Het voorbereidend onderzoek heeft de commissie aanleiding gegeven de volgende vragen en opmerkingen aan de regering voor te
leggen.
De leden van de commissie vragen een reactie van de regering op bezwaren tegen het wetsvoorstel genoemd in de brief van Algemene
Bond Uitzendondernemingen (ABU) d.d. 29 november 2010. 2
De leden van de fracties van de VVD en de PvdA hebben daarnaast nog enkele nadere vragen.
VVD
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van het onderhavige wetsvoorstel, maar hebben enkele
vragen aan de regering.
In het regeerakkoord ligt vast dat gekomen moet worden tot de Wet Uniformering Loonbegrip (WUL). Welke onderdelen van het
voorliggende wetsvoorstel moeten dan ook weer gewijzigd worden, met name als het gaat om de tijdvakbepalingen met betrekking
tot de Wet op de loonbelasting, de Sociale Verzekeringswetten en de Zorgverzekeringswet .
De werkgevers zullen op basis van dit wetsvoorstel hun software pakketten ten behoeve van de loonadministratie moeten aanpassen
en straks ook weer bij eventuele invoering van de WUL. In hoeverre brengt dat extra kosten met zich?
Dit wetsvoorstel levert vooral een besparing in uitvoeringskosten op voor het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(UWV) van circa € 3 miljoen. Voor werkgevers wordt een besparing van de administratieve lasten van € 2,9 miljoen voorzien
door de regering. Anderzijds zal de vereenvoudiging ook lastenverzwaring voor werkgevers/sectorfondsen met zich brengen. In
de nota naar aanleiding van het verslag Tweede Kamer3 wordt uitgegaan van € 0,2 en 0,1 miljoen. Moet daarmee het bedrag van € 2,9 miljoen worden verlaagd. De leden van de VVD-fractie
vernemen hierop graag een reactie.
PvdA
De leden van de PvdA-fractie hebben met enige reserve kennis genomen van het wetsvoorstel Harmonisatie en vereenvoudiging
socialezekerheidswetgeving. Op grote delen, met name de harmonisatie, kunnen zij de strekking en vormgeving van het wetsvoorstel
onderschrijven. Hun reserve betreft de beoogde wijzigingen in de ziektewet die onder de vlag van «vereenvoudiging» worden
voorgesteld. Dit onderdeel roept bij deze leden de volgende vragen op.
Kan de regering nog eens ingaan op de bezwaren van de uitzendwerkgevers? In hoeveel gevallen is de afgelopen twee jaar een
beroep gedaan op de nawerkingsregeling en hoeveel van die gevallen zijn toegekend? Kan op basis van die gegevens een educated
guess worden gedaan over de te verwachten en door de ABU gevreesde aanzuigende werking van deze bepaling?
Een vergelijkbare vraag hebben deze leden over de voorgestelde wijziging van de samenloopregeling. De ABU wijst er terecht
op dat de no-riskpolis Ziektewet (ZW) voor werkgevers doorgaans niet echt «no risk» is, omdat in veel CAO’s een aanvulling
op het wettelijk voorziene ziekengeld wordt gegarandeerd. Hoeveel no-riskgevallen zijn er momenteel bij het UWV bekend? Wat
vindt de regering van het argument dat de voorgestelde vereenvoudiging tot meer loonaanvullingsverplichtingen voor werkgevers
zal leiden? Zal de voorgestelde maatregel consequenties hebben voor de premielast van de Eigenrisicodrager WAO (ERD-WAO) werkgevers?
Het meest principiële bezwaar leeft bij de aan het woord zijnde leden tegen het voorstel de brandend huis clausule uit de
ZW en de Werkhervattingsregeling gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) te verwijderen. Zij kunnen dit voorstel ook niet goed
rijmen met de (terechte) aandacht van de regering voor misbruik en oneigenlijk gebruik van socialezekerheidsgelden. Zij illustreren
hun bezwaar met de volgende casuspositie:
Arbeidsrechtelijk is de omstandigheid dat de ziekte het gevolg is van een gebrek waarover de werknemer in het kader van de
aanstellingskeuring valse informatie heeft verstrekt een grond om loondoorbetaling te weigeren. Een dergelijke omstandigheid
zal veelal aan het licht komen gedurende de wettelijk overeengekomen proeftijd. De werkgever kan de betrokkene dan zonder
meer ontslaan.
Wil het schrappen van deze clausule zeggen dat het UWV straks geen mogelijkheden meer heeft om ziekengeld of WGA te weigeren,
behalve wanneer de betrokkene een verdiencapaciteit heeft van ministens 70% van het met de werkgever overeengekomen loon?
Waarom is niet overwogen de clausule als bevoegdheid in de ZW te handhaven en in de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
(WIA) tot een bevoegdheid om te vormen, onder de toelichting dat de bepaling uitsluitend is bedoeld voor gevallen van kwade
trouw? Anders gezegd, is de beoogde vereenvoudiging niet eveneens te bereiken zonder het kind van de misbruikbestrijding weg
te gooien met het badwater van de onnodig complexe regelgeving?
Deze laatste vragen dienen, naar duidelijk zal zijn, mede ter ondersteuning van het door de ABU aangevoerde argument dat verhoogde
ziektewetlasten vooral zullen neerslaan bij uitzendwerkgevers en dat onnodig hoge WGA-lasten terecht komen bij alle werkgevers,
UWV-verzekerd of ERD. De leden van de PvdA-fractie vernemen hierop graag een reactie.
Graag zien de leden van de commissie de antwoorden van de regering uiterlijk op 10 december 2010 tegemoet.
De voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Van Driel
De griffier van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Van Dooren