Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2015-2016 | 32156 nr. 69 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2015-2016 | 32156 nr. 69 |
Vastgesteld 7 december 2015
De algemene commissie voor Wonen en Rijksdienst heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Minister voor Wonen en Rijksdienst over de brief van 19 november 2015 inzake de overdracht van monumenten aan de Nationale Monumentenorganisatie (NMo) (Kamerstuk 32 156, nr. 66).
De Minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 4 december 2015. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.
De voorzitter van de commissie, Geurts
De griffier van de commissie, Van der Leeden
1
Welke WOZ grenswaarde gaat de Nationale Monumentenorganisatie (NMo) hanteren bij de toelating van nieuwe leden in het huishoudelijk reglement, waarnaar verwezen wordt in artikel 3 van haar statuten?
De hoogte van de totale WOZ-waarde bedraagt 10 miljoen euro conform de in de NMo-statuten genoemde criteria voor toetreding.
2
Welke criteria hanteert de NMo voor het vaststellen van deze grenswaarde?
De NMo kijkt ten aanzien van dit criterium naar de verwachting van noodzakelijke continuïteit en solvabiliteit.
3
Hoe beoordeelt de NMO de aanwezigheid en/of borging van voldoende beleidsmatige professionaliteit voor de instandhouding van monumenten en welke criteria worden daarbij gebruikt?
De NMo spiegelt zich bij de beoordeling hiervan aan de criteria die door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zijn opgesteld bij de aanwijzing van de POM-status (Professionele organisatie voor monumentenbehoud).
4
Welke middelen heeft de Staat als blijkt dat de NMo onvoldoende meewerkt aan toetreding van nieuwe leden en specifiek de Stichting Gooisch Erfgoed?
Gezien de doelstellingen van de NMo en haar intentie om te gaan fungeren als organisatie naar voorbeeld van de National Trust/English Heritage, staat zij ervoor open om andere monumentenorganisaties als lid op te nemen. Dit is opgenomen in de statuten van de NMo. Vanzelfsprekend geldt dit ook voor de Stichting Gooisch Erfgoed. Om de kwaliteit van de organisatie als geheel te borgen stelt de NMo een aantal voorwaarden aan organisaties die zich willen aansluiten, waaronder de POM-waardigheid.
Op uw verzoek heb ik ten behoeve van de Stichting Gooisch Erfgoed een apart artikel in de koopovereenkomst laten opnemen met betrekking op de mogelijke toetreding. Daarnaast is aan de Kamer toegezegd om de toetreding van nieuwe leden als onderwerp mee te nemen bij de evaluatie die vijf jaar na de overdracht zal plaatsvinden. Ik verwijs naar mijn brief van 19 november 2015 (Bijlage 11). Als blijkt dat de NMo zich hier onvoldoende aan houdt, kan zij op grond van de koopovereenkomst hierop worden aangesproken.
5
Bent u bereid middels de koopovereenkomst afspraken te maken met de NMO over betere duiding van de toelatingscriteria en de medewerkingsbereidheid voor toetreding en zo ja, hoe wordt dat vormgegeven?
De NMo is een onafhankelijke privaatrechtelijke organisatie die zelf haar toetredingscriteria bepaalt. Zoals gesteld gaat het de NMo om de zorg voor de monumenten waarbij de kwaliteit van de potentiële leden van essentieel belang is. Als richtlijn gebruikt de NMo hierbij de POM-criteria als opgesteld door het Ministerie van OCW dat deze criteria gebruikt bij de subsidieaanvragen in het kader van het BRIM (Besluit Rijkssubsidiëring Instandhouding Monumenten). Het stellen van aanvullende voorwaarden in de koopovereenkomst heeft geen toegevoegde waarde.
6
Zijn er beperkingen, clausuleringen en randvoorwaarden opgenomen in de concept koopovereenkomst voor overdracht van de Vestingwerken of andere monumenten aan leden van de NMO en zo ja, welke zijn deze?
