31 994 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het aanpassen van de asielprocedure

Nr. 29 HERDRUK1 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 december 2009

Bij het wetgevingsoverleg van 7 december 2009 (Kamerstuk 31 994, nr. 25) over het wetsvoorstel Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het aanpassen van de asielprocedure (31994) is door de leden Spekman en Anker een amendement ingediend ter zake vergunningverlening onder een beperking verband houdend met langdurig verblijf van een in Nederland geworteld kind (Kamerstuk 27 062, nr. 64). Met deze brief ontvangt uw Kamer mijn oordeel over het amendement zoals ik bij het wetgevingsoverleg heb toegezegd.

Ik wil vooropstellen dat ik de beweegredenen voor het indienen van het amendement begrijp. Het amendement beoogt het belang van het kind te waarborgen en poogt tegelijkertijd de nodige voorwaarden aan de vergunningverlening te verbinden om ongewenste effecten tegen te gaan.

Desondanks meen ik dat het voorgestelde amendement geen goede oplossing vormt voor de door betreffende leden gevoelde problematiek.

Uw Kamer heeft bij brief van heden mijn beleidsnotitie «Herijking beleid (alleenstaande) minderjarige vreemdelingen» ontvangen (Kamerstuk 31 994, nr. 9). Daarin heb ik uiteengezet dat kinderen, met het oog op hun ontwikkeling belang hebben bij een snelle en zorgvuldige besluitvorming over hun toelating en toekomstperspectief en dat kinderen (en ouders) die als vreemdeling niet in aanmerking komen voor bescherming zo snel mogelijk dienen terug te keren naar hun land van herkomst. Illegaal verblijf in Nederland of elders in Europa is niet in het belang van kinderen of jongvolwassenen.

Het in het vooruitzicht stellen van een vergunning bij feitelijk verblijf van 10 jaar is niet in lijn met die uitgangspunten. Hoewel het amendement, door een aantal voorwaarden aan de vergunningverlening te verbinden, beoogt om ongewenste effecten tegen te gaan, meen ik dat er een groot risico ontstaat dat ouders met de 10-jarentermijn in het vooruitzicht zich juist daarop zullen richten in plaats van op terugkeer. Dat is uiteindelijk niet in het belang van het kind. De in de amendement genoemde voorwaarden kunnen dat risico naar mijn oordeel onvoldoende tegengaan.

Het amendement is mijns inziens ook in een ander opzicht niet doelmatig. Het neerleggen van de strikte voorwaarden zoals voorgesteld in het amendement maakt dat onvoldoende rekening kan worden gehouden met de individuele aspecten die in dit soort zaken zo belangrijk zijn.

Kijkend naar de in het amendement genoemde voorwaarden zou het kunnen voorkomen dat een gezin met minderjarige kinderen dat zeven jaar in Nederland is voldoet aan alle genoemde voorwaarde behalve de gestelde termijn van 10 jaar. De voorgestelde regeling zou voor dat gezin aanleiding kunnen zijn om met de kinderen nog drie jaar in de illegaliteit te verblijven en vervolgens de vergunning aan te vragen. Ik neem aan dat ook de indieners van het amendement dat een ongewenste situatie zouden vinden.

Gelet hierop geeft het amendement een onjuist signaal aan de vreemdelingen en draagt bovendien niet daadwerkelijk bij aan vermindering van de gevoelde problematiek.

Het antwoord voor de gevoelde problematiek moet naar ik meen veeleer gezocht worden in de uitvoering van de voorstellen die dit kabinet in de achterliggende periode heeft gedaan, zoals onder meer te vinden in het wetsvoorstel tot aanpassing van de asielprocedure en de beleidsnotitie «Herijking beleid (alleenstaande) minderjarige vreemdelingen». Met die maatregelen kan maximaal invulling worden gegeven aan de eerder genoemde uitgangspunten.

Dat betekent niet dat er geen oog is voor de individuele aspecten van de kinderen in bijzondere, schrijnende situaties. Om daaraan tegemoet te komen beschik ik over mijn discretionaire bevoegdheid. Daar ga ik prudent mee om en ik waak er juist voor om dat te laten verworden tot een standaard waar gezinnen zich op gaan richten en die ertoe leidt dat zij niet meewerken aan vertrek. Tegelijkertijd kan ik bij de gebruikmaking van die discretionaire bevoegdheid rekening houden met bijzondere aspecten zoals een lange verblijfsduur en de andere aspecten die in het amendement worden genoemd alsook met andere individuele elementen. In het bijzonder zal ik bij het gebruikmaken van mijn discretionaire bevoegdheid het element van langdurig verblijf van minderjarige kinderen uitdrukkelijk betrekken als een van de mee te wegen omstandigheden.

Het neerleggen in de regelgeving van voorwaarden waaronder kinderen die langdurig in Nederland verblijven in aanmerking kunnen komen voor een vergunning brengt juist met zich mee dat de ruimte voor gebruikmaking van mijn discretionaire bevoegdheid in dit soort zaken wordt beperkt.

Dit alles leidt tot de conclusie dat ik het amendement moet ontraden.

De staatssecretaris van Justitie,

N. Albayrak


XNoot
1

I.v.m. een correctie in de tekst.

Naar boven