32 372 Wijziging van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden in verband met de implementatie van Europese regelgeving op het gebied van het op de markt brengen en het duurzame gebruik van gewasbeschermingsmiddelen

Nr. 10 AMENDEMENT VAN HET LID OUWEHAND

Ontvangen 9 februari 2011

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel I, onderdeel J, wordt na artikel 28, derde lid, een lid toegevoegd, luidende:

  • 4. Een gewasbeschermingsmiddel wordt toegelaten, indien het geen onmiddellijk of uitgesteld schadelijk effect voor omwonenden heeft als gevolg van blootstelling aan het gewasbeschermingsmiddel en voldoet aan bij regeling van Onze Minister te stellen regels inzake de beoordeling van het risico voor een omwonende op blootstelling.

Toelichting

De Nederlandse omstandigheden met betrekking tot de landbouw zijn in veel opzichten uniek. Onze ligging aan zee zorgt voor bijzondere klimatologische omstandigheden die niet altijd vergelijkbaar zijn met die in andere landen. Daarbij is ook de intensiteit in de Nederlandse landbouwsector uniek, zeker in de bollenteelt waarbij percelen vaak decennialang voor hetzelfde doel in gebruik zijn. Deze unieke kenmerken dienen in ogenschouw te worden genomen bij de beoordeling van de mogelijk negatieve effecten van middelen die gebruikt worden in de landbouw. Dit amendement regelt daarom dat een specifiek Nederlandse toetsing in het kader van de toelating van bestrijdingsmiddelen gecreëerd wordt, waarbij gekeken wordt naar de mogelijke negatieve effecten op de gezondheid van omwonenden.

Ouwehand

Naar boven