Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-200931953 nr. 11

31 953
Vaststelling van overgangsrecht en wijziging van diverse wetten ten behoeve van de invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Invoeringswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht)

nr. 11
TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 29 juni 2009

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1.1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Na onderdeel D wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Da

Aan artikel 2.4, vijfde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt een volzin toegevoegd, luidende:

De eerste volzin geldt voorts niet in gevallen die behoren tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie.

2. Onderdeel J, onder 4, komt te luiden:

4. Aan het artikel worden twee leden toegevoegd, luidende:

5. In afwijking van het eerste tot en met vierde lid wordt in gevallen als bedoeld in artikel 3.10, derde lid, de omgevingsvergunning verleend indien wordt voldaan aan de in het laatstgenoemde lid gestelde voorwaarden.

6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de voor een inrichting of mijnbouwwerk in aanmerking komende beste beschikbare technieken moeten worden bepaald. Daarbij kan worden bepaald dat de gestelde regels slechts gelden in gevallen die behoren tot een daarbij aangewezen categorie.

3. Aan onderdeel T wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

3. In het vijfde lid wordt «milieu-effectrapport» vervangen door: milieueffectrapport.

4. Onderdeel Y komt te luiden:

Y

Artikel 3.10 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid wordt «milieu-effectrapport» vervangen door: milieueffectrapport.

2. Het vierde lid komt te luiden:

4. Indien op de voorbereiding van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is:

a. zijn tevens de artikelen 13.6, 13.9 en 13.11, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet milieubeheer van toepassing;

b. is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

B

Artikel 6.4, onderdeel B, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel 1 wordt «activiteit» vervangen door: bouwactiviteit.

2. In onderdeel 3 wordt «activiteit» vervangen door: aanlegactiviteit.

C

Artikel 7.1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel S, onder 1, wordt «activiteit» vervangen door: aanlegactiviteit.

2. In onderdeel T, onder 1, wordt «activiteit» vervangen door: bouwactiviteit.

3. In onderdeel U wordt in het voorgestelde artikel 41, tweede lid, «activiteit» vervangen door: sloopactiviteit.

D

Artikel 8.2 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan onderdeel A wordt een volzin toegevoegd, luidende:

Aan het tiende lid wordt een volzin toegevoegd, luidende: Bij de toepassing van artikel 2.10 van die wet wordt onder bestemmingsplan of beheersverordening mede het plan begrepen.

2. Aan onderdeel B, onder 3, wordt een volzin toegevoegd, luidende:

Aan het achtste lid wordt een volzin toegevoegd, luidende: Bij de toepassing van artikel 2.10 van die wet wordt onder bestemmingsplan of beheersverordening mede het wegaanpassingsbesluit begrepen.

E

Artikel 8.3, onderdeel A, onder 3, wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tekstgedeelte «artikel 2.1, eerste lid, onder a, onder 3°» wordt vervangen door: artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°.

2. Aan het onderdeel wordt een volzin toegevoegd, luidende:

Aan het zesde lid wordt een volzin toegevoegd, luidende: Bij de toepassing van artikel 2.10 van die wet wordt onder bestemmingsplan of beheersverordening mede het tracébesluit begrepen.

F

Artikel 8.4 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel B wordt als volgt gewijzigd:

a. In de aanhef wordt «Artikel 6.22» vervangen door: Artikel 6.26.

b. In onderdeel 2 wordt «artikel 6.14, eerste lid,» vervangen door: artikel 6.16, eerste lid,.

2. In de aanhef van onderdeel D wordt «Artikel 6.23» vervangen door: Artikel 6.27.

3. Onderdeel E komt te luiden:

E

Artikel 8.6 komt te luiden:

Artikel 8.6

Met betrekking tot de handhaving van het bij of krachtens de hoofdstukken 5 en 6 of krachtens artikel 10.1 bepaalde zijn de paragrafen 5.2 en 5.5 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing, met dien verstande dat in artikel 5.8, vijfde lid, onder b, van die wet in plaats van «intrekking van een vergunning of ontheffing op grond van artikel 5.19» wordt gelezen: intrekking van een vergunning op grond van artikel 8.4 van de Waterwet.

G

Aan artikel 8.5, onderdeel A, onder 3, wordt een volzin toegevoegd, luidende:

Aan het derde lid wordt een volzin toegevoegd, luidende: Bij de toepassing van artikel 2.10 van die wet wordt onder bestemmingsplan of beheersverordening mede het besluit begrepen.

