Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201032338 nr. 3

32 338 Zorgleerlingen in het primair en voortgezet onderwijs

Nr. 3 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 7 mei 2010

De commissie voor de Rijksuitgaven1 en de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap2 hebben over het rapport «Zorgleer-lingen in het primair en voortgezet onderwijs; Terugblik 2010 van de Algemene Rekenkamer (Kamerstuk 32 338, nrs. 1–2) de navolgende vragen ter beantwoording aan de Algemene Rekenkamer voorgelegd.

Deze vragen, alsmede de daarop bij brief van 6 mei 2010 gegeven antwoorden, zijn hieronder afgedrukt.

De voorzitter van de commissie voor de Rijksuitgaven,

Aptroot

De voorzitter van de commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Van Bochove

De griffier van de commissie voor de Rijksuitgaven,

Groen

1

In 2005 deed de Algemene Rekenkamer de aanbeveling dat de Inspectie van het Onderwijs het toezicht op de samenwerkingsverbanden en bovenschoolse voorzieningen zou moeten intensiveren. Welke acties zijn er naar aanleiding van deze aanbeveling ondernomen?

De Inspectie van het Onderwijs heeft de bovenschoolse voorzieningen in het voortgezet onderwijs eenmalig onderzocht: de reboundvoorzieningen in 2007 en de orthopedagogisch didactische centra in 2008. Deze aanbeveling uit 2005 is dus opgevolgd.

Onze aanbeveling uit 2005 om het toezicht op de samenwerkingsverbanden te intensiveren is niet opgevolgd. De minister van OCW had toegezegd een toetsingskader te ontwikkelen voor de WSNS-samenwerkingsverbanden. Met het oog op de ontwikkeling van dit toetsingskader heeft de Inspectie van het Onderwijs in 2007 nader onderzoek gedaan bij veertien WSNS-samenwerkingsverbanden. Uiteindelijk is er toch geen toetsingskader gekomen. De reden hiervoor is ons niet bekend (zie ook p. 29 van ons terugblikrapport).

Voor het toezicht op de samenwerkingsverbanden in het voortgezet onderwijs heeft de minister van OCW indertijd geen toezeggingen gedaan en er zijn evenmin verbeteringen in het toezicht gekomen.

2

Op welke wijze worden samenwerkingsverbanden op dit moment gecontroleerd door de Inspectie van het Onderwijs? Heeft de Inspectie van het Onderwijs daar bevoegdheden voor?

De Inspectie van het Onderwijs heeft formeel geen bevoegdheid om toezicht te houden op samenwerkingsverbanden in het onderwijs. De Inspectie richt zich bij haar activiteiten op onderwijsinstellingen met een BRIN-nummer (BRIN: Basisregistratie Instellingen); samenwerkingsverbanden hebben zo’n nummer niet.

In de beoordeling van de kwaliteit van het onderwijs betrekt de Inspectie van het Onderwijs wel het zorgplan van het samenwerkingsverband waartoe een school behoort. Dat is echter iets anders dan toezicht uitoefenen op het functioneren van de samenwerkingsverbanden zelf. In de huidige situatie worden niet de financiële, organisatorische of inhoudelijke aspecten van het functioneren van het samenwerkingsverband beoordeeld.

Met de afgeleide toezichtsbevoegdheid die de Inspectie thans via de onderwijsinstellingen heeft, kan geen integraal beeld worden verkregen van het functioneren van de samenwerkingsverbanden. Het verdient aanbeveling een volwaardige toezichtsbevoegdheid voor de Inspectie van het Onderwijs te regelen. Dit is eens te meer wenselijk daar geen enkele andere instantie zich bezighoudt met het toezicht op de samenwerkingsverbanden.

3

Op welke manier verantwoorden samenwerkingsverbanden op dit moment hun bestedingen? Welke indicatoren spelen daarbij een rol?

De eisen die aan de verantwoording worden gesteld in het zorgplan van de samenwerkingsverbanden, zijn neergelegd in de Wet op het primair onderwijs (artikel 19, lid 2) respectievelijk in de Wet op het voortgezet onderwijs (artikel 10h, lid 5 en 6). Deze eisen omvatten de verplichting om aan te geven welke zorgvoorzieningen zijn gerealiseerd, hoe de middelen zijn ingezet en welke resultaten worden verwacht. In de Wet op het primair onderwijs wordt gevraagd de kwalitatieve en kwantitatieve resultaten te rapporteren. Er worden geen specifieke indicatoren genoemd. Overigens voldoen de samenwerkingsverbanden niet aan deze eisen (zie ons terugblikrapport, p. 30–31).

4

In 2005 deed de Algemene Rekenkamer de aanbeveling dat de minister van OCW duidelijk zou moeten maken op welke wijze de samenwerkingsverbanden en scholen geacht worden inzicht te geven in de beoogde effecten en de te leveren prestaties? Op welke wijze is er uitvoering gegeven aan deze aanbeveling?

Aan deze aanbeveling is geen uitvoering gegeven.

5

Op welke manier verantwoorden scholen op dit moment de bestedingen aan leerlingenzorg? Zijn deze indicatoren genoeg om te voldoen aan de aanbeveling van de Algemene Rekenkamer om tot een betere verantwoording te komen?

Er bestaat voor scholen geen verplichting om zich jegens de minister te verantwoorden over de leerlingenzorg. Dit hangt samen met het feit dat er sprake is van lumpsumfinanciering.

Scholen kunnen in het bestuursverslag naar eigen inzicht aandacht besteden aan de leerlingenzorg. De vraag of scholen zich op deze manier daadwerkelijk over leerlingenzorg verantwoorden en wat de kwaliteit is van deze horizontale verantwoordingsinformatie, hebben wij niet in ons terugblikonderzoek van 2010 onderzocht.

