32 376 Wijziging van de Wet personenvervoer 2000 in verband met verordening (EG) nr. 1370/2007 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2007 betreffende het openbaar personenvervoer per spoor en over de weg en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 1191/69 van de Raad en Verordening (EEG) nr. 1107/70 van de Raad (PbEU L 315)

Nr. 38 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 december 2011

In aanvulling op de op 28 november 2011 bij het wetgevingsoverleg over het wijzigingsvoorstel Wp2000 ingediende amendementen, heeft het lid Monasch d.d. 6 december 2011 nog een amendement (Kamerstuk 32 376, nr. 34) ingediend.

Dit amendement beoogt het voor plusregio’s mogelijk te maken om af te wijken van de in de Wp2000 opgenomen aanbestedingsverplichting, indien de concessie wordt verleend aan een vervoerder waarop de plusregio zeggenschap uitoefent.

Ik ontraad u dit amendement aan te nemen. Het amendement past niet bij de verplichting tot aanbesteding zoals vastgelegd in het Regeerakkoord en de vigerende Wp2000.

Ik ben van oordeel dat aanbesteding van het regionaal openbaar vervoer, ook in de grote steden, voor de reiziger een betere kwaliteit oplevert en leidt tot hogere efficiency. Het wetsvoorstel tot wijziging van de Wp2000 voorziet dan ook niet in de mogelijkheid tot inbesteding.

De minister van Infrastructuur en Milieu,

M. H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus

Naar boven