32 013 Toekomst financiële sector

30 111 Topinkomens

Nr. 171 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 april 2018

Uw Kamer heeft mij gevraagd te reageren op de uitspraak van de heer Van der Veer dat er contact is geweest tussen het Ministerie van Financiën en ING over het te voeren beloningsbeleid voor de top van ING, waaronder de vergelijking met topbeloningen van Europese bedrijven. Uw Kamer heeft hierbij in het bijzonder gevraagd of dergelijk contact heeft plaatsgevonden, en zo ja, in welke vorm, met welke strekking en op welke momenten.

De afgelopen jaren is er op verschillende momenten contact geweest tussen ING en het Ministerie van Financiën over de beloning en het beloningsbeleid. Uit de archieven blijkt dat deze contactmomenten zich concentreren op vier gebeurtenissen: de afspraak tijdens de staatsteun dat ING een duurzaam beloningsbeleid zou ontwikkelen, de aanstelling van een nieuwe bestuursvoorzitter in 2013, de beloningsaanpassing in 2015 nadat de staatsteun was afgelost en het recente voorstel tot verhoging van de beloning van de bestuursvoorzitter. Deze zijn hieronder zo getrouw mogelijk weergegeven.

Contacten met ING in 2009, 2010 en 2011

Ik begrijp uit de media dat de heer Van der Veer met zijn uitlatingen doelde op gesprekken uit 2009 en 2010. In die periode ontving ING staatssteun. Onderdeel van de voorwaarden voor het ontvangen van staatssteun was dat bestuurders van ING in het jaar van staatsteun zouden afzien van hun variabele beloning en dat ING een duurzaam beloningsbeleid zou ontwikkelen.1 In dat kader zijn tussen eind 2009 en begin 2010 gesprekken gevoerd tussen ING en het Ministerie van Financiën over het beloningsbeleid van ING. Daarbij is van belang dat, zoals ook met uw Kamer is gedeeld, de staat bij het goedkeuren van dat nieuwe beloningsbeleid geen formele rol had omdat de staat geen aandeelhouder was in ING.2 Wel hadden de destijds op aanbeveling van de overheid benoemde commissarissen een bijzondere goedkeuringsbevoegdheid op het voorstel voor het nieuwe beloningsbeleid van ING.

Het doel van de gesprekken met ING was matiging van de beloningen bij ING. Het nieuwe beloningsbeleid zoals uiteindelijk door de aandeelhoudersvergadering van ING vastgesteld, hield een matiging in van de totale maximale beloning van de bestuursvoorzitter van 56% en een matiging van 50% van de overige bestuurders. De beloning van de bestuursvoorzitter ging van 6,09 miljoen euro naar 2,7 miljoen euro en van de overige bestuursleden van 2,99 miljoen euro naar 1,5 miljoen euro. Deze totale maximale beloning bestond uit een vaste beloning en een maximale variabele beloning van 100%.

De raad van bestuur van ING besloot in 2011 na maatschappelijke en politieke onrust en na contact met het Ministerie van Financiën, af te zien van de variabele beloning over 2010. Ook besloot de raad van bestuur dat zij geen variabele beloning meer zou ontvangen zolang de bank nog staatssteun kreeg.

In lijn met de Code Banken dient de beloning van de bestuursleden iets onder de mediaan van een benchmark met vergelijkbare ondernemingen moest liggen. De gekozen benchmark bepaalt de hoogte van de mediaan en daarmee de maximale beloning. In de gesprekken is aan de orde gekomen om qua benchmark ook te kijken naar andere Europese ondernemingen dan banken. ING heeft zelf de (Europese) peergroup bepaald, zoals eerder aangegeven in antwoord op Kamervragen.3 Dit betekent niet dat deze benchmark, acht jaar later, onverkort kan worden toegepast om de beloningen aanzienlijk te verhogen. De raad van commissarissen moet zich steeds rekenschap geven van de maatschappelijk context en de huidige situatie in ogenschouw nemen.

Contacten met ING over beloning nieuwe bestuursvoorzitter in 2013

In 2013 zijn naar aanleiding van de aanstelling van een nieuwe bestuursvoorzitter gesprekken gevoerd over diens beloning. Destijds is besproken met de voorzitter van de raad van commissarissen van ING dat de vaste beloning van de nieuwe bestuursvoorzitter 1,27 miljoen euro zou bedragen. Dit betekende een matiging van 6,1% ten opzichte van zijn voorganger die 1,35 miljoen euro verdiende. Mijn ambtsvoorganger heeft in 2013 in uw Kamer aangegeven dat, gezien de diverse uitdagingen waar de sector voor staat, het niet meer dan logisch is dat zowel voor de top als de rest van een onderneming de arbeidsvoorwaarden versoberd worden.4

Contacten met ING over beloning na terugbetaling van de staatssteun in 2015

In november 2014 vond de laatste aflossing van de staatssteun plaats. Hierdoor verviel het bonusverbod bij staatssteun en kon de vaste beloning weer verhoogd worden. De raad van commissarissen van ING heeft hierop besloten het salaris van de bestuursvoorzitter te verhogen van 1,27 miljoen euro naar 1,63 miljoen euro plus een maximale variabele beloning van 20%. Mijn ambtsvoorganger heeft aangegeven dit onverdedigbaar te vinden, gezien de maatschappelijke functie van ING en het streven naar herstel van vertrouwen. Daarbij gaf hij aan het aan ING zelf te vinden om hier, binnen de grenzen van de wet, over te besluiten.

