Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201432201 nr. 69

32 201 Herziening van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid

Nr. 69 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 februari 2014

Per brief van 4 februari jl. (Kamerstuk 32 201, nr. 68) heb ik uw Kamer geïnformeerd over het feit dat het artikel voor de uitbreiding van de pulsvisserij in de onderhandelingen buiten het politiek akkoord over het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV) is gevallen. Ik heb u in die brief, en tijdens het AO van 11 februari jl., toegezegd dat ik alles in het werk zal stellen om tot een snelle oplossing te komen.

Nederlandse vissers die wachten op een pulsvergunning kunnen alsnog snel aan de slag. Op basis van een nationaal programma, dat op korte termijn van start zal gaan, is de verdubbeling van extra vergunningen voor het vissen middels de duurzame pulstechniek alsnog rondgekomen. Dat is het resultaat van de gesprekken met mijn Griekse collega en Eurocommissaris Damanaki.

Pilotprogramma

Nederland kan werken aan een grootschalig pilotprogramma om de werking van pulskorvisserij in beeld te brengen. Hiervoor zullen 42 extra vergunningen worden verleend aan Nederlandse vissers. Het onderzoek wordt uitgevoerd met behulp van IMARES, onderdeel van de Wageningen Universiteit. Het programma onderzoekt verder de selectiviteit van de pulskor en de milieuwinst door het niet langer beroeren van de bodem en halvering van het brandstofgebruik. Bij het programma worden de visserij- en milieuorganisaties betrokken. Het programma is van groot belang voor de implementatie van het nieuwe Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB) met de aanlandplicht als grote opgave. Alle partijen zijn het erover eens dat innovatie, verduurzaming en meer selectiviteit de sleutels zijn bij deze opgave.

De Europese Commissie is er met mij van overtuigd dat de verdere ontwikkeling van innovatieve visserijtechnieken waarvan is aangetoond dat zij lagere impact op ecosystemen hebben, zoals pulsvisserij, moet worden gestimuleerd en dat er mogelijkheden voor verder gebruik van dergelijke vistuigen moeten worden gevonden. Vooruitlopend op een structurele oplossing, die uiteindelijk zijn beslag moet krijgen in de Verordening Technische Maatregelen, zal ik een breed proefproject opzetten dat zich richt op het faciliteren van de invoering van de aanlandplicht in de Nederlandse platvisvloot.

Ik zal daarom op korte termijn de 42 extra pulsvergunningen verlenen, waarbij ik uitga van de bestaande wachtlijst. Deze vaartuigen gaan onderdeel uitmaken van het brede proefproject. De basis voor dit project heb ik gevonden in artikel 14 van de Basisverordening (Verordening EU nr. 1380/2013) waarin lidstaten de mogelijkheden wordt geboden om in het kader van de aanlandplicht «alle haalbare methoden ter voorkoming, beperking en uitbanning van ongewenste vangsten in een visserij volledig te onderzoeken».

Aan dit proefproject zal een uitgebreid monitoring- en kennistraject worden gekoppeld, dat ik in nauwe samenwerking met wetenschap, sector en maatschappelijke organisaties wil opstellen en uitvoeren. Naast de cruciale rol die dit proefproject vervult bij de invoering van de aanlandplicht, zal dit tevens van groot belang zijn voor het vergaren van verdere, meer fundamentele kennis over de pulsvisserij. Zoals gezegd is dit project daarmee ook een overbrugging naar generieke toelating van de puls.

De Europese Commissie heeft haar volledige steun uitgesproken voor zowel dit proefproject als de daarvoor gevonden basis. Zij is bijzonder te spreken over de Nederlandse aanpak, gericht op verdere verduurzaming van de visserij, waarbij nauw wordt samengewerkt tussen overheid, sector, kennisinstellingen en ook maatschappelijke organisaties. Ik heb met Commissaris Damanaki afgesproken dat ik op korte termijn (enkele weken) met een projectplan zal komen. Natuurlijk zal ik uw Kamer ook informeren over dit plan.

Ik ben zeer tevreden met deze oplossing, waarbij de Nederlandse vissers de ruimte krijgen om via deze weg door te werken aan de verdere verduurzaming van de visserij. Ik ben mij er tegelijkertijd van bewust dat we er hiermee nog niet zijn, maar zie dit proefproject als een zeer belangrijke stap op de weg naar volledige toelating van de pulsvisserij. U kunt ervan op aan dat ik mij hiervoor zal blijven inzetten. Ik verwacht hier ook de sector aan mijn zijde te vinden, ook wat betreft het werken aan een uitvoerbare en handhaafbare aanlandplicht.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma