Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201932013 nr. 219

32 013 Toekomst financiële sector

Nr. 219 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 juli 2019

Door middel van deze brief informeer ik uw Kamer over de start van de consultatie van mijn wetsvoorstel met nadere beloningsmaatregelen voor de financiële sector. Ook informeer ik uw Kamer over mijn besluitvorming over de introductie van een wettelijke verplichting tot terugvordering van een deel van de vaste beloning van bestuurders van systeemrelevante banken in geval van staatssteun (claw back) waarover ik voorlichting heb gevraagd aan de Afdeling advisering van de Raad van State (Afdeling)1.

Consultatie wetsvoorstel beloningsmaatregelen

Vandaag ben ik een openbare internetconsultatie gestart van acht weken van mijn wetsvoorstel met nadere beloningsmaatregelen voor de financiële sector2. Dit wetsvoorstel bevat onder meer:

  • 1. een wettelijke verplichting voor bestuurders en medewerkers van financiële ondernemingen om o.a. aandelen die bestanddeel zijn van vaste beloningen aan te houden gedurende een periode van 5 jaar;

  • 2. een wettelijke verplichting voor financiële ondernemingen om zich rekenschap te geven van en verantwoording af te leggen over de verhouding van de beloningen tot de functie van de onderneming in de sector en positie in de samenleving en de wijze van totstandkoming van deze verhouding; en

  • 3. een aanscherping van de mogelijkheid tot afwijking van het bonusplafond voor niet-CAO personeel.

Verder bevat het wetsvoorstel enkele meer technische wijzigingen van de beloningsregels in de Wet op het financieel toezicht. Het betreft wijzigingen die aanvankelijk opgenomen waren in het voorstel voor de Wijzigingswet financiële markten 2018 naar aanleiding van richtsnoeren van de Europese Bankenautoriteit betreffende een beheerst beloningsbeleid3. Er is destijds voor gekozen om deze wijzigingen aan te houden tot de evaluatie van de beloningsregels uit de Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen (Wbfo) en de maatschappelijke consultatie van de eerder aangekondigde beloningsmaatregelen waren afgerond om deze meer technische wijzigingen te zijner tijd in één wetsvoorstel met beloningsmaatregelen op te nemen. Onderdeel hiervan is onder meer een delegatiegrondslag om bij algemene maatregel van bestuurder aanvullende regels te kunnen stellen met betrekking tot de definitie van vaste en variabele beloningen.

Ook wordt in het wetsvoorstel het bestaand beleid met betrekking tot handelaren voor eigen rekening bestendigd, zoals geïnitieerd door het kabinet Rutte-Asscher en zoals bij de introductie van de Wbfo door een brede Kamermeerderheid gesteund en aangekondigd in de beantwoording van Kamervragen over de agenda financiële sector4.

Besluitvorming claw back vaste beloning bij staatssteun

In mijn brief van 17 december 20185 heb ik uw Kamer bericht de introductie van een wettelijke verplichting tot terugvordering van een deel van de vaste beloning van bestuurders van systeemrelevante banken in geval van staatssteun (claw back) te overwegen. In vervolg op een maatschappelijke consultatie heb ik de Afdeling om voorlichting gevraagd over de Europeesrechtelijke houdbaarheid van een dergelijke claw back. Aan de Afdeling zijn verschillende varianten van een claw back van vaste beloning bij staatssteun voorgelegd, die variëren in criteria, omvang en duur van terugvordering. Ook is gevraagd naar andere mogelijkheden voor terugvordering in geval van staatssteun. Hierbij zend ik u de voorlichting van de Afdeling.

