32 288 Wijziging van de Zeebrievenwet in verband met het uitbreiden van de grondslag voor het intrekken van een zeebrief

Nr. 7 BRIEF HOUDENDE INTREKKING VAN HET WETSVOORSTEL

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 mei 2011

Bij koninklijke boodschap van 15 januari 2010 is bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal ingediend een voorstel van wet tot wijziging van de Zeebrievenwet in verband met het uitbreiden van de grondslag voor het intrekken van de zeebrief (Kamerstukken II, 32 288, nr. 2). Het wetsvoorstel is door rechtsdeskundigen tijdens een rondetafelgesprek in uw Kamer kritisch ontvangen. Ook in het verslag van de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu van 14 maart 2011 zijn bij het wetsvoorstel kritische kanttekeningen gemaakt. Mijn departement werkte reeds langere tijd aan een nieuwe Rijkswet nationaliteit zeeschepen, die de wetgeving op het gebied van de nationaliteit van zeeschepen moderniseert. Deze rijkswet is inmiddels in procedure gebracht en zal naar verwachting einde van de zomer bij uw Kamer worden ingediend.

Naar aanleiding van bovenstaande is besloten de in het wetsvoorstel opgenomen intrekkinggronden voor de zeebrief – in een aan de kritiek aangepaste vorm – over te hevelen naar het voorstel van Rijkswet nationaliteit zeeschepen.

Daartoe gemachtigd door de Koningin trek ik het voorstel van wet hierbij in.

De minister van Infrastructuur en Milieu,

M. H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus

Naar boven