Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 4 juli 2013
Zoals toegezegd tijdens het AO Luchtvaart van 12 juni jl. informeer ik u over de uitkomst
van de gesprekken die Schiphol Group met luchtvaartmaatschappijen heeft gevoerd over
de ontwikkeling van Lelystad Airport.
Op 10 maart 2012 heeft de heer Alders zijn advies betreffende de ontwikkeling van
Lelystad Airport aan mij aangeboden. Kern van dit advies is een gecontroleerde ontwikkeling
van Lelystad Airport (als twin-airport van Schiphol) naar 45.000 vliegtuigbewegingen
in twee tranches; een eerste tranche van 25.000 vliegtuigbewegingen tot 2020 en een
tweede tranche van nog eens 20.000 vliegtuigbewegingen.
Het Rijk heeft op 1 september 2012 per brief ingestemd met de ontwikkeling van Lelystad
(Kamerstuk 31 936, nr. 115). In de brief wordt het belang van Lelystad voor een selectieve ontwikkeling van
Schiphol onderstreept. Tevens wordt aangegeven dat er voldoende interesse van marktpartijen
moet zijn en dat het vliegverkeer van en naar Lelystad Airport in het luchtruim inpasbaar
moet zijn. Na het uitbrengen van het Aldersadvies, is de voorstudie naar een operationeel
concept voor het luchtruim uitgevoerd en is geconstateerd dat de ontwikkeling van
Lelystad mogelijk is en dat verder uitwerking dient te worden gegeven aan de luchtzijdige
inpassing van Lelystad Airport.
Schiphol heeft aangegeven, en dit tijdens de Alderstafel Lelystad van 27 juni 2013
toegelicht, vertrouwen te hebben in een positieve business case bij een gecontroleerde
ontwikkeling van Lelystad naar 45.000 bewegingen in 2 tranches, waarbij de eerste
tranche minimaal 25.000 bewegingen moet zijn om bedrijfseconomisch rendabel te zijn.
Om dit te borgen, is aangegeven dat de luchthavenexploitant voor wat betreft de marktvraag,
timing en selectiviteit nadere uitwerking moet geven aan een fasering die hoort bij
de in het advies voorgestelde gecontroleerde ontwikkeling. Daarnaast is aangegeven
dat de uitkomsten van de voorstudie en deze uitwerking besproken dienen te worden
met luchtvaartmaatschappijen. In dit kader heeft Schiphol Group eind 2012 een oriënterend
en markt verkennend gesprek gevoerd met de BARIN en een aantal van haar leden. Doel
van dit gesprek was de wensen ten aanzien van mogelijke gebruik van Luchthaven Lelystad
te inventariseren. Vervolgens heeft Schiphol Group op aangeven van de BARIN een aantal
luchtvaartmaatschappijen benaderd (die opereren in het zogenoemde «segment 5»). Uit
die gesprekken is het beeld naar voren gekomen dat segment 5 zich ook de komende jaren
ontwikkelt conform de marktverwachting zoals onderzocht in het kader van de Alderstafel
Lelystad (bijlage 5 van het Aldersadvies Lelystad, rapport Stratagem).
Schiphol heeft mij bevestigd (en dit ook toegelicht tijdens de Alderstafel Lelystad
d.d. 27 juni 2013) dat uit de tot nu toe gevoerde gesprekken een serieuze behoefte
aan – en interesse voor – Lelystad Airport bestaat, mits wordt voldaan aan bepaalde
randvoorwaarden. Luchtvaartmaatschappijen hebben aangegeven dat een startbaanlengte
van 2.400 meter noodzakelijk is om bepaalde bestemmingen te kunnen bereiken. Voorts
is van belang dat er voldoende opstelplaatsen en terminalcapaciteit worden gecreëerd
en dat alle faciliteiten aanwezig zijn die een snelle afhandeling en kostenefficiënte
afhandeling mogelijk maken tegen een luchthaventarief dat concurrerend is met dat
van soortgelijke regionale luchthavens. Schiphol kan aan deze voorwaarden tegemoetkomen
en verwacht – mede gezien de omvang van het catchment area en gezien de ligging van
Lelystad Airport ten opzichte van de Randstad (zie ook rapport van Stratagem, bijlage
5 van het Aldersadvies Lelystad) – op grond daarvan een sluitende Business case in
te kunnen dienen bij de formele aanvraag van het luchthavenbesluit zoals voorzien
in het najaar (zie hiervoor ook afspraken in werkprogramma voor het Aldersadvies Lelystad;
Kamerstuk 31 936, nr. 139).
Naast Schiphol heeft uiteraard het Rijk een belangrijke rol om de voorgenomen ontwikkeling
op Lelystad Airport mogelijk te maken, door een luchthavenbesluit op te stellen. Het
bevoegd gezag is gehouden om in het luchthavenbesluit alle maatschappelijke aspecten
zoals economie, veiligheid en milieu zorgvuldig af te wegen. Over deze aspecten is
gedegen informatie nodig. In de afweging voor een juridisch houdbaar luchthavenbesluit,
is het belangrijk om een beeld te hebben van de bedrijfseconomische haalbaarheid van
de luchthavenexploitatie (vervoerprognose, financiële analyse en bredere economische
effecten) en de maatschappelijke economische betekenis van de luchthaven(ontwikkeling).
Tevens is het gelet op de eerdere uitspraak van de Raad van State noodzakelijk dat
er een investeringsbeslissing van Schiphol is, op het moment dat het luchthavenbesluit
wordt genomen, waaruit blijkt op welk moment de infrastructurele voorzieningen gerealiseerd
zijn.
Gelet op uw vraag over de markinteresse en de behoefte om voortgang te maken met Lelystad,
zal ik uw Kamer – op voor de hand liggende momenten – blijven informeren over de voortgang
van het luchthavenbesluit.
De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,
W.J. Mansveld