Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132043 nr. 65

32 043 Toekomst pensioenstelsel

Nr. 65 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 juni 2011

Tijdens het debat over het pensioenakkoord van 29 juni jl. (Handelingen II; 2010/11, nr. 99) heb ik met u gedeeld dat de arbeidsmarkt voor ouderen op dit moment nog onvoldoende functioneert en dat maatregelen nodig zijn. In dat kader heeft mevrouw Vermeij een motie ingediend om het voorontwerp van wet Overbruggingsuitkering uit 2009 als wet in te dienen bij de Tweede Kamer (Kamerstukken II, vergaderjaar 2010/2011, 32 043, nr. 49). Doel van de overbruggingsuitkering was eenregeling voor oudere werkloze werknemers van 65 jaar of ouder die na afloop van hun WW- of loongerelateerde WGA-uitkering een overbrugging te bieden tot aan het AOW-pensioen, zonder dat zij daarbij geconfronteerd zouden worden met een partner- en/of vermogenstoets. Ik wil mijn reactie op deze motie graag nader toelichten.

Ik hecht eraan de afspraken die het kabinet met de sociale partners heeft gemaakt gestand te doen. In het pensioenakkoord is er voor gekozen de huidige wet Inkomensvoorziening Oudere Werklozen (IOW) tijdelijk te verlengen. Ik heb u daarover geïnformeerd in mijn brief van 10 juni jl. (Kamerstukken II, vergaderjaar 2010/2011, 30 413, nr. 157). In 2020 wordt de pensioenleeftijd verhoogd naar 66 jaar. Werknemers hebben echter tijd nodig om zich voor te bereiden op het langer doorwerken. Werkgevers hebben tijd nodig het personeelsbeleid hierop af te stemmen. In dit licht en in het kader van het bredere pensioenakkoord, acht de regering de verlenging van de IOW aanvaardbaar.

De doelstelling van de IOW is gelijk aan de wet Overbruggingsuitkering, namelijk het bieden van een inkomensvoorziening zonder partner- of vermogenstoets aan oudere werknemers na afloop van hun WW- of loongerelateerde WGA-uitkering.

Het tijdelijk verlengen van de IOW past ook bij de afspraken uit het pensioenakkoord om de arbeidsmarktpositie van ouder wordende werknemers te verbeteren. De Stichting van de Arbeid heeft dit verwoord in haar beleidsagenda «Investeren in inzetbaarheid, beleidsagenda 2020», die onderdeel is van de uitwerking van het pensioenakkoord en die u heeft ontvangen als bijlage bij mijn brief van 10 juni. De Stichting van de Arbeid streeft in haar beleidsagenda naar een arbeidsparticipatie boven de 55 jaar die niet meer significant afwijkt van de arbeidsparticipatie onder de 55 jaar.

Het voornemen van het kabinet is de IOW tijdelijk te verlengen door de IOW beschikbaar te stellen voor oudere werklozen die geboren zijn vóór 1 januari 1956. Er is gekozen voor dit geboortecohort, opdat oudere werklozen die voor het eerst te maken krijgen met de verhoging van de pensioenleeftijd, op deze manier tot en met 2021 in aanmerking blijven komen voor IOW tussen einde WW- of loongerelateerde WGA-uitkering en aanvang van het AOW-pensioen.

Werkloze ouderen en gedeeltelijk arbeidsgeschikten hebben aansluitend op hun WW- of loongerelateerde WGA-uitkering recht op IOW, indien zij voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • 60 jaar of ouder op de eerste werkloosheidsdag;

  • recht op meer dan 3 maanden WW (dus feitelijk voldoen aan de jareneis in de WW);

  • geboren voor 1 januari 1956;

  • op wie geen uitsluitingsgrond van toepassing is.

Rekenvoorbeeld

Werknemer De Vries is geboren op 1 juli 1955. Hij wordt werkloos op 1 augustus 2015. De Vries is dan 60 jaar. Hij heeft altijd gewerkt en heeft recht op 38 maanden WW. Op 1 oktober 2018 eindigt zijn WW. De Vries is geboren in 1955 en heeft dus aansluitend (met ingang van 1 oktober 2018) recht op IOW. Op 1 juli 2021 wordt De Vries 66, dan eindigt de IOW en ontvangt hij AOW.

De IOW kent een ruimere doelgroep dan de wet Overbruggingsuitkering, die alleen voor werklozen die 65 jaar of ouder zijn na afloop van hun maximale uitkering een overbrugging biedt tot aan het AOW-pensioen.

De verlenging van de IOW zal onderdeel uitmaken van het wetsvoorstel dat invulling geeft aan het pensioenakkoord voor wat betreft de AOW en het Witteveenkader. Ik beoog dit wetsvoorstel nog voor de zomer voor spoedadvies aan de Raad van State te zenden. Dit wetsvoorstel inclusief het nader rapport kunt u dan vlak na de zomer ontvangen.

Het aflopen van de IOW in 2021 sluit aan bij de inzet dat de arbeidsmarkt voor ouderen op dat moment zijn genormaliseerd. Te zijner tijd zal ik de arbeidsmarktsituatie van ouderen en de begrenzing van de IOW evalueren. Mocht dat noodzakelijk zijn, dan kan op dat moment besloten worden welke verdere maatregelen eventueel nodig zijn.

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

H. G. J. Kamp