Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 28 juni 2011
De Afsluitdijk voldoet niet aan de huidige veiligheidseis van 1:10 000 voor de veiligheid tegen overstroming vanuit zee.1 In het notaoverleg MIRT van 13 december 2010 (kamerstuk 32 500 A, nr. 74) heb ik een voorkeursbeslissing toegezegd in 2011. De ontwerp-structuurvisie,1 die ik u hierbij aanbied, bevat een voorkeursbeslissing met concrete maatregelen voor de waterveiligheid:
-
– Versterking dijklichaam volgens het principe overslagbestendige dijk, met als inzet een groene uitstraling (vegetatie);
-
– Renovatie van de kunstwerken (spui- en schutsluizen).
De kosteneffectiviteitanalyse,1 uitgevoerd door het CPB, ondersteunt een fasegewijze aanpak en keuze voor de overslagbestendige dijk en renovatie van de
kunstwerken. Ook het eindadvies van de Adviescommissie onder leiding van de heer E. Nijpels van 1 juni 20111 ondersteunt de lijn van de besluitvorming.
De concept-voorkeursbeslissing is tot stand gekomen op basis van een zorgvuldige afweging van de verschillende marktvisies
en referentie-varianten uit 2008.
Het Rijk staat aan de lat voor de veiligheid en heeft daar circa € 600 mln. (begroting I&M, Infrafonds) voor over. Deze versterking
garandeert veiligheid tot 2050. Afhankelijk van de daadwerkelijk optredende klimaatverandering, en de hieruit volgende veranderende
belasting van de Afsluitdijk zal in 2 050 moeten worden bezien of en hoe er aanvulllende maatregelen noodzakelijk zijn.
De concept-voorkeursbeslissing is solide, sober en flexibel: zij kan ondanks de huidige budgettaire krapte ingepast worden
in het Infrastructuurfonds en houdt rekening met toekomstige onzekerheden.
Het kabinet spreekt met de concept-voorkeursbeslissing tevens de ambitie uit om de Afsluitdijk vanuit een bredere optiek te
ontwikkelen en zo méér met de dijk te doen. De structuurvisie biedt de mogelijkheid om (op termijn) duurzame energie, natuur
en recreatie te ontwikkelen. De regio is aan zet om eigen middelen in te zetten voor de realisatie van de ambities, waar onder
het gedecentraliseerde Waddenfonds. De regio kan daarnaast een beroep doen op bestaande subsidiemiddelen bij het Rijk. Rijk
en regio trekken samen op in het realiseren van het integrale plan voor de Afsluitdijk binnen de beschikbare middelen van
rijk en regio. In aansluiting op het advies van de Adviescommissie onder leiding van de heer E. Nijpels van 1 juni 2011, zal
bezien worden in hoeverre de aanbesteding middels DBFM hieraan kan bijdragen.
De voorkeursbeslissing wordt vastgelegd in de vorm van de structuurvisie Toekomst Afsluitdijk. Deze is bindend voor het Rijk.
De afspraken met de niet-rijkspartijen over de ambities worden vastgelegd in een bestuursovereenkomst. Rijk en regio stellen
deze gezamenlijk op. In aansluiting op de motie van de Tweede Kamer (TK 32 500 A, nr. 40) gaat de structuurvisie uit van een integrale visie, die, samen met de bestuursovereenkomst, als masterplan kan fungeren,
zodat er ruimte en tijd blijft voor het doorontwikkelen van kansrijke ambities, in een gezamenlijk proces tussen Rijk, regio,
markt en kennisinstellingen.
Waterbeheer IJsselmeer
In de ontwerp-structuurvisie worden geen uitspraken gedaan over de wijze waarop invulling zal worden gegeven aan het waterbeheer
in het IJsselmeer (afweging pompen versus spuien onder vrij verval). Voor zowel de korte als de lange termijn zijn echter
wel maatregelen op dit vlak nodig. Voor de korte termijn maatregelen is er de planstudie Extra Spuicapaciteit Afsluitdijk.
De wijze waarop het peilbeheer van het IJsselmeer op lange termijn wordt vormgegeven, wordt nader onderzocht in het Deltaprogramma
IJsselmeergebied.
Vervolgproces Toekomst Afsluitdijk
De zienswijzenprocedure zal zo spoedig mogelijk starten. Voorzien is dat eind 2011 – na afronding van de zienswijzenprocedure
en het daarop volgende besluitvormingsproces – de voorkeursbeslissing wordt vastgesteld. De definitieve voorkeursbeslissing
wordt aan u toegezonden. Daarmee eindigt de fase van de verkenning en start de planstudiefase. Ik streef naar de start van
de realisatie in 2015, zodat de Afsluitdijk uiterlijk in 2020 weer aan de norm zal voldoen.
De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,
J. J. Atsma