Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201332002 nr. 30

32 002 Wijziging van de Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en faunawet in verband met uitbreiding van de werkingssfeer van beide wetten naar de exclusieve economische zone

Nr. 30 AMENDEMENT VAN HET LID SLOB

Ontvangen 23 mei 2013

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel I wordt na onderdeel Da een onderdeel ingevoegd, luidende:

Daa

Aan artikel 10a wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 6. Een besluit als bedoeld in het eerste lid met betrekking tot de aanwijzing van een gebied dat geheel of gedeeltelijk is gelegen in de exclusieve economische zone, wordt niet eerder genomen dan vier weken nadat het ontwerp van dat besluit aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Toelichting

In artikel 10a, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 is geregeld dat de minister gebieden aanwijst ter uitvoering van richtlijn 79/409/EEG (richtlijn inzake het behoud van de vogelstand) en richtlijn 92/43/EEG (inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna). Met dit amendement wordt geregeld dat die aanwijzing (in de vorm van een besluit) niet plaatsvindt dan vier weken nadat het ontwerp van dat besluit, aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Bij de aanwijzing worden de instandhoudingdoelen voor het gebied geformuleerd en de begrenzing definitief gemaakt (Habitatrichtlijn) c.q. de begrenzing vastgesteld (Vogelrichtlijn). De aanwijzing is hiermee bepalend voor de impact van het wetsvoorstel in het betreffend gebied. Het is daarom van belang dat de Kamer kan spreken over de aanwijzing.

Slob