32 317 JBZ-Raad

32 502 Staat van de Europese Unie 2010–2011

Nr. 97 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 december 2011

Onder verwijzing naar de motie van de leden Schouw en Ten Broeke (Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 32 502, nr. 10) wil ik u graag als volgt berichten.

Tijdens de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken d.d. 13–14 december jl. zijn als A-punt aangenomen de conclusies van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten over de Europese agenda voor de integratie van onderdanen van derde landen. Ik voeg deze conclusies en de aangehechte verklaring van Nederland, Duitsland en Oostenrijk bij deze brief1. Omdat het gezien de totstandkoming van deze Raadsconclusies praktisch niet mogelijk was u voortijdig schriftelijk te informeren – zoals de motie van de leden Schouw en Ten Broeke aan de regering verzoekt – heeft minister Leers u tijdens het Algemeen Overleg over deze Raad d.d. 8 december jl. mondeling medegedeeld dat het tot de mogelijkheden zou behoren dat voornoemd document tijdens de Raad als A-punt zou worden goedgekeurd.

De regering heeft zich ervoor ingezet in de Raadsconclusies op te laten nemen dat integratie niet enkel voor derdelanders, maar ook voor EU-burgers van groot belang is. Het krachtenveld in de Europese Unie is in dezen echter verdeeld. De Raad heeft overeenstemming bereikt over het belang van informatieuitwisseling aangaande beleid dat sociale insluiting bevordert (ik verwijs hiervoor naar de laatste zinsnede op pagina 3 van bijgevoegd document). Tevens heeft Nederland gemeend, gezamenlijk met Duitsland en Oostenrijk, in een aangehechte verklaring het belang van integratie van eenieder met een migrantenachtergrond en de bevordering van informatieuitwisseling hieromtrent te moeten benadrukken. Het kabinet zal dit standpunt blijven uitdragen binnen de daartoe bestemde gremia van de Europese Unie, alsmede tijdens zijn bilaterale contacten met andere lidstaten.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J. P. H. Donner


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven