op hoofdlijnen van beleid waarbij zij ook aspecten als doelmatigheid, doeltreffendheid en bruikbaarheid betrekken. De oriëntatie ligt op de (middel)lange termijn. Door hun samenstelling bieden de strategische adviescolleges informatie en deskundige adviezen, tegen een fractie van de kosten die gemaakt zouden worden bij uitbesteding van vragen en onderzoek. Zij hebben, in wisselende betekenis, in het bijzonder de volgende functies:

  • «makelaar» tussen de wetenschappelijke wereld en de beleidspraktijk;

  • producent van nieuwe beleidsopties die ook verder af kunnen staan van de gangbare politiek/bestuurlijke opinie;

  • signaalfunctie van (maatschappelijke) trends en thema’s.

Bestendigen van het stelsel

Na afronding van lopende trajecten (zie voorgaand) is een verdere clustering van adviescolleges langs de lijnen van de vijf hoofdaandachtsgebieden niet opportuun. Door de genomen maatregelen ontstaat een stabiel en toekomstbestendig landschap van strategische adviescolleges dat zich meer kan richten op het brede kabinetsbeleid en de technisch/ specialistische adviesraden die meer worden aangestuurd door de desbetreffende vakminister.

Door de bestendiging van de stabiliteit van het stelsel ontstaat ruimte om de mogelijkheden van het huidige stelsel beter te benutten. Het vergroten van de flexibiliteit van het stelsel vermindert mogelijk de behoefte aan tijdelijke en eenmalige adviescolleges, het uitgangspunt blijft om terughoudend te zijn met het instellen van adhoc commissies. Mede gegeven het aandeel van de kosten in het totaal van de bestedingen in de kennisinfrastructuur is het zinvol om de aandacht in de komende kabinetsperiode vooral te richten op het beter benutten van de mogelijkheden van het adviesstelsel. Dat betekent aanpassingen in de werkwijze en de inhoudelijke afstemming van de toekomstige werkprogramma’s in het algemeen en die van 2011 in het bijzonder.

Beter benutten: inhoudelijke afstemming

De raadsvoorzitters van de strategische adviescolleges hebben aan de Minister-president vier verbindende thema’s aangereikt voor de middellange termijn, namelijk: Europa; toekomstige allocatie van collectieve middelen mede in het licht van de economische ontwikkelingen; internet/sociale media 2.0 en krimp en ontgroening.

Daarnaast ligt er ten aanzien van de inhoudelijke opgave vanuit de rijksdienst een goede kennisanalyse (de Rijksbrede Kennisagenda) die gebaseerd is op de ontwikkelingen op middellange termijn. Deze analyse en het regeerakkoord vormen de basis voor inhoudelijke afstemming van de werkprogramma’s 2012 en verder.

Op korte termijn vindt een overleg plaats tussen (een afvaardiging van) het kabinet en (een afvaardiging van) de strategische adviescolleges en de planbureaus. Hierin wil ik komen tot een nadere afstemming van de werkprogramma’s.

Beter benutten: aanpassen werkwijze

Afgesproken is dat de adviesraden nieuwe en effectievere vormen ontwikkelen om te communiceren met regering en parlement over de kernboodschappen van adviezen. Aandachtspunten zijn het meedenken met het beleid op weg naar optimale implementatie (brug naar implementatie) en het organiseren van directe interactie tussen experts, adviesontvangers, en beleidsverantwoordelijken.

De adviesraden voeren een verdere productdifferentiatie door. Hierdoor wordt het mogelijk om naast uitgebreidere, langer durende trajecten gericht op complexe vraagstukken ook binnen enkele maanden antwoord te krijgen op acute adviesvragen van strategische aard waar op korte termijn een beslissing over wordt genomen.

Tot slot: evaluatie van de Kaderwet adviescolleges

Op korte termijn vindt de reguliere, wettelijke evaluatie van de Kaderwet adviescolleges plaats. Hierbij worden de doelstellingen van de Kaderwet getoetst en worden alle wenselijke en noodzakelijke aanpassingen van de wet tegelijkertijd doorgevoerd. Medio 2011 breng ik verslag uit van de evaluatie van de Kaderwet adviescolleges.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J. P. H. Donner

Bijlage 1 Adviescolleges na afronden lopende trajecten

Strategische adviescolleges

Technisch specialistische adviescolleges

– Raad voor het openbaar bestuur

– Adviesraad Internationale Vraagstukken

– Onderwijsraad

– Raad voor Cultuur

– Adviesraad voor Wetenschap, Technologie en Innovatie

– Raad voor Volksgezondheid en Zorg

– Raad voor de leefomgeving en infrastructuur

– Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling

– Adviescommissie burgerlijk procesrecht

– Adviescommissie voor vreemdelingenzaken

– College Bescherming Persoonsgegevens

– Commissie bedreigde uitheemse dier- en plantensoorten

– Commissie van advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken

– Commissie van advies inzake de waterstaatswetgeving

– Commissie vennootschapsrecht

– Gezondheidsraad

– Kiesraad

– Raad voor de nationale standaarden

– Raad voor financiële verhoudingen

– Staatscommissie internationaal privaatrecht

– Commissie auteursrecht

Ter vergelijking het stelsel van adviescolleges bestond in 2009 uit 13 strategische, 13 technisch/specialistische, 4 tijdelijke en 3 eenmalige Kaderwet adviescolleges. Het aantal adviescolleges neemt na het afronden van de lopende trajecten af van 33 naar 24 adviescolleges (waarvan 21 permanente – zie boven – en 3 tijdelijke adviescolleges). Daarnaast is de samenwerking van de secretariaten geïntensiveerd en werken de secretariaten in de volgende combinaties ROB-Rfv, RMO-SCP samen, werken RVZ-GR samen op het gebied van de gezondheidsethiek en is de Raad voor het Gezondheidsonderzoek inmiddels geheel geïntegreerd in de Gezondheidsraad.

Bijlage 2 Dekking van adviesstelsel ten aanzien van de vijf hoofdaandachtsgebieden

 

Economie

Sociaal-Cultureel

Fysieke omgeving

Bestuurlijk-juridisch

Internationaal

Strategische adviescolleges

Adviesraad voor Wetenschap, Technologie en Innovatie

Onderwijsraad

Raad voor Cultuur

Raad voor Volksgezondheid en Zorg

Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling

Raad voor de leefomgeving en infrastructuur

Raad voor het Openbaar Bestuur

Adviesraad Internationale Vraagstukken

      

Technisch/ specialistische

Raad van deskundigen voor de nationale standaarden

Gezondheidsraad

Commissie bedreigde uitheems dier- en plantensoorten

Commissie van advies inzake de waterstaatswetgeving

Adviescommissie burgerlijk procesrecht

Adviescommissie voor vreemdelingen-zaken

College Bescherming Persoonsgegevens

Commissie vennootschapsrecht

Kiesraad

Raad voor de Financiele verhoudingen

Staatscommissie internationaal privaatrecht

Commissie auteursrecht

Commissie van advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken


X Noot
1

Tweede Kamer, vergaderjaar 2007–2008, 31 201, nr. 3.

X Noot
2

Tweede Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 31 490, nr. 3.