Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2022-2023 | 32317 nr. NW |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2022-2023 | 32317 nr. NW |
Vastgesteld 9 maart 2023
De leden van de fractie van de PVV van de vaste commissies voor Immigratie en Asiel / JBZ-Raad1 en voor Justitie en Veiligheid2 hebben de regering op 2 februari 2023 vragen gesteld naar aanleiding van de brief van 19 december 20223 met het verslag van de bijeenkomst van de formele Raad Justitie en Veiligheid (JBZ) van 8 en 9 december 2022. Deze leden hebben daarbij ook het afschrift van de brieven4 betrokken van 6 en 7 december 2022 over vragen van de Tweede Kamer naar aanleiding van de geannoteerde agenda van deze JBZ-Raad.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 8 maart 2023 op de vragen gereageerd.
De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.
De griffier voor dit verslag, De Man
Aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Den Haag, 2 februari 2023
De leden van de vaste commissies voor Immigratie en Asiel / JBZ-Raad en voor Justitie en Veiligheid van de Eerste Kamer hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief van 19 december 20225 waarin u, tezamen met de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister voor Rechtsbescherming, de Kamer het verslag van de bijeenkomst van de formele Raad Justitie en Veiligheid (JBZ) van 8 en 9 december 2022 aanbiedt. Daarnaast hebben de leden van deze commissies eveneens kennisgenomen van het afschrift van de brieven6 van 6 en 7 december 2022 over vragen van de Tweede Kamer naar aanleiding van de geannoteerde agenda van deze JBZ-Raad. De leden van de fractie van de PVV wensen de regering naar aanleiding van het vorenstaande graag de volgende vragen voor te leggen.
De leden van de fractie van de PVV lezen in uw brief aan de Tweede Kamer van 6 december 2022 in antwoord op door de leden van de PVV-fractie in de Tweede Kamer gestelde vragen het volgende:
«De Commissie heeft vastgesteld dat de buitengrenzen van Kroatië en Roemenië op orde zijn en er aldus geen aanleiding is te veronderstellen dat toetreding leidt tot een toename van irreguliere migratie, het Schengengebied in. In beide landen wordt ook Frontex ingezet.»7
In afwijking hiervan, lezen deze leden in het onderhavige verslag van de JBZ-Raad echter het volgende:
«De Commissie achtte het huidige aantal asielaanvragen in de EU van 660.000 zeer hoog. Daarbij werd verwezen naar de Actieplannen die de Commissie recent presenteerde over de Centraal-Mediterrane Route en de Westelijke Balkanroute. Frontex heeft een belangrijke rol bij de uitvoering van deze plannen, waarbij de Commissie inzet op versterking van de buitengrenzen en ondersteuning van het grensbeheer in betrokken derde landen.»8
In dit verband wijzen de leden van de PVV-fractie ook op de volgende passage uit het verslag van de JBZ-Raad van 25 november 2022:
«Zowel op de Centraal-Mediterrane route (CMR), de Oost-Mediterrane route (OMR) en de Westelijke Balkanroute (WB) is het aantal irreguliere migratiebewegingen sterk toegenomen.»9
Gelet op bovenstaande passages vragen de leden van de fractie van de PVV de regering om aan te geven hoe dit zeer hoge aantal asielaanvragen, waarbij door de Europese Commissie wordt gewezen op de Westelijke Balkanroute, zich verhoudt tot de eerst gemelde stellingname dat «de buitengrenzen van Kroatië en Roemenië op orde zijn en er aldus geen aanleiding is te veronderstellen dat toetreding leidt tot een toename van irreguliere migratie». Kan de regering daarbij tevens aangeven hoe dit «op orde zijn van de buitengrenzen» zich verhoudt tot de gestelde «inzet op versterking van de buitengrenzen»?
De leden van de fractie van de PVV wijzen op de volgende passage uit de begeleidende brief van het verslag van de laatste JBZ-Raad:
«Minder positief staat het kabinet ten opzichte van het artikel dat de mogelijkheden tot verlenging van de beslistermijnen op asielaanvragen inperkt ten opzichte van de mogelijkheden onder de vigerende Asielprocedurerichtlijn.»10
Deze leden vragen de regering om nader te duiden om welke reden zij minder positief staat tegenover het inperken van mogelijkheden tot het verlengen van beslistermijnen op asielaanvragen.
