Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2022-2023 | 32317 nr. OC |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2022-2023 | 32317 nr. OC |
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 juni 2023
Hierbij bieden wij uw Kamer, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het verslag aan van de bijeenkomst van de formele Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ) op 8 en 9 juni 2023 in Luxemburg. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en de Minister voor Rechtsbescherming hebben deelgenomen aan deze JBZ-Raad. Bijgaand treft uw Kamer tevens een afschrift van de antwoorden op de resterende vragen uit het schriftelijk overleg voorafgaand aan deze Raad zoals gesteld door de Vaste Kamercommissie van de Tweede Kamer op 5 juni jl.
Tijdens de HOME-dag van de JBZ-Raad lag de nadruk op de discussie over de Raadsposities voor de Asielprocedureverordening en de Asiel- en migratiemanagementverordening. De Raad stemde in met deze raadsposities (pagina 1). Tijdens de JBZ-Raad heeft het kabinet uitvoering gegeven aan de moties Ceder over mensenrechten aan de buitengrens en over de impasse op het pact (pagina 3). Hieronder informeert het kabinet uw Kamer over de invulling van de toezegging aan het lid Podt over mensenrechten en over de uitvoering van de motie van Wijngaarden en van Dijk over het toevoegen van een trigger voor derde landen in het kader van het visumbeleid.
Tijdens de Justitiedag stelde de JBZ-Raad vijf Raadsposities vast: op de Richtlijn voorkomen en bestrijden van mensenhandel, de Richtlijn vermogensherstel en confiscatie en op anti-SLAPP richtlijn (Pagina 7) en op de Richtlijn geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld en de Richtlijn betreffende de definitie van strafbare feiten en sancties voor de schending van beperkende maatregelen van de Unie (Pagina 8).
Mensenrechten (toezegging aan het lid Podt)
Onder dit kopje informeert het kabinet uw Kamer over wat tijdens de JBZ-raad besproken is over mensenrechten, en welke resultaten daarop zijn behaald. Dit is in lijn met de toezegging die de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid hierover deed aan het lid Podt in het Commissiedebat d.d. 7 juni 2023 over de Asiel- en Migratiegerelateerde onderwerpen op de JBZ-raad van 8 juni 2023.
Tijdens deze JBZ-raad was in de discussie over de algemene Staat van het Schengengebied aandacht voor de naleving van mensenrechten bij het nastreven van sterke Europese buitengrenzen. Het onderwerp kwam ook aan bod in de discussies over de Raadsposities op de AMMR en de APR. Meerdere lidstaten benadrukten te hechten aan goede borging van de rechten van asielzoekers, onder andere in relatie tot het opbouwen van migratiepartnerschappen met veilige derde landen. Nederland acht het positief dat in de uiteindelijke Raadsposities geborgd is dat deze partnerschappen alleen plaats kunnen vinden als derde landen mensenrechtenverdragen naleven.
Mededeling monitoren van visumvrije regimes
Op 30 mei jl. publiceerde de Europese Commissie (de Commissie) een mededeling over de monitoring van de derde landen die voor het Schengengebied visumvrij zijn.1 De mededeling is een eerste actieplan dat toewerkt naar een wetgevend voorstel om de geldende verordening later dit jaar te wijzigen.2 Omdat deze mededeling geagendeerd stond op deze JBZ-raad en pas kort tevoren werd gepubliceerd, wordt bij dit Raadsverslag een appreciatie van de mededeling opgenomen, in plaats van een BNC-fiche.
De mededeling bevat een actieplan voor de herziening van het zogenaamde opschortingsmechanisme visumvrije landen en een kader voor de discussies die de komende maanden hierover in de Raad en het Europees Parlement zullen worden gevoerd. De Commissie heeft als streven om in het najaar van 2023 een wetgevend voorstel te presenteren voor de herziening van het bestaand mechanisme voor (tijdelijke) opschorting van de vrijstelling van de visumplicht als sprake is van een plotselinge en substantiële stijging van irreguliere migratie, veiligheidsrisico’s of een vermindering van de samenwerking rond overname.
De mededeling benoemt drie concrete uitdagingen ten aanzien van visumvrijgestelde landen: (1) gebrek aan visumharmonisatie, o.a. in relatie tot irreguliere migratiestromen; (2) de stijging van het aantal asielaanvragen van burgers uit visumvrije landen; (3) de veiligheidsrisico’s die voortvloeien uit burgerschapsregelingen voor investeerders (goudenpaspoortregelingen) en hybride dreigingen.
