Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201232404 nr. 56

32 404 Programma hoogfrequent spoorvervoer

Nr. 56 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 april 2012

Tijdens het Algemeen Overleg van 23 januari 2008 (Kamerstuk 22026/29893, nr. 278) is toegezegd de Tweede Kamer twee maal per jaar te informeren over de voortgang met betrekking tot de spoorambities voor de korte en middellange termijn. De korte termijn maatregelen voor de periode 2008–2012 zijn opgenomen in het Nieuwe Actieplan «Groei op het Spoor» van februari 2010. De middellange termijn maatregelen maken onderdeel uit van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS), inclusief OV SAAL.

Bijgaand treft u de zevende voortgangsrapportage aan.1 In deze voortgangs-rapportage wordt verslag gedaan over de periode 1 oktober 2011 tot 1 april 2012.

Actieplan «Groei op het Spoor»

Uit de voortgangsrapportage blijkt dat de uitvoering van het overgrote deel van de maatregelen uit het Actieplan op koers ligt, zodat deze de reizigers kunnen stimuleren vaker de trein te gebruiken. Vrijwel alle maatregelen worden in 2012 afgerond. De uitvoering van de maatregelen Spitsmijden OV, Mobiliteitsvouchers MKB en uitbreiden van P+R-voorzieningen loopt door in 2013.

Het aantal reizigerskilometers per spoor op het hoofdrailnet en de Fyra samen is in 2011 toegenomen met 2,7% ten opzichte van 2010; op het hoofdrailnet was de groei 2,3% ten opzichte van 2010. De overige groei van 0,4% wordt met name veroorzaakt door het toegenomen gebruik van de Fyra.

PHS en OV SAAL

Wat betreft PHS heeft de afgelopen verslagperiode in het teken gestaan van het publiceren van twee ontwerp notities Reikwijdte en Detailniveau (Rijswijk-Delft Zuid en goederenroutering Oost-Nederland) en de verdere uitwerking van alle maatregelen door ProRail. Tijdens de verslagperiode zijn de verschillende studies naar het goederenvervoer verder uitgevoerd.

Op 21 november 2011 heeft een landelijke PHS conferentie plaatsgevonden met alle betrokken gemeenten, stadsregio’s en provincies. Ik zie terug op een geslaagde conferentie waarin partijen met elkaar het belang van PHS hebben onderstreept en met elkaar zorgen en wensen rond de uitwerking hebben gedeeld. Het kaderstellende budget voor PHS brengt met zich mee dat er keuzes moeten worden gemaakt. Ik wil die keuzes transparant met de betrokkenen in de regio en de spoorsector bespreken.

De informatieavonden van ProRail en IenM in februari en maart 2012 in Oost Nederland zijn bijzonder goed bezocht en over het geheel gezien gewaardeerd. De eerste avond in Bathmen voldeed niet aan de gestelde verwachtingen. Om die reden is een tweede bijeenkomst in Bathmen gehouden, zoals aangegeven in antwoord op Kamervragen van 12 maart jl. (zie Aanhangsel van de Handelingen nr. 1820). Bij omwonenden in de regio leven vele vragen over de inhoud van PHS en de invloed die de omwonenden op de uitwerking van de maatregelen kunnen hebben. Deze vragen zijn beantwoord. Bij de verdere uitwerking van de maatregelen zal de onrust bij omwonenden over met name de toename van het spoorgoederenvervoer nadrukkelijk geadresseerd worden.

Op basis van de diverse deelstudies ten aanzien van de lange termijn railgoederenvervoer, nog beter benutten van de Betuweroute, mogelijkheden voor de binnenvaart en het actualiseren van de NOV-studie zal medio 2012 een nader politiek bestuurlijk besluit worden genomen. De studies liggen allen op schema. Zoals reeds aangegeven op 15 maart jl. in antwoord op Kamervragen (Aanhangsel van de Handelingen nr. 1885), wil ik vasthouden aan de ingezette planning van de studies. Na bestuurlijk overleg over de resultaten van deze studies met de betrokken regio’s en de spoorsector, zal ik dit nader politiek-bestuurlijk besluit aan de Tweede Kamer zenden, zodat uw Kamer hierover met mij kan spreken. De resultaten hiervan zullen worden meegenomen in de m.e.r. -studie voor Oost-Nederland, die uiteindelijk volgens planning in het voorjaar 2013 gereed is.

Verder is gestart met het opstellen van een ontwerpnotitie Reikwijdte en Detailniveau voor het traject Meteren-Boxtel, zoals afgesproken in de bestuurlijke conferentie over PHS. Hierin zullen ook diverse varianten voor maatregelen in Vught en maatregelen voor leefbaarheid op het gehele traject aan de orde komen. De keuze om de Brabantroute te ontlasten voor wat betreft spoorgoederenvervoer, door de goederentreinen via de Betuweroute en Den Bosch naar Eindhoven en Venlo te leiden, levert Brabant in PHS twee extra intercity’s tussen Eindhoven, Tilburg en Breda naar de Randstad op. Dit betekent echter wel dat er meer goederentreinen door Vught gaan rijden. Een goede inpassing is hierbij cruciaal.

In het parlementair onderzoek onderhoud en innovatie spoor van 16 februari 2012 («Wissel op de toekomst», kamerstuk nr. 32 707, nr. 9) komt ook PHS aan de orde. In de reactie van het kabinet op de adviezen van de commissie Kuiken, zal ik ook ingaan op de conclusies en aanbevelingen die relevant zijn voor PHS.

Zoals eerder gemeld is kort volgen van groot belang voor OV SAAL om tijdig voor 2020 en binnen budget de capaciteit en betrouwbaarheid op deze belangrijke corridor te verbeteren. Ook de regio hecht zeer sterk aan een tijdige uitvoering van deze belangrijke benuttingmaatregel op deze drukke corridor. Ik heb met ProRail inmiddels afspraken gemaakt over het afronden van de studies kort volgen. Daarna zal ik, conform de aangenomen Kamermotie (32 404, nr. 41) in het VAO van 28 april 2011 over OV SAAL, kort volgen laten voorzien van een second opinion. Een deel van de maatregelen in de vorm van seinverdichtingen zal ProRail dit jaar reeds starten op de Flevolijn.

De zevende voortgangsrapportage geeft aan dat uitvoering op koers ligt en dat de toekomst van hoogfrequent spoorvervoer stap voor stap dichterbij wordt gebracht. Dit zal het reizen per trein voor meer mensen mogelijk en makkelijker maken en er voor zorgen dat het overstappen tijdens de gehele reis van trein op ander openbaar vervoer makkelijker wordt.

De voortgangsrapportage geeft naast de bereikte voortgang, inzicht in onzekerheden en risico’s. Ik zal in overleg met de betrokkenen blijven sturen op een goede voortgang en zo nodig met ProRail tijdig beheersmaatregelen nemen.

De minister van Infrastructuur en Milieu, M. H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.