32 317 JBZ-Raad

Nr. 14 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 juni 2010

Met verwijzing naar de brief van 19 mei 2010, uw kenmerk 2010Z07252/2010D23257, van de voorzitter van de Vaste commissie voor Justitie bericht ik u het volgende.

De Vaste commissie voor Justitie heeft mij verzocht de Tweede Kamer nader te informeren over de voornemens met betrekking tot een Europees Openbaar Ministerie. Zoals in het verslag van de JBZ-raad van 23 april 2010 (Kamerstukken II 2009–2010, 32 317, nr. 12) is vermeld, bleek tijdens het informele en oriënterende overleg over de oprichting van het Europees Openbaar Ministerie dat geen van de lidstaten noch de Europese commissie van oordeel waren dat op korte termijn de oprichting van het Europees Openbaar Ministerie ter hand zou moeten worden genomen. Dit betekent dat er nog voldoende tijd voor reflectie daarover bestaat. De interne studie binnen mijn departement is nog niet afgerond. Ik zal graag op een later tijdstip met de Vaste Commissie voor Justitie over dit onderwerp verder van gedachten wisselen.

De minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

Naar boven