Naar aanleiding van de volgende passage uit het verslag van de JBZ-Raad hebben de leden van de PVV-fractie de regering voorts enkele vragen te stellen:
«Daarnaast was veel aandacht voor migratiesamenwerking met Turkije onder de EU-Turkijeverklaring.»11
Kan de regering nader duiden waar deze aandacht inhoudelijk over ging en wat de actuele stand van zaken is van deze samenwerking met Turkije?
Kan de regering voorts aangeven wat de door de Europese Commissie aangegeven zeer hoge asielinstroom betekent voor de asielopvang in Nederland? Kan de regering nader duiden waarom zij zich in dit kader niet zou herkennen in het door het in het artikel van 26 januari 2023 in het NRC Handelsblad12 geschetste beeld van een maatschappelijk ontwrichtende asielcrisis?13 Kan de regering aangeven waarom zij zich niet in dat beeld herkent, maar tegelijkertijd wel de Veiligheidsregio’s gebruikt om regionale opvangplannen door te zeten?14 Kan de regering concreet aangeven of zij bereid is om de Nederlandse grenzen nu eindelijk eens te sluiten voor deze massale asielinvasie?
Tot slot wijzen deze leden erop dat in het verslag van de JBZ-Raad wordt gesproken over de EU-toetreding tot het EVRM.15 Kan de regering nader toelichten wat wordt bedoeld met het in dit kader gebruikte begrip «interpretatieve verklaring»16 en welke effecten en rechtsgevolgen daarvan uitgaan? Kan de regering nader duiden of van een dergelijke toetreding überhaupt sprake kan zijn nu het bezwaar van het Hof van Justitie van de Europese Unie over het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) van de Europese Unie nog overeind blijft staan?
De leden van de vaste commissies voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad en Justitie en Veiligheid zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief. Een gelijkluidende brief is verzonden aan de Minister van Buitenlandse Zaken.
Voorzitter van de vaste commissie voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad, M.H.M. Faber – van de Klashorst
Voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, M.M. de Boer
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 maart 2023
Hierbij bied ik u, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, de antwoorden aan op de gestelde vragen door de Eerste Kamer fractie van de PVV naar aanleiding van mijn brief van 19 december 202217 over het verslag van de bijeenkomst van de formele Raad Justitie en Veiligheid (JBZ) van 8 en 9 december 2022 en mijn brieven van 6 en 7 december 202218 over vragen van de Tweede Kamer over de geannoteerde agenda van de JBZ-Raad.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, E. van der Burg
De leden van de fractie van de PVV lezen in uw brief aan de Tweede Kamer van 6 december 2022 in antwoord op door de leden van de PVV-fractie in de Tweede Kamer gestelde vragen het volgende: «De Commissie heeft vastgesteld dat de buitengrenzen van Kroatië en Roemenië op orde zijn en er aldus geen aanleiding is te veronderstellen dat toetreding leidt tot een toename van irreguliere migratie, het Schengengebied in. In beide landen wordt ook Frontex ingezet.»
In afwijking hiervan, lezen deze leden in het onderhavige verslag van de JBZ-Raad echter het volgende: «De Commissie achtte het huidige aantal asielaanvragen in de EU van 660.000 zeer hoog. Daarbij werd verwezen naar de Actieplannen die de Commissie recent presenteerde over de Centraal-Mediterrane Route en de Westelijke Balkanroute. Frontex heeft een belangrijke rol bij de uitvoering van deze plannen, waarbij de Commissie inzet op versterking van de buitengrenzen en ondersteuning van het grensbeheer in betrokken derde landen.» In dit verband wijzen de leden van de PVV-fractie ook op de volgende passage uit het verslag van de JBZ-Raad van 25 november 2022: «Zowel op de Centraal-Mediterrane route (CMR), de Oost-Mediterrane route (OMR) en de Westelijke Balkanroute (WB) is het aantal irreguliere migratiebewegingen sterk toegenomen.»