H

In artikel 9.10, onderdeel LLL, onder 2, wordt in het voorgestelde derde lid «activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a,» vervangen door: bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a,.

Toelichting

A

In artikel 2.4, vijfde lid, is het beginsel «eens bevoegd gezag, altijd bevoegd gezag» geregeld. De wijziging in onderdeel 1 leidt ertoe dat aan dat lid een zin wordt toegevoegd die het mogelijk maakt om bij algemene maatregel van bestuur maatwerk te leveren. Gedacht kan worden aan gevallen waarin eenmalig een besluit door een bepaald bestuursorgaan is genomen of een bestuursorgaan tijdelijk bevoegd is, zoals in artikel 3.26, vierde lid van de Wet ruimtelijke ordening, maar waarbij niet wordt beoogd dat dat orgaan voor de toekomst bevoegd blijft.

Onderdeel 2 van onderdeel A voorziet in de toevoeging van een nieuw vijfde lid aan artikel 2.14 van de Wabo. Het vijfde lid wordt vernummerd tot zesde lid. Met deze wijziging wordt bereikt dat voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor het veranderen van een inrichting waarop de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing is, niet het toetsingskader van artikel 2.14 geldt, maar in plaats daarvan het beperktere toetsingskader dat is opgenomen in artikel 3.10, derde lid, van de Wabo.

In het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet milieubeheer en enkele daarmee verband houdende wetten (modernisering van de regelgeving over de milieueffectrapportage (31 755) wordt het begrip «milieu-effectrapport» telkens vervangen door: milieueffectrapport. In de onderdelen 3 en 4 van onderdeel A wordt in artikel 3.1, vijfde lid, onderscheidenlijk 3.10, derde lid, van de Wabo het begrip «milieu-effectrapport» dienovereenkomstig aangepast.

Onderdeel Y van artikel 1.1 van het onderhavige wetsvoorstel bevatte reeds de in onderdeel 4 van onderdeel A opgenomen wijziging van artikel 3.10, vierde lid, van de Wabo. Hierin zijn inhoudelijk geen wijzigingen aangebracht.

Onderdelen B, C en H

Bij verwijzingen naar een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, b of h, van de Wabo wordt ter verduidelijking in plaats van «activiteit» gesproken van respectievelijk «bouwactiviteit», «aanlegactiviteit» of «sloopactiviteit». De onderdelen B, C en E van deze nota van wijziging zorgen ervoor dat deze terminologie ook wordt doorgevoerd in de Reconstructiewet concentratiegebieden, de Monumentenwet 1988 en de Wet milieubeheer

Onderdelen D, E en G

Aan de artikelen 6, tiende lid, en 11, achtste lid, van de Spoedwet wegverbreding, 15, zesde lid, van de Tracéwet en 32, derde lid, van de Wet bereikbaarheid en mobiliteit wordt een zin toegevoegd. Daarmee wordt expliciet geregeld dat een plan als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, van de Spoedwet wegverbreding, een wegaanpassingsbesluit, tracébesluit of besluit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet bereikbaarheid en mobiliteit onderdeel wordt van het toetsingskader voor aanvragen om omgevingsvergunningen voor bouwactiviteiten. Dit geldt voor een beperkte periode aangezien die besluiten, nadat die onherroepelijk zijn geworden, binnen een jaar moeten worden gevolgd door de vaststelling van een bestemmingsplan of beheersverordening waarin deze zijn ingepast.

F

In artikel 8.4 worden de verwijzingen naar artikelen in de hoofdstukken 6 en 8 van de Waterwet aangepast aan de nieuwe nummering van de Waterwet die ingevolge artikel 3.1, tweede lid, van het wetsvoorstel Invoeringswet Waterwet (31 858) zal plaatsvinden.

Artikel 1.10 van dat wetsvoorstel voorziet er in dat in hoofdstuk 6 (zie onderdelen U en W), onderscheidenlijk hoofdstuk 8 (zie onderdelen AM en AO) een aantal nieuwe artikelen wordt ingevoegd. Artikelen in die hoofdstukken zullen als gevolg hiervan worden vernummerd. De verwijzingen in artikel 8.4 naar de betrokken artikelen uit de Waterwet worden daarmee in overeenstemming gebracht.

De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J. M. Cramer