Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2021-2022 | 31839 nr. W |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2021-2022 | 31839 nr. W |
Vastgesteld 1 februari 2022
De leden van de commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)1 hebben met belangstelling kennisgenomen van de Voortgangsbrief Jeugd van 23 november 2021.2 De leden van de GroenLinks-fractie wensten nog enkele vragen voor te leggen.
Naar aanleiding hiervan is op 21 december 2021 een brief gestuurd aan de toenmalige Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
De huidige Minister voor Rechtsbescherming heeft op 1 februari 2022 gereageerd, mede namens de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Sport en Welzijn.
De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.
De griffier van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, De Boer
Aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Den Haag, 21 december 2021
De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft met belangstelling kennisgenomen van de Voortgangsbrief Jeugd van 23 november 2021.3 De leden van de GroenLinks-fractie hebben de brief met interesse gelezen. Zij zijn in toenemende mate bezorgd over de druk op de jeugdbescherming en willen deze zorgen in enkele dringende vragen aan u voorleggen.
Het Leger des Heils, Partners voor de Jeugd en FNV-jeugdzorg stellen in een brief van 23 november 2021 aan de vaste Tweede Kamercommissies voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Justitie en Veiligheid4 dat de grens in de jeugdbescherming is bereikt. De leden van de GroenLinks-fractie delen de zorgen van deze organisaties over het hoge uitstroompercentage en ziekteverzuim onder jeugdbeschermers, mede veroorzaakt door de hoge caseload die zij ervaren. Ook de bewindspersonen achten een evenwichtigere caseload, een verlaging van de administratieve lasten en reële tarieven cruciaal voor het functioneren van de jeugdbescherming, zo lezen de fractieleden van GroenLinks in de voortgangsbrief. Welke van de in de voortgangsbrief genoemde projecten en initiatieven zullen echter op korte termijn de druk op de jeugdbeschermers verlichten? Kunt u deze maatregelen uitsplitsen naar uitvoerbaarheid, geraamde kosten en effectiviteit? Heeft het demissionaire kabinet daarnaast overwogen op de korte termijn additionele maatregelen te nemen voor het ontlasten van de jeugdbescherming? Zo ja, zou u deze maatregelen kunnen toelichten? Hoe beoordeelt het kabinet het voorstel van bovengenoemde organisaties om door middel van het inzetten van andere ervaren jeugdhulpverleners en het toepassen van taakdifferentiatie de druk op de jeugdbescherming te verlichten?
De problemen in de jeugdbescherming zijn verre van nieuw. Al jaren worden verontrustende signalen afgegeven. De leden van de GroenLinks-fractie uitten deze zorg al in hun vorige vragen van 13 juli 20215 en willen dit signaal met deze brief opnieuw afgeven. Graag vernemen de leden van deze fractie welke oplossingen het kabinet op korte termijn gaat bieden om een einde te maken aan deze steeds erger wordende crisis.
De leden van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag bij voorkeur voor 28 januari 2022.
Een gelijkluidende brief wordt gestuurd naar de Minister voor Rechtsbescherming.
Voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.A.M. Adriaansens
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 1 februari 2022
Naar aanleiding van de Voortgangsbrief Jeugd van 22 november 20216 en de brief van het Leger des Heils, Partners voor de Jeugd en FNV-Jeugdzorg van 23 november 20217 heeft de commissie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport enkele vragen gesteld. In deze brief ga ik, mede namens de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Sport en Welzijn, in op de gestelde vragen.
De hoofdpunten van deze brief zijn:
• De urgentie die het Rijk herkent en onderstreept van de aanpak van de arbeidsmarktproblematiek binnen de jeugdbescherming.
• Een opsomming van de maatregelen die worden genomen die op korte termijn de druk op jeugdbeschermers dienen te verlichten.
• Het gesprek dat het Rijk voert met de sector om te kijken wat we nog extra kunnen doen om de arbeidsmarktproblematiek op korte termijn te verbeteren.
De professionals binnen de jeugdbescherming werken bevlogen en met overtuiging om gezinnen en kinderen een zo veilig mogelijke omgeving te bieden waar ze zich kunnen ontwikkelen. De jeugdbescherming staat ernstig onder druk en dat heeft te maken met diverse knelpunten die moeten worden aangepakt. Zo wachten kinderen lang op tijdige en passende hulp. De werkdruk wordt volgens de sector als te hoog ervaren met niet alleen een hoge maar ook steeds zwaarder wordende caseload. Dat wordt versterkt door toenemende (online) agressie naar jeugdbeschermers en hoge uitstroom- en ziekteverzuimcijfers. Jeugdbeschermingsorganisaties ondervinden dat het steeds lastiger wordt om goed gekwalificeerd personeel te werven. Goede jeugdbeschermers zijn schaars.