Gelet op bovenstaande passages vragen de leden van de fractie van de PVV de regering om aan te geven hoe dit zeer hoge aantal asielaanvragen, waarbij door de Europese Commissie wordt gewezen op de Westelijke Balkanroute, zich verhoudt tot de eerst gemelde stellingname dat «de buitengrenzen van Kroatië en Roemenië op orde zijn en er aldus geen aanleiding is te veronderstellen dat toetreding leidt tot een toename van irreguliere migratie». Kan de regering daarbij tevens aangeven hoe dit «op orde zijn van de buitengrenzen» zich verhoudt tot de gestelde «inzet op versterking van de buitengrenzen»?
Antwoord
De toetreding van een EU-lidstaat tot het Schengengebied is een zorgvuldig proces. Dat geldt ook voor Kroatië en Roemenië. Voor beide landen geldt dat er gedurende enkele jaren meerdere evaluatieonderzoeken zijn uitgevoerd onder meer ten aanzien van het beheer van de buitengrenzen, waaruit blijkt dat zij de bestaande regels correct toepassen.19 Het onderzoek bestrijkt bijvoorbeeld ook internationale samenwerking tussen politieautoriteiten en het terugkeerbeleid. De voortgang die beide landen hebben laten zien ten aanzien van de toepassing van het Schengenacquis heeft ertoe geleid dat de Commissie heeft geconcludeerd dat beide landen gereed zijn om toe te treden tot Schengen. Het kabinet kan zich in deze conclusies vinden.20 Op 8 december 2022 heeft de Raad unaniem ingestemd met toetreding van Kroatië tot het Schengengebied. Voor Roemenië geldt dat er geen unanimiteit was voor toetreding.
De recente ontwikkelingen in Europa op de verschillende migratieroutes en de toename van het aantal asielaanvragen zijn het gevolg van een complex aan oorzaken. De Commissie werkt dit uit in de door de leden van de PVV-fractie aangehaalde Actieplannen. Een deel van de oplossing wordt gezocht in verstevigd buitengrensbeheer. Dat kan op diverse manieren, bijvoorbeeld door het aanpassen van bestaande regelgeving, zoals de Schengengrenscode, het intensiveren van bewaking van de landgrens door het beschikbaar stellen van aanvullende financiering, of door middel van pilots met asielgrensprocedures aan de buitengrenzen. Dit betreft ook de inzet van Frontex in derde landen, zoals op de Westelijke Balkan. Het kabinet steunt deze plannen.
Dit staat los van de constatering dat landen als Kroatië en Roemenië op dit moment de huidige Schengenregelgeving correct toepassen.
Ten slotte is Kroatië met de toetreding tot Schengen onderhevig aan het evaluatiemechanisme van de Schengenevaluatieverordening. Kroatië zal dan onder andere geëvalueerd worden op het beheer aan de buitengrenzen. Het kabinet verwelkomt dat Kroatië een jaar na toetreding geëvalueerd zal worden.
De leden van de fractie van de PVV wijzen op de volgende passage uit de begeleidende brief van het verslag van de laatste JBZ-Raad:
«Minder positief staat het kabinet ten opzichte van het artikel dat de mogelijkheden tot verlenging van de beslistermijnen op asielaanvragen inperkt ten opzichte van de mogelijkheden onder de vigerende Asielprocedurerichtlijn.»
Deze leden vragen de regering om nader te duiden om welke reden zij minder positief staat tegenover het inperken van mogelijkheden tot het verlengen van beslistermijnen op asielaanvragen.
Antwoord
Op grond van artikel 31, derde lid, van de huidige Procedurerichtlijn kunnen lidstaten de standaard beslistermijn van zes maanden in een aantal omschreven gevallen verlengen met negen maanden. Daarnaast kunnen de lidstaten bij wijze van uitzondering, in naar behoren gerechtvaardigde gevallen, de genoemde termijnen met ten hoogste drie maanden overschrijden wanneer dit noodzakelijk is met het oog op een behoorlijke en volledige behandeling van het verzoek om internationale bescherming.
Deze laatste mogelijkheid, om de termijnen met drie maanden te overschrijden, is in de gedeeltelijke Raadspositie die recentelijk werd bereikt komen te vervallen. Dit is een tegenvaller voor het kabinet, omdat het zeker in tijden van hoge werkdruk nodig kan zijn de beslistermijnen te verlengen om tot een zorgvuldige beslissing te komen. Het kabinet heeft niettemin besloten in te stemmen met de gedeeltelijke Raadspositie, gezien de algehele balans die in de tekst gevonden is.