6

Hoe heeft het aantal leerlingen met een indicatie voor leerwegondersteunend onderwijs (LWOO) en praktijkonderwijs zich de afgelopen vijf jaar ontwikkeld?

Onderstaande tabel toont de ontwikkeling van het aantal leerlingen met een indicatie voor leerwegondersteunend onderwijs (LWOO) en praktijkonderwijs in de periode 2005–2008. Recentere cijfers zijn op dit moment nog niet beschikbaar.

Aantal leerlingen in het LWOO en het praktijkonderwijs
 

2005

2006

2007

2008

LWOO

83 900

84 800

86 500

84 400

LWOO groen

14 600

15 100

15 200

14 500

Praktijkonderwijs

27 400

27 300

27 000

26 900

Totaal

125 900

127 200

128 700

125 800

Bron: kerncijfers OCW 2004–2008, mei 2009.

7

De minister van OCW heeft de toezegging gedaan het toezicht op samenwerkingsverbanden vorm te gaan geven. Wat is er na die toezegging gebeurd?

Zie het antwoord op vraag 1.

8

Waarom is er geen toezichtkamer voor samenwerkingsverbanden gekomen en dus ook geen sanctiebeleid voor zwakke samenwerkingsverbanden?

Bedoeld wordt hier waarschijnlijk «toetsingskader» (in plaats van «toezichtkamer»).

Zie het antwoord op vraag 1. Het is de Algemene Rekenkamer niet bekend waarom het toetsingskader er uiteindelijk niet is gekomen.


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Vlies, B.J. van der (SGP), Blok, S.A. (VVD), Hoopen, J. ten (CDA), Weekers, F.H.H. (VVD), Haersma Buma, S. van (CDA), Nerée tot Babberich, F.J.F.M. de (CDA), Aptroot, Ch.B. (VVD), Voorzitter, Dezentjé Hamming-Bluemink, I. (VVD), Omtzigt, P.H. (CDA), Koşer Kaya, F. (D66), Luijben, A.P.M. (SP), Veen, E. Van der (PvdA), Kalma, P. (PvdA), Gerven, H.P.J. Van (SP), Blanksma-van den Heuvel, P.J.M.G. (CDA), Cramer, E.A. (CU), Dijck, A.P.C. van (PVV), Gesthuizen, S.M.J.G. (SP), Ouwehand, E. (PvdD), Heijnen, P.M.M. (PvdA), Tang, P.J.G. (PvdA), Vos, M.L. (PvdA), Ondervoorzitter, Bashir, F (SP), Sap, J.C.M. (GL) en Vacature, (CDA).

Plv. leden: Staaij, C.G. van der (SGP), Burg, B.I. van der (VVD), Jonker, C.W.A. (CDA), Snijder-Hazelhoff, J.F. (VVD), Vries, J.M. de (CDA), Hijum, Y.J. Van (CDA), Beek, W.I.I. van (VVD), Krom, P. de (VVD), Pater-van der Meer, M.L. de (CDA), Ham, B. van der (D66), Gerkens, A.M.V. (SP), Vermeij, R. (PvdA), Vacature, (PvdA), Kant, A.C. (SP), Vacature, (CDA), Anker, E.W. (CU), Roon, R. de (PVV), Irrgang, E. (SP), Thieme, M.L. (PvdD), Linhard, P. (PvdA), Besselink, M. (PvdA), Vacature, (PvdA), Roemer, E.G.M. (SP), Vendrik, C.C.M. (GL) en Mastwijk, J.J. (CDA).

XNoot
2

Samenstelling:

Leden: Vlies, B.J. van der (SGP), Remkes, J.W. (VVD), Bochove, B.J. Van (CDA), Voorzitter, Joldersma, F. (CDA), Vries, J.M. de (CDA), Vroonhoven-Kok, J.N. van (CDA), Dijk, J.J. van (CDA), Leerdam, J.A.W.J. (PvdA), Dezentjé Hamming-Bluemink, I. (VVD), Kraneveldt-van der Veen, M. (PvdA), Roefs, C.W.J.M. (PvdA), Ondervoorzitter, Verdonk, M.C.F. (Verdonk), Leeuwen, H. van (SP), Biskop, J.J.G.M. (CDA), Bosma, M. (PVV), Pechtold, A. (D66), Langkamp, M.C. (SP), Dijk, J.J. van (SP), Besselink, M. (PvdA), Ouwehand, E. (PvdD), Dibi, T. (GL), Anker, E.W. (CU), Smits, M (SP), Harbers, M.G.J. (VVD) en Vacature, (PvdA).

Plv. leden: Staaij, C.G. van der (SGP), Miltenburg, A. van (VVD), Atsma, J.J. (CDA), Ferrier, K.G. (CDA), Uitslag, A.S. (CDA), Vietsch, C.A. (CDA), Schinkelshoek, J. (CDA), Jacobi, L. (PvdA), Elias, T.M.Ch. (VVD), Timmer, A.J. (PvdA), Dam, M.H.P. Van (PvdA), Burg, B.I. van der (VVD), Gesthuizen, S.M.J.G. (SP), Jonker, C.W.A. (CDA), Fritsma, S.R. (PVV), Ham, B. van der (D66), Bommel, H. van (SP), Leijten, R.M. (SP), Bouchibti, S. (PvdA), Thieme, M.L. (PvdD), Peters, M. (GL), Ortega-Martijn, C.A. (CU), Gerkens, A.M.V. (SP), Broeke, J.H. Ten (VVD) en Yücel, K (PvdA).