Informatie van ING over voornemen tot salarisverhoging bestuursvoorzitter in 2018

Op 21 februari 2018 heb ik de heer Van der Veer gesproken. Dat gesprek vond niet plaats in zijn hoedanigheid als voorzitter van de raad van commissarissen van ING en ging niet over banken of beloningen. Aan het eind van het gesprek heeft hij kort gemeld dat de raad van commissarissen van ING had besloten tot een salarisverhoging voor de bestuursvoorzitter. Ik heb toen aangegeven dat dit weliswaar aan de raad van commissarissen is, maar erg gevoelig ligt. Er is toen niet gesproken over bedragen of percentages. In de middag van 7 maart 2018 heeft ING ambtelijk Financiën geïnformeerd over de details van de salarisverhoging en over het feit dat deze de volgende ochtend bekend zou worden gemaakt. Het betrof een verhoging van de vaste beloning van 1,713 miljoen euro naar 2,625 miljoen euro. Deze verhoging bestond grotendeels uit een aandelenpakket dat ten minste 5 jaar aangehouden moest worden. Als gevolg hiervan zou ook de maximale variabele beloning stijgen in absolute termen van 342.500 euro naar 525.000 euro waardoor de totale maximale beloning over 2018 neer zou komen op 3,15 miljoen euro. Ik heb hiervan begin van de avond van 7 maart 2018 kennisgenomen en ING en de Nederlandse Vereniging van Banken donderdagochtend 8 maart 2018 laten weten dat ik een dergelijke salarisverhoging buitensporig vond. Tijdens het algemeen overleg Eurogroep/Ecofinraad dat op diezelfde dag plaatsvond heb ik hier ook met uw Kamer over gesproken, waarbij ik heb aangegeven dat eerder zonder context was medegedeeld dat de honorering omhoog zou gaan en dat we vlak voor bekendmaking ambtelijk medegedeeld kregen om wat voor omvang het ging. Over zowel mijn inhoudelijke oordeel als over mijn onvrede over de wijze van informeren heb ik vervolgens contact opgenomen met de heer Van der Veer.

Overige maatregelen en verantwoordelijkheid beloningsbeleid

In februari 2015 is de Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen (Kamerstuk 33 964) in werking getreden, met daarin onder meer een bonusplafond van 20 procent van de vaste beloning voor iedereen werkzaam onder verantwoordelijkheid van een financiële onderneming. Ondanks deze en andere maatregelen is het vertrouwen in de bancaire sector nog niet hersteld. Dat komt onder andere doordat de belastingbetaler de kredietcrisis nog helder voor de geest staat. Een raad van commissarissen dient zich hiervan rekenschap te geven, ook bij het vaststellen van beloningen voor bestuurders van de onderneming. Dat is onderdeel van de maatschappelijke context die in het kader van de afspraken in de code banken moeten worden meegewogen bij het opstellen van het beloningsbeleid.

Afsluitend

Het besluit van de raad van commissarissen van ING om de voorgestelde verhoging in te trekken is naar mijn oordeel de enige juiste uitkomst. Het voorstel was buitensporig en deed afbreuk aan het maatschappelijk draagvlak voor banken in een tijd waarin juist het vertrouwen moet worden gewonnen. De raad van commissarissen had zich hiervan rekenschap moeten geven. Het is verstandig dat ze dit inmiddels heeft gedaan door de salarisverhoging in te trekken.

Waar het om draait is dat Nederland robuustere, sterkere banken krijgt en dat het vertrouwen van consumenten in de sector herstelt. Vertrouwen in de sector is essentieel. Het is primair de verantwoordelijkheid van de sector zelf om hiermee aan de slag te gaan. Ook de overheid kan bijdragen aan herstel van vertrouwen door grenzen of voorwaarden aan beloningen te stellen. Het kabinet zet in op mogelijke aanscherping van beloningsregels. Voor een nadere uiteenzetting hiervan verwijs ik naar mijn brief over beloningen in de financiële sector, die gelijktijdig aan uw Kamer wordt verzonden (Kamerstukken 32 013 en 30 111, nr. 170).

De Minister van Financiën, W.B. Hoekstra


X Noot
1

Kamerstuk 31 789, nr. 39

X Noot
2

Kamerstuk 31 789, nr. 39

X Noot
3

Aanhangsel Handelingen II 2012/13, nr. 2375

X Noot
4

Aanhangsel Handelingen II 2012/13, nr. 2375

Naar boven