32 021 Wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie, de Wet op de rechterlijke indeling, het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en enkele andere wetten naar aanleiding van de evaluatie van de modernisering van de rechterlijke organisatie en in verband met de regeling van het klachtrecht inzake gedragingen van rechterlijke ambtenaren (Evaluatiewet modernisering rechterlijke organisatie)

Nr. 13 AMENDEMENT VAN HET LID GERKENS

Ontvangen 18 mei 2010

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

Aan artikel XXII, vierde lid, worden drie volzinnen toegevoegd, luidende: Beëindiging van een aanwijzing als bedoeld in de eerste volzin is onderworpen aan goedkeuring door Onze Minister van Justitie. Onze Minister van Justitie legt het ontwerp van het goedkeuringsbesluit over aan beide kamers der Staten-Generaal. Indien een der kamers der Staten-Generaal binnen twee weken na deze overlegging besluit niet in te stemmen met het ontwerp, wordt de goedkeuring onthouden.

II

Na artikel XXII wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL XXIIA

Onze Minister van Justitie zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten in de praktijk van de artikelen 93, 108 en 110 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de artikelen 131 en 241 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, zoals die ingevolge deze wet zijn komen te luiden.

III

Na artikel XXIII wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL XXIIIA

Artikel XXII, vierde lid, tweede, derde en vierde volzin, vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat niet eerder is gelegen dan drie jaar nadat artikel XXIIA in werking is getreden. De voordracht voor het koninklijk besluit wordt niet eerder gedaan dan twee weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Indien een der kamers der Staten-Generaal besluit niet in te stemmen met het ontwerp, wordt er geen voordracht gedaan en kan niet eerder dan zes weken na het besluit van die kamer der Staten-Generaal een nieuw ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal worden overgelegd.

Toelichting

De indiener wil dat, in ieder geval voor een periode van drie jaar vanaf inwerkingtreding van de wet,  sluiting van een door de Raad voor de rechtspraak aangewezen nevenlocatie is onderworpen aan parlementaire toestemming. Op deze wijze kan worden gecontroleerd of alle van belang zijnde factoren voldoende bij de afweging tot sluiting zijn betrokken.

Gerkens

Naar boven