Voorlichting Afdeling

De Afdeling toont in haar voorlichting begrip voor de wens om maatregelen te treffen om het vertrouwen in banken te herstellen en prikkels voor het nemen van onverantwoorde risico’s bij banken tegen te gaan, maar wijst in de eerste plaats op de daarvoor reeds eerder ingevoerde mogelijkheden. Daarnaast concludeert zij dat een terugvorderingsverplichting van vaste beloningen met zich brengt dat naderhand wordt teruggekomen op eerder toegezegde en uitgekeerde vaste beloningen hetgeen zich niet verhoudt met Europese en nationale regels voor vaste beloningen van bankbestuurders6 en andere rechtsprincipes, zoals het recht van eigendom7. De toekenning van een vaste beloning is ingevolge Europese en nationale regels – anders dan een variabele beloning – onvoorwaardelijk en niet afhankelijk van prestaties. Een claw back van vaste beloning zou hier tegen in druisen. Hiermee zou immers de toekenning van een vaste beloning wel herroepelijk en afhankelijk van prestaties worden. Hiervoor ontbreekt een rechtvaardiging en mede om die reden kan een dergelijke claw back de toets aan het eigendomsrecht uit het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie niet doorstaan, aldus de Afdeling. Ook voorziet de Afdeling strijdigheid met het arbeids- en rechtspersonenrecht waarin schadevergoeding of aansprakelijkheid terug te voeren moet zijn op het handelen van de bestuurder, en stelt zij dat het bestaande aansprakelijkheidsrecht al mogelijkheden biedt bestuurders in geval van staatssteun aansprakelijk te stellen. Gelet hierop zal een claw back van vaste beloningen en andere mogelijkheden voor terugvordering van vaste beloning naar het oordeel van de Afdeling niet houdbaar zijn.

Besluitvorming

Ik ben de Afdeling erkentelijk voor het dienen van voorlichting over de claw back maatregel. Nederland kent de strengste wet- en regelgeving op het terrein van beloningen in de financiële sector in Europa. Deze wetgeving en het toezicht door De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten richt zich op het voorkomen van perverse prikkels die ertoe kunnen leiden dat de stabiliteit van de onderneming in gevaar komt of het klantbelang wordt veronachtzaamd. De wetgeving richt zich om die reden tot dusverre primair op variabele beloningen, waarvan naar hun aard perverse prikkels kunnen uitgaan. De Afdeling concludeert – juist vanwege het onderscheid tussen vaste en variabele beloningen – dat een claw back gericht op reeds toegezegde en uitgekeerde vaste beloningen juridisch niet houdbaar is. Mede gelet hierop zie ik af van de introductie van een claw back van vaste beloning van bankbestuurders in geval van staatssteun.

Ten slotte bericht ik uw Kamer voor de volledigheid dat de bestaande begrenzing van de vaste beloning van bankbestuurders vanaf het moment van verlenen van staatssteun in stand blijft. Zo eist de Europese Commissie een plafond voor de beloning van het management tijdens de periode van (te verlenen) staatssteun; de totale beloning van personeelsleden, waaronder bestuurders en het hoger management, mag tijdens de staatssteun niet meer dan 15x hoger liggen dan de landelijk gemiddelde beloning in de lidstaat waar de bank is opgericht of meer dan 10x hoger dan de gemiddelde beloning van werknemers bij de bank8. Daarnaast geldt ingevolge de Wbfo tijdens de staatssteun een bevriezing van de vaste beloning en een bonusverbod voor bestuurders en kan, onder voorwaarden, een reeds uitgekeerde variabele beloning van bestuurders worden teruggevorderd.

De Minister van Financiën, W.B. Hoekstra


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
3

EBA richtsnoeren van 27 juni 2016 betreffende een beheerst beloningsbeleid, EBA/GL/2015/22.

X Noot
4

Kamerstuk 32 013, nr. 212, p. 11 en 12.

X Noot
5

Kamerstuk 32 013, nr. 199.

X Noot
6

Richtlijn 2013/36/EU (PbEU 2013, L 176) en artikel 1:111 Wet op het financieel toezicht.

X Noot
7

Recht van eigendom uit artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het recht op ondernemerschap en recht op ongestoord eigendom uit artikel 16 respectievelijk artikel 17 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

X Noot
8

PbEU 2013, C 216/1.