Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-200931953 nr. 12

31 953
Vaststelling van overgangsrecht en wijziging van diverse wetten ten behoeve van de invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Invoeringswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht)

nr. 12 Herdruk1
AMENDEMENT VAN HET LID KOOPMANS

Ontvangen 2 juli 2009

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

Aan artikel 1.2 wordt een lid toegevoegd, luidende:

5. In afwijking van het vierde lid vervalt een beperking of een voorschrift waarbij krachtens artikel 8.17, tweede lid, van de Wet milieubeheer is bepaald dat de betrokken vergunning slechts geldt voor een bepaalde termijn.

Toelichting

Dit amendement regelt dat de termijn die aan vergunningen zijn gesteld krachtens artikel 8.17, tweede lid, van de Wet milieubeheer komt te vervallen bij overgang naar de WABO. Het amendement beoogt om in het overgangsrecht op te nemen dat de vergunningvoorschriften waarin de einddatum van deze vergunningen staat, van rechtswege te laten vervallen. Enkele bedrijven hebben namelijk in de afgelopen jaren een tijdelijke vergunning gekregen op basis van art. 8.17, lid 2 Wm (kortweg de afvalverwerkende bedrijven). Het amendement strekt er toe om te zorgen dat de huidige Wm-vergunningen één–op–één overgaat in een omgevingsvergunning, exclusief het vergunningvoorschrift waarin de einddatum van de vergunning is opgenomen. Als het vergunningvoorschrift wel zou worden overgenomen, betekent dat immers dat die bedrijven in de aankomende tien jaar toch nog eenmaal een andere vergunning moeten aanvragen, ook als daar zogezegd niets is veranderd. Dit zou in strijd zijn met de gedachte van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is, dat dit niet meer noodzakelijk is.

Koopmans

BIJLAGE

Geachte Voorzitter,

Op 29 juni 2009 ontvingen wij een adviesaanvraag over drie amendementen van het Lid Koopmans bij de Invoeringswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (31 953, nrs. 12, 13 en 14).

Wij hebben advies uitgebracht over de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op 22 december 2005 (ons kenmerk: RL/JS/2005/361) en over het Besluit Omgevingsrecht, de Ministeriële regeling omgevingsrecht en de wijziging Wet algemene omgevingsrecht vanwege de invoering van de landelijke voorziening omgevingsloket op 12 februari 2009 (ons kenmerk SvE/JS/1920/2009/019).

De amendementen richten zich, in lijn met het wetsvoorstel, op het terugdringen van de administratieve lasten en regeldruk. Wij hebben de gevolgen voor de administratieve lasten van de drie amendementen van het lid Koopmans getoetst. Deze toetsing heeft plaatsgevonden op de volgende hoofdpunten:

1. Zijn de te verwachten administratieve lasten gekwantificeerd en is de berekening daarvan voldoende onderbouwd?

2. Is er voldoende aandacht besteed aan alternatieven, die mogelijk minder administratieve lasten voor burgers en/of bedrijven opleveren?

3. Is er binnen het doel van de wet of regeling ook gekozen voor het minst belastende alternatief?

4. Is gekozen voor een uitvoering en toezicht met minimaIe administratieve lasten?

Wij hebben separaat informatie ontvangen over de gevolgen voor de administratieve lasten van de amendementen. Wij adviseren u om deze gevolgen op te nemen in de Toelichting op de amendementen.

In beeld brengen administratieve lasten

Amendement 12: reeds verleende tijdelijke milieuvergunningen voor afvalinrichtingen van rechtswege aan te merken als vergunningen voor onbepaalde tijd.

Uit de berekening volgt dat er een eenmalige reductie van 450 000 euro kan worden gerealiseerd. Deze reductie komt tot stand door het feit dat ook voor reeds verleende vergunningen voor afvalinrichtingen geldt dat zij voor onbepaalde tijd zullen gelden. Deze vergunningen hoeven dus niet afzonderlijk te worden aangepast.

Amendement 13: schrappen van de bevoegdheid van het bevoegd gezag om te bepalen dat een beschikking niet één dag maar zes weken na de bekendmaking in werking treedt.

De vergunninghouder kan hierdoor sneller van zijn vergunning gebruik maken. Hoewel dit geen directe gevolgen heeft voor de administratieve lasten volgens de definitie uit Meten is Weten 2, heeft het wel een positief effect op de regeldruk zoals deze door bedrijven wordt ervaren. Een kanttekening die wij bij de berekening van de administratieve lasten plaatsen, is dat het afschaffen van de bovengenoemde bevoegdheid tot latere inwerkingtreding van een beschikking zal leiden tot minder bezwaren. Hierdoor zullen de administratieve lasten van bezwaar en beroep afnemen, zodat de daling van de administratieve lasten van dit amendement groter wordt. De extra daling is niet door het ministerie in beeld gebracht. Naar verwachting is de daling echter zeer gering.

Amendement 14: strekt er toe dat voor het onderdeel lozingen geen extra administratieve lasten optreden voor vaak internationaal concurrerende bedrijven (schrappen mogelijkheid tot toekenning van een exclusief recht aan waterschappen).

Dit amendement zorgt niet voor een extra reductie van de administratieve lasten voor bedrijven. De aanvrager heeft hoe dan ook slechts te maken met één loket en één bevoegd gezag.

Alternatieven en uitvoering

Wij constateren dat de amendementen 12 en 13 een minder belastend alternatief vormen voor de betreffende bepalingen in de Invoeringswet.

Op grond van bovenstaande overwegingen over de gevolgen voor de administratieve lasten adviseren wij om de amendementen in te dienen.

Hoogachtend,

S. R. A. van Eijck

Collegevoorzitter


XNoot
1

Herdruk in verband met de toevoeging van het Actal advies d.d. 2 juli 2009 inzake de amendementen 12, 13 en 14.