In de bijlage is de laatste versie van de conceptkoopovereenkomst opgenomen. Artikel 20 behandelt de mogelijke doorlevering van monumenten aan een van de leden. Dit mag alleen indien daar uitzonderlijke bedrijfeconomische reden voor zijn. Als aangegeven in mijn brief van 19 november is de beperking op het doorleveren van de Vesting Naarden uit de koopovereenkomst verwijderd zodat doorlevering aan de Stichting Gooisch Erfgoed mogelijk is.
7
Wilt u de laatste versie van de concept koopovereenkomst ter beschikking stellen aan de Kamer, al dan niet vertrouwelijk?
Ja, de laatste versie van de conceptkoopovereenkomst is als bijlage opgenomen.
8
Bent u bereid mee te werken aan een afspraak in de koopovereenkomst waarbij lidmaatschap van de NMo en verwerving van de Vestingwerken door de Stichting Gooisch Erfgoed gelijktijdig kunnen plaatsvinden of aan elkaar gekoppeld worden?
Zie gecombineerd antwoord met vraag 9.
9
Bent u bereid mee te werken aan directe overdracht van de Vestingwerken van de Staat aan een Goois Erfgoed Stichting als de laatste gelijktijdig kan toetreden tot de NMO als lid?
De gemeente Naarden is recent met een voorstel voor een Stichting Gooisch Erfgoed gekomen. Hoe de Stichting Gooisch Erfgoed zich gaat ontwikkelen is nog niet bekend. De NMo heeft bewust een open structuur om het toelaten van organisaties als de Stichting Gooisch Erfgoed mogelijk te maken. Omdat beide partijen het behoud van de Vestingwerken voor ogen hebben, ben ik er van overtuigd dat als de Stichting Gooisch Erfgoed zover is, zij samen met de NMo de beste modus vindt om met de Vestingwerken om te gaan.
Op 18 december 2014 is een principeakkoord gesloten met de NMo op basis van een totaalpakket van 29 monumenten. Sinds die tijd wachten huurders, gebruikers en andere betrokkenen op duidelijkheid. Sommige gebruikers staan in de startblokken om met nieuw elan met de NMo aan de slag te gaan om hun monument beter tot zijn recht te laten komen in de samenleving. Nu het pakket van 29 monumentcomplexen ter discussie stellen is niet wenselijk omdat dit vertraging oplevert en geen duidelijkheid geeft aan gebruikers.
10
Hoe wordt het beschikbare rendement uit het beheerfonds verdeeld als een monument overgaat naar één van de leden van de NMO?
De instandhoudingbijdrage voor deze 29 monumentencomplexen blijft altijd bij de NMo. Het rendement uit de instandhoudingsbijdrage is bepaald voor elk specifiek object. Het rendement op de instandhoudingsbijdrage gaat in dat geval over op het lid. Een lid mag het monument niet vervreemden aan derden maar moet het kunnen terugleveren aan de NMo of aanbieden aan de overheid.
11
Welk aandeel hebben de Vestingwerken in de bestemming van het beheerfonds, al dan niet meerjarig gemiddeld?
Ruim 30% van de instandhoudingsbijdrage heeft betrekking op de Vesting Naarden.
12
Welke (rechts)middelen heeft u na het sluiten van de koopovereenkomst om het beheer anders in te richten of nieuwe afspraken te maken met de NMO, als na evaluatie blijkt dat de overdracht van één of meer monumenten niet aan de verwachtingen voldoet?
De NMo stelt zichzelf tot doel om het beheer en behoud van de monumenten zo optimaal mogelijk in te richten. Zij heeft daarvoor ook de ervaring en expertise. Daarnaast heeft zij zich net als iedere monumenteneigenaar te houden aan de wet- en regelgeving waaronder de Erfgoedwet (publiekrechtelijk). De nieuwe erfgoedwet kent onder andere een onderhoudsverplichting.
De volledige koopovereenkomst is gebaseerd op het uitgangspunt dat de monumenten goed beheerd en behouden zullen blijven. Ik heb met uw Kamer afgesproken om door middel van een jaarlijkse audit en de evaluatie (vijf jaar na overdracht) te volgen hoe het met de monumenten gaat. De NMo kan op basis van de koopovereenkomst (privaatrechtelijk) worden aangesproken als het beheer te wensen overlaat.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32156-69.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.