De mededeling bevat verschillende ideeën om deze uitdagingen effectiever te kunnen adresseren via het monitorings- en opschortingsmechanisme. Zo stelt de Commissie voor om (het gebrek aan) visumharmonisatie, goudenpaspoortregelingen en hybride dreigingen toe te voegen als opschortingsgronden en om de huidige grenswaarden (triggers) voor deze opschortingsgronden aan te passen. Ook stelt de Commissie voor om de opschortingsprocedure efficiënter te maken, door enerzijds de twee (tijdelijke) opschortingsfases met een aantal maanden te verlengen en door anderzijds een zogenaamde urgente procedure toe te voegen, waarmee in geval van urgente redenen sneller tot opschorting kan worden overgegaan. Tot slot stelt de Commissie voor om het jaarlijks rapport in het kader van het opschortingsmechanisme uit te breiden met een grotere geografische scope (niet langer uitsluitend de landen die maximaal zeven jaar geleden visumvrij zijn geworden) en met een meer strategische focus op het monitoren van de belangrijkste aandachtsgebieden.
Kabinetsappreciatie
De grondhouding van het kabinet voor wat betreft bevoegdheid, subsidiariteit en proportionaliteit is positief. De mededeling heeft betrekking op het terrein van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht. Op dit terrein heeft de EU een met de lidstaten gedeelde bevoegdheid (artikel 4, lid 2, sub j, van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU). Als onderdeel van het Schengengebied dienen voorstellen in het beleid ten aanzien van Schengenvisa (visa kort verblijf) op Europees niveau vorm gegeven te worden. Bovendien sluit de inhoud van de mededeling, zoals hierboven aangegeven, goed aan bij de Nederlandse inzet binnen de EU. De voorgestelde route naar een wetgevend Commissievoorstel sluit goed aan bij het doel om het bestaande opschortingsmechanisme effectiever in te kunnen zetten als instrument in het Europees visumbeleid zonder hierbij verder te gaan dan noodzakelijkerwijs nodig is. Het kabinet beschouwt visumliberalisatie als een belangrijk instrument om samenwerking op belangrijke gebieden te bewerkstelligen, handels- en intermenselijke contacten te versterken en hervormingen aan te jagen. Visumliberalisatie is niet vrijblijvend en de Commissie moet erop toezien dat landen ook na afschaffing van de visumplicht aan de voorwaarden blijven voldoen. Het kabinet is daarom uitgesproken voorstander van de herziening van het opschortingsmechanisme en verwelkomt deze mededeling. Nederland heeft zich hier in Europees verband voor ingezet en de Commissie aangemoedigd zo snel mogelijk een voorstel te presenteren. Met deze mededeling komt de Commissie ook tegemoet aan de oproep van de Schengen Raad van 9 en 10 maart 20233.
Het kabinet steunt vooralsnog de ideeën van de Commissie. Zoals eerder met uw Kamer4 gedeeld, zijn voor Nederland belangrijke prioriteiten het toevoegen van een grond (trigger) in geval van een gebrek aan visumharmonisatie en bij het tegengaan van de risico’s rond goudenpaspoortregelingen. Daarnaast zet Nederland in op een effectief mechanisme om in te kunnen grijpen op het terrein van veiligheid en irreguliere migratie. Hierbij kijkt het kabinet ook naar het gebruik van data uit toekomstige EU systemen, waaronder het Entry-Exit Systeem om te bepalen welke derde landen eventueel in aanmerking zouden moeten komen voor aanvullende monitoring. Conform de motie van Wijngaarden en van Dijk heeft het kabinet in Europees verband herhaaldelijk het belang benadrukt om een trigger toe te voegen op het gebied van instroom vanuit derde landen, bijvoorbeeld als gevolg van het uitblijven van harmonisatie van het visumbeleid.
Het kabinet volgt nauwlettend hoe de Commissie deze gronden en grenswaarden gaat uitwerken en zal pleiten voor een invulling conform Nederlandse inzet. Ook verwelkomt het kabinet verdere uitwerking van een zogenaamde urgente procedure, zodat er snel tot actie overgaan kan worden.
De Minister van Justitie en Veiligheid, D. Yeşilgöz-Zegerius
De Minister voor Rechtsbescherming, F.M. Weerwind
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, E. van der Burg
Communicatie van de Commissie aan het Europese Parlement en de Raad over de monitoring van visumvrije regimes, COM (2023) 297, 9508/23, Brussels, 30 May 2023: EUR-Lex – 52023DC0297 – EN – EUR-Lex (europa.eu).
Verordening 2018/1806, dd. 14 november 2018 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld: EUR-Lex – :32018R1806 – NL – EUR-Lex (Europa.eu).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32317-OC.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.