Korte termijn maatregelen
De leden van de GroenLinks-fractie vragen welke van de in de voortgangsbrief genoemde projecten en initiatieven op korte termijn de druk op de jeugdbeschermers verlichten? Er wordt gevraagd deze maatregelen in te delen naar uitvoerbaarheid, effectiviteit en geraamde kosten. De leden vragen ook hoe het kabinet staat tegenover het toepassen van taakdifferentiatie?
In de Voortgangsbrief Jeugd wordt weergegeven welke bestaande en nieuwe maatregelen in samenwerking met de sector ingezet worden op de korte én lange termijn om de arbeidsproblematiek binnen de jeugdbescherming aan te pakken.
De maatregelen die in de Voortgangsbrief worden genoemd en op korte termijn tot verlichting van de druk op jeugdbeschermers moeten leiden zijn de volgende:
• Het Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) richt een loket in waar zij-instromers en herintreders terecht kunnen met hun vragen. Hiermee wordt de drempel om weer aan de slag te gaan als jeugdbeschermer verlaagd. Het loket is tevens beschikbaar voor Gecertificeerde Instellingen (GI’s) en gemeenten met vragen hieromtrent. Het streven is dat dit loket voor de zomer van 2022 gereed is.
• Om zij-instroom binnen de jeugdbescherming verder te bevorderen wordt momenteel in kaart gebracht welke verbeteracties al lopen binnen de jeugdzorg, welke succesvol zijn, welke passend zouden zijn voor de GI’s en wat er nodig is om op korte termijn meer zij-instromers aan te trekken.
• Ik voer samen met de GI’s en de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) activiteiten uit om het imago van de jeugdbescherming te verbeteren om aan te tonen dat het vak van jeugdbeschermer aantrekkelijker en boeiend is.
• Er wordt door en met betrokken organisaties zoals het SKJ, Jeugdzorg Nederland (JZNL) en de organisatie van vertrouwenspersonen voor de jeugdhulp (AKJ) gewerkt aan de vereenvoudiging van klacht- en tuchtprocedures zodat deze meer helderheid bieden aan ouders en minder onnodig belastend zijn voor professionals.
• Werkgevers zijn samen met het SKJ, de beroepsorganisaties, de vakbonden en het Arbeidsmarktfonds FCB bezig met de mogelijkheid van functiedifferentiatie en geven aan welke mogelijkheden hiervoor zijn, bijvoorbeeld het apart organiseren van administratieve taken. Op deze manier kunnen werkzaamheden deels belegd worden bij ondersteunende jeugdbeschermers. Functiedifferentiatie is een goede mogelijkheid om jeugdbeschermers te ontlasten.
Vanwege de nijpende situatie in de jeugdbescherming zijn we vanuit het Rijk in gesprek met de GI’s en VNG om afspraken te maken over welke extra maatregelen er op korte termijn nodig zijn en hoe deze ingezet kunnen worden. Hierbij zijn ook de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en Jeugdautoriteit betrokken. Naast bovengenoemde onderwerpen richten we ons daarbij op facilitering van zij-instroom binnen GI’s, personele knelpunten, het vraagstuk hoe om te gaan met wettelijke normen bij capaciteitstekort, verlaging van administratieve lasten en reële caseload. Met betrekking tot de caseload is afgesproken om op afzienbare termijn tot een onderbouwde caseload te komen, als eerste stap in een bredere aanpak. Hierbij wordt ook uitvoering gegeven aan de motie van het Tweede Kamer lid Raemakers.8 Een onderbouwde caseload is een factor van belang voor de onderhandelende partijen om verantwoorde tarieven vast te stellen, zodat jeugdbeschermers een redelijke caseload krijgen toegewezen en er ook meer tijd vrijkomt om nieuwe collega’s in te werken en te begeleiden.
Op dit moment is het prematuur om uitspraken te doen over eventuele effectiviteit en kosten van de genoemde maatregelen. Uw Kamer en de Tweede Kamer zullen worden geïnformeerd over de voortgang. Doordat er ingezet wordt op betere monitoring van o.a. het personeelsverloop en ziekