Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201332439 nr. 17

32 439 Wijziging van de Wet maatschappelijke ondersteuning om te regelen dat eigen bijdragen voor maatschappelijke opvang en vrouwenopvang door gemeenten bij verordening worden geregeld, en vervolgens door of namens hen worden vastgesteld en geïnd, en dat de toegang tot maatschappelijke ondersteuning voor vreemdelingen die rechtmatig in Nederland verblijf houden, in bepaalde gevallen wordt uitgesloten

Nr. 17 AMENDEMENT VAN HET LID KEIJZER

Ontvangen 2 april 2013

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel I, onderdeel A, wordt aan artikel 8, tweede lid, een zinsnede toegevoegd, luidende: tenzij het college van burgemeester en wethouders vaststelt dat het niet verlenen van maatschappelijke opvang een schrijnende situatie oplevert.

Toelichting

In het wetsvoorstel wordt de Wmo gewijzigd door het vaststellen van een nieuw tweede lid van artikel 8. Hierin wordt geregeld dat een vreemdeling, indien hij hier rechtmatig verblijft, alleen in aanmerking komt voor maatschappelijk opvang als hij niet valt onder de gevallen bedoeld in artikel 24, tweede lid van de Richtlijn 2004/38/EG. Daar waar hier bedoeld worden de EU-burgers die hier komen werken zonder dat huisvesting geregeld is en menen dat de maatschappelijke opvang een goedkope verblijfplaats is, is dit een passende wetswijziging. Echter, omdat zich hier ook andere situaties kunnen voordoen (bijvoorbeeld een moeder met kind) dient in de wet geregeld te worden dat het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het nieuwe artikel 8, tweede lid Wmo. Met dit amendement beoogt de indiener dat het college van burgemeester en wethouders niet in strijd met de wet handelt door in voorkomende gevallen vreemdelingen toch toe te laten tot de maatschappelijke opvang.

Keijzer