Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132015 nr. 14

32 015 Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de Wet op de jeugdzorg en de Pleegkinderenwet in verband met herziening van de maatregelen van kinderbescherming

Nr. 14 AMENDEMENT VAN HET LID KOOIMAN

Ontvangen 18 januari 2011

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel II wordt voor onderdeel A een onderdeel ingevoegd, luidende:

aA

Aan het eerste lid van artikel 798 wordt een volzin toegevoegd, luidende: Degene die niet de ouder is en de minderjarige op wie de zaak betrekking heeft gedurende ten minste een jaar als behorende tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, wordt aangemerkt als belanghebbende.

Toelichting

De pleegouders van een kind dat onder toezicht is gesteld hebben op dit moment geen spreekrecht in de procedure voor de rechter. De gezinsvoogd kan dit nu wel aan de rechtbank verzoeken, maar dat gebeurt niet automatisch. Zo worden pleegouders dus niet altijd betrokken bij de verlenging van de machtiging of ondertoezichtstelling van hun pleegkind. Kinderen die onder toezicht zijn gesteld en in een perspectiefbiedend pleeggezin verblijven hebben er belang bij dat ook de pleegouders het woord mogen voeren en hun zienswijze mogen geven. Dit amendement beoogt de pleegouders spreekrecht te geven bij rechtszitting.

Kooiman