Naar aanleiding van de volgende passage uit het verslag van de JBZ-Raad hebben de leden van de PVV-fractie de regering voorts enkele vragen te stellen:
«Daarnaast was veel aandacht voor migratiesamenwerking met Turkije onder de EU-Turkijeverklaring.» Kan de regering nader duiden waar deze aandacht inhoudelijk over ging en wat de actuele stand van zaken is van deze samenwerking met Turkije?
Antwoord
Tijdens de JBZ-raad werd bij een discussie over de externe dimensie van migratie en de situatie langs de belangrijkste migratieroutes door meerdere Lidstaten, waaronder Nederland, de Commissie gevraagd om met aanvullende actieplannen te komen. Het kabinet heeft de Commissie opgeroepen om, naast de Actieplannen voor de Centraal Mediterrane Route en de West Mediterrane Route die kort daarvoor waren gepresenteerd, ook met een actieplan te komen voor de Oost Mediterrane Route. In dat kader heeft het kabinet het belang van de samenwerking met Turkije onder de EU-Turkije verklaring onderstreept – als belangrijk transitland op deze route. Kabinet vindt eveneens de volledige implementatie van alle onderdelen van de EU-Turkijeverklaring door alle partijen van groot belang.
Kan de regering voorts aangeven wat de door de Europese Commissie aangegeven zeer hoge asielinstroom betekent voor de asielopvang in Nederland? Kan de regering nader duiden waarom zij zich in dit kader niet zou herkennen in het door het in het artikel van 26 januari 2023 in het NRC Handelsblad geschetste beeld van een maatschappelijk ontwrichtende asielcrisis? Kan de regering aangeven waarom zij zich niet in dat beeld herkent, maar tegelijkertijd wel de Veiligheidsregio’s gebruikt om regionale opvangplannen door te zeten? Kan de regering concreet aangeven of zij bereid is om de Nederlandse grenzen nu eindelijk eens te sluiten voor deze massale asielinvasie?
Antwoord
Op verschillende momenten is de Tweede Kamer geïnformeerd over de stand van zaken van de opvangopgave voor het voorjaar van 2023.21 Het kabinet zet in op extra maatregelen die nodig zijn om een scenario zoals zich dat afgelopen zomer heeft voorgedaan te voorkomen. In de Kamerbrief van 10 februari jl. is aangegeven dat het COA maatregelen in gang zet om per 1 juli 2023 19.000 extra plekken te realiseren. Naast de onmisbare rol van het COA, gemeenten en provincies, is ook de verlengde inzet van veiligheidsregio’s noodzakelijk. Omdat het COA niet over voldoende opvangplekken beschikt, zijn veiligheidsregio’s gevraagd om de inzet van crisisnoodopvangplekken te verlengen tot het moment dat het COA het aantal benodigde plekken heeft gerealiseerd, maar in ieder geval tot 1 juli 2023.22 Die brede inzet is erop gericht te voorkomen dat een situatie ontstaat waarin er geen slaapplek is voor asielzoekers die zich melden, zoals vorige zomer aan de orde was. Dat is dan ook de reden dat het beeld van een maatschappelijk ontwrichtende asielcrisis niet wordt herkend.
Zoals bekend respecteert het kabinet de internationale verdragen en afspraken waaraan Nederland zich heeft verbonden. Het kabinet is van mening dat het sluiten van de Nederlandse binnengrenzen geen duurzame oplossing is voor het complexe migratievraagstuk. Daarbij komt dat de asielaanvraag van eenieder die zich aan de grens meldt in behandeling moet worden genomen. Het kabinet acht een goed functionerend Schengengebied van groot belang. Het Schengengebied is één van de verworvenheden van de EU en heeft bijgedragen aan een sterke interne markt. Het kabinet werkt met de buurlanden en gelijkgezinde landen aan het verbeteren van analyse en risico-gestuurde monitoring aan de binnengrenzen, en het kabinet zet zich binnen de EU in voor de versterking van de buitengrenzen en het beperken van secundaire migratie. Daarnaast is het mobiel toezicht aan de Nederlandse binnengrenzen verscherpt. In brede zin werkt Nederland samen met andere EU-landen op het gebied van migratie, en kabinet heeft het dan ook verwelkomd dat tijdens de buitengewone ER op 9 en 10 februari jl., mede op verzoek van Nederland, is gesproken over migratie.
