Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201131844 nr. 11

31 844 Wijziging van enkele bijzondere wetten in verband met de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen

Nr. 11 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 januari 2011

In het kader van het wet Wijziging van enkele bijzondere wetten in verband met de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen is de beslistermijn op aanvragen WIA en WAJONG tot uiterlijk 1 januari 2012 op veertien weken gesteld. Daarna wordt de beslistermijn acht weken.

Mijn voorganger zegde u een rapportage toe «over hoe de structuur van de besluitvorming is, hoe deze zich ontwikkeld heeft en wat er nog verder veranderd moet worden om wel te kunnen voldoen aan de termijn van acht weken» (Handelingen, II, 2009–2010, nr. 5, blz. 318).

Ik heb UWV gevraagd mij schriftelijk verslag uit te brengen over de uitvoeringspraktijk Wet Dwangsom en het uiterlijk 1 januari 2012 terugbrengen van veertien naar acht weken van de beslistermijnen WIA en WAJONG. Hierbij doe ik u de brief van UWV toekomen1.

Uit de rapportage blijkt dat UWV in de periode 1 oktober 2009 tot 1 september 2010 aan 124 betrokkenen € 104 100 aan dwangsommen wegens te laat beslissen uitkeerde. Hierbij moet bedacht worden dat UWV jaarlijks een paar miljoen beslissingen neemt. UWV betaalt dus een dwangsom aan een relatief klein aantal betrokkenen.

Uit het tweede tussentijdse verslag 2010 blijkt dat UWV er in veel gevallen niet in slaagt de beslissing WIA en WAJONG binnen veertien weken te nemen. Dit betekent overigens niet dat er dan altijd te laat beslist wordt. De WAJONG en de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) bieden immers mogelijkheden tot verlenging en opschorting van de beslissingstermijn. Zo kan deze termijn opgeschort worden totdat een behandelend arts informatie geleverd heeft.

UWV gaat er van uit dat een beslistermijn van acht weken voor een WIA aanvraag per 1 januari 2012 gerealiseerd zal zijn. UWV is druk bezig met het ontwikkelen van allerlei manieren om tijdswinst te creëren.

Gezien het bovenstaande zal ik de ontwikkelingen in de beslistermijnen en de door UWV genomen maatregelen nauwlettend volgen. UWV zal voortgang en maatregelen in de tussentijdse verslagen en jaarverslag 2011 rapporteren.

Vanaf 1 januari 2012 moet UWV binnen acht weken op een aanvraag om WAJONG-uitkering beslissen. Bij vaststelling van deze termijn is indertijd geen rekening gehouden met het nieuwe uitvoeringsproces WAJONG per 1 januari 2010. Sinds die tijd maakt UWV immers voor alle WAJONG-ers die kunnen werken, een participatieplan. UWV stelt dat het niet haalbaar is de gecombineerde beslissing WAJONG, inzake zowel de vaststelling van het recht op uitkering als op arbeidsondersteuning, binnen acht weken te nemen. In deze termijn moeten onder andere een of meer afspraken met de betrokkene en diens mogelijke begeleider gemaakt worden, de behandelaars geraadpleegd, het participatieplan gemaakt en door betrokkene beoordeeld worden. Mede in het licht van de regeling «Werken naar vermogen» ga ik met UWV in overleg over de mogelijke oplossingen.

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

H. G. J. Kamp


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.