Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 31 januari 2013
De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft mij gevraagd haar te
informeren over het overleg met de Pensioenfederatie over de salarisstructuur van
pensioenfondsen en pensioenuitvoeringsorganisaties, alsmede over het beschikbaar stellen
van informatie over terugstortingen aan deelnemersraden of verantwoordingsorganen.
Met deze brief kom ik aan dit verzoek tegemoet. De brief vergde afstemming met verschillende
partijen, als gevolg waarvan verzending op uiterlijk 25 januari niet mogelijk bleek.
Ik ga ervan uit dat deze brief desondanks kan worden besproken tijdens het algemeen
overleg over pensioenonderwerpen op 6 februari a.s.
Beloningsbeleid
Ook in de motie van het lid Omtzigt c.s. van 13 december is gevraagd om in overleg
met de pensioensector te komen tot een beloningscode die ook op de uitvoeringsorganisaties
van toepassing is1. In mijn brief van 13 december 2012 heb ik geschreven dat zowel het kabinet als sociale
partners en fondsbestuurders belang hechten aan een beheerst beloningsbeleid2. Om te bewerkstelligen dat deze aandacht ook in de toekomst blijft bestaan, zal ik
in een besluit op basis van het wetsvoorstel versterking bestuur pensioenfondsen regels
opnemen met betrekking tot een beheerst beloningsbeleid. Deze regels zijn analoog
aan de regeling in het Besluit beheerst beloningsbeleid wft3. Kern van deze bepaling is dat het pensioenfonds een beleid inzake beloningen moet
hanteren dat niet aanmoedigt tot het nemen van meer risico’s dan voor het betreffende
fonds aanvaardbaar is. Daarnaast werkt de pensioensector aan de Code Pensioenfondsen
waarin onder andere regels ten aanzien van een beheerst beloningsbeleid worden uitgewerkt.
Deze code zal aansluiten op de Wet versterking bestuur pensioenfondsen.
Wat betreft de in de motie genoemde pensioenuitvoeringsorganisaties wil ik vooraf
opmerken dat dit private ondernemingen zijn waaraan pensioenfondsen werkzaamheden
hebben uitbesteed. De wijze van uitbesteding is bijzonder divers. Sommige werkzaamheden
zijn in het buitenland uitbesteed. In sommige gevallen is het pensioenfonds een grote
opdrachtgever, in andere gevallen is het fonds slechts een van de vele opdrachtgevers
van de partij aan wie uitbesteed is. Dat betekent dat de directe invloed van het pensioenfonds
op die partij zeer divers is en in voorkomende gevallen beperkt. Dat laat onverlet
dat het aangrijpingspunt bij de pensioenfondsen ligt. Zij zullen bij een besluit tot
uitbesteding de beloningsstructuur van de pensioenuitvoeringsorganisatie meewegen.
Dat zal met name het geval zijn bij grootschalige uitbesteding van de administratie
en bij uitbesteding van het vermogensbeheer. Het bestuur zal daarbij het belang van
de deelnemers van het fonds voorop stellen en ook oog hebben voor hetgeen maatschappelijk
verantwoord is. In het eerder genoemde besluit op basis van het wetsvoorstel versterking
bestuur pensioenfondsen ben ik ook voornemens te regelen dat het pensioenfonds zich
rekenschap moet geven van het beloningsbeleid van de derde aan wie werkzaamheden worden
uitbesteed. In de Code Pensioenfondsen wordt aan dit aspect van uitbesteding eveneens
aandacht geschonken.
Tot slot wijs ik u in dit verband op de gevolgen van het wetsvoorstel ter implementatie
van de Europese richtlijn inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen4. Deze richtlijn kent ook een aantal beloningsregels. Tijdens behandeling van dit
wetsvoorstel in de Tweede Kamer is een amendement aangenomen als gevolg waarvan beheerders
van beleggingsinstellingen waar alleen pensioenfondsen in deelnemen (beheerders van
pensioenvermogen), uitgezonderd zijn van de reikwijdte van de bovengenoemde richtlijn.
De minister van Financiën heeft op 24 januari jl. aan de Eerste Kamer gemeld dat hierover
een novelle zal worden ingediend.
Informatie over terugstortingen
Overeenkomstig mijn toezegging tijdens de begrotingsbehandeling heb ik de Pensioenfederatie
verzocht om verzoeken van deelnemersraden en verantwoordingsorganen om informatie
over terugstortingen waar mogelijk in te willigen. Naar aanleiding hiervan heeft de
Pensioenfederatie haar leden en de aangesloten fondsen opgeroepen om verzoeken om
informatie over terugstortingen van deelnemersraden en verantwoordingsorganen te honoreren.
Aan de pensioenfondsen is verder gevraagd om verzoeken van de deelnemersraad en/of
het verantwoordingsorgaan om informatie over het verlagen van het pensioenvermogen
in de jaren ’90 in het jaarverslag over 2013 te vermelden en daarbij aan te geven
of aan dit verzoek gehoor is gegeven.
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J. Klijnsma