Tot slot wijzen deze leden erop dat in het verslag van de JBZ-Raad wordt gesproken over de EU-toetreding tot het EVRM. Kan de regering nader toelichten wat wordt bedoeld met het in dit kader gebruikte begrip «interpretatieve verklaring» en welke effecten en rechtsgevolgen daarvan uitgaan? Kan de regering nader duiden of van een dergelijke toetreding überhaupt sprake kan zijn nu het bezwaar van het Hof van Justitie van de Europese Unie over het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) van de Europese Unie nog overeind blijft staan?
Antwoord
De toetreding van de EU tot het EVRM is een verplichting op grond van het EU-Verdrag (artikel 6, lid 2, Verdrag betreffende de EU). Momenteel wordt nog gewerkt aan een oplossing voor het bezwaar van het EU-Hof op het gebied van het Gemeenschappelijk Buitenland- en Veiligheidsbeleid (GBVB) om deze toetreding te realiseren. Zoals aangegeven in het verslag van de JBZ-Raad van 8-9 december jl., werd aldaar een mogelijke interpretatieve verklaring besproken als oplossing voor het GBVB-bezwaar van het EU-Hof. In een interpretatieve verklaring geven verdragspartijen uitleg aan een verdrag. Een aantal lidstaten, waaronder de Benelux in een gezamenlijke verklaring, sprak steun uit voor deze verklaring. Enkele lidstaten gaven op dat moment echter aan de verklaring niet te kunnen steunen. Geconcludeerd werd daarom dat verdere bespreking onder het Zweedse voorzitterschap nodig is om tot consensus te komen. Deze besprekingen vinden momenteel nog plaats en over het tijdspad voor het vinden van een akkoord kunnen derhalve op dit moment nog geen uitspraken worden gedaan. Gelet op de lopende onderhandelingen in Straatsburg is de inhoud van de verklaring nog vertrouwelijk. Tijdens de besloten technische briefing op 7 februari jl. zijn de leden van uw Kamer nader geïnformeerd over de inhoud van de verklaring en de huidige stand van zaken hieromtrent.
Samenstelling:
Kox (SP), Koffeman (PvdD), Faber-Van de Klashorst (PVV) (voorzitter), De Boer (GL), Van Dijk (SGP), Van Hattem (PVV), Jorritsma-Lebbink (VVD), Oomen-Ruijten (CDA), Rombouts (CDA), Stienen (D66) (ondervoorzitter), Van Rooijen (50PLUS), Van den Berg (VVD), De Blécourt-Wouterse (VVD), Doornhof (CDA), Karimi (GL), Veldhoen (GL), Vos (PvdA), De Vries (Fractie-Otten), Keunen (VVD), Dittrich (D66), Van Wely (Fractie-Nanninga), Nanninga (Fractie-Nanninga), Raven (OSF), Karakus (PvdA), Talsma (CU) en Hiddema (Fractie-Frentrop).
Samenstelling:
Backer (D66), De Boer (GL) (voorzitter), Van Dijk (SGP), Van Hattem (PVV), Rombouts (CDA), Baay-Timmerman (50PLUS), Van den Berg (VVD), Arbouw (VVD), Bezaan (PVV), De Blécourt-Wouterse (VVD), Dittrich (D66), Doornhof (CDA), Janssen (SP), Karimi (GL), Meijer (VVD), Nicolaï (PvdD), Otten (Fractie-Otten) (ondervoorzitter), Recourt (PvdA), Rietkerk (CDA), Veldhoen (GL), Van Wely (Fractie-Nanninga), Nanninga (Fractie-Nanninga), Raven (OSF), Karakus (PvdA), Talsma (CU), Hiddema (Fractie-Frentrop) en Krijnen (GL).
Zie hiervoor: https://www.nrc.nl/nieuws/2023/01/26/nederland-stevent-af-op-een-maatschappelijk-ontwrichtende-asielcrisis-a4155476.
Zie hiervoor het bericht: https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/nederland/artikel/5362047/asielcrisis-van-der-burg-ontwrichting-reactie.
Zie hiervoor bijvoorbeeld het volgende bericht: https://www.vrbn.nl/@37370/regioplan-asiel-oekraine-opvang/.
Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad, 16 november 2022, COM(2022) 636 final.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32317-NW.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.