Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:
A
In het opschrift wordt «Huisvestingswet 2012» vervangen door: Huisvestingswet 2013.
B
Artikel 27 wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het slot van onderdeel a wordt «, of» vervangen door een puntkomma.
2. Aan het slot van onderdeel b wordt de punt vervangen door: , of.
3. Er wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
C
Artikel 36 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, eerste volzin, wordt «overtreding van artikel 8, 22 of 23» vervangen
door: overtreding van de verboden bedoeld in de artikelen 8, 22 en 23, of van het
handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften, bedoeld in artikel 25.
2. Het tweede lid, komt te luiden:
2. De op te leggen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste:
-
a. het bedrag dat is vastgesteld voor de eerste categorie, bedoeld in artikel 23, vierde
lid, van het Wetboek van Strafrecht, voor overtreding van het verbod, bedoeld in artikel
8, eerste lid, en
-
b. het bedrag dat is vastgesteld voor de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde
lid, van het Wetboek van Strafrecht, voor overtreding van de verboden, bedoeld in
de artikelen 8, tweede lid, 22 of 23, of voor het handelen in strijd met de voorwaarden
of voorschriften, bedoeld in artikel 25.
D
In artikel 40 wordt «Huisvestingswet 2012» vervangen door: Huisvestingswet 2013.
E
In artikel 43 wordt «Huisvestingswet 2012» telkens vervangen door: Huisvestingswet
2013.
F
In artikel 44 wordt «Huisvestingswet 2012» vervangen door: Huisvestingswet 2013.
G
In artikel 50 wordt «Huisvestingswet 2012» vervangen door: Huisvestingswet 2013.
TOELICHTING
Algemeen
Deze nota van wijziging betreft een aantal redactionele wijzigingen die een gevolg
zijn van een latere inwerkingtreding van dit wetsvoorstel dan aanvankelijk voorzien.
Daarnaast is een omissie hersteld, is het maximale bedrag van de bestuurlijke boete
in overeenstemming gebracht met boetecategoriën in het Wetboek van Strafrecht en is
een redactionele verduidelijking doorgevoerd.
Artikelsgewijs
Onderdelen A, D, E, F en G
Aangezien dit wetsvoorstel niet meer in werking kan treden voor het einde van 2012
is de citeertitel aangepast.
Onderdelen B en C
Artikel 25 bepaalt dat burgemeester en wethouders aan een ontrekkings-, samenvoegings-
of omzettingsvergunning als bedoeld in artikel 23, voorwaarden en voorschriften kunnen
verbinden. Het is wenselijk dat het handelen in strijd met deze voorwaarden kan leiden
tot een bestuurlijke boete of tot intrekking van de vergunning. In het oorspronkelijke
wetsvoorstel was dat niet voorzien. Het stellen van voorwaarden en voorschriften,
zonder een vorm van handhaving is echter een lege huls. Daarom is deze omissie alsnog
hersteld. Uiteraard moet de opgelegde bestuurlijke boete en de intrekking van de vergunning
proportioneel zijn in relatie tot de ernst van de overtreding. Daarom zal bij een
eerste overtreding van de voorwaarden of voorschriften meestal volstaan kunnen worden
met het opleggen van een bestuurlijke boete en bij een voortdurende overtreding de
vergunning kunnen worden ingetrokken.
Tevens is van de gelegenheid gebruik gemaakt om de maximale hoogte van de bestuurlijke
boete aan te passen aan het interdepartementale voornemen om de bestuurlijke boete
in verschillende wetten te harmoniseren. In de kabinetsnota over de uitgangspunten
bij de keuze van een sanctiestelsel1 zijn criteria opgenomen voor de keuze tussen bestuurlijke boete en strafrechtelijke
sanctionering. Uit het onderzoek «Referentiekader geldboetes, Verslag van een onderzoek
naar de hoogte en wijze van berekening van geldboetes in het bestuursrecht en het
strafrecht» 2, blijkt dat er onverklaarbare en ongerechtvaardigde verschillen zijn in de maximale
hoogte van de bestuurlijke boete in verschillende wetten. Het is wenselijk dat deze
verschillen zoveel mogelijk worden weggenomen en dat voor de bepaling van de maximale
hoogte van bestuurlijke boetes wordt aangesloten bij de boetecategorieën van artikel
23 van het Wetboek van Strafrecht.
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
J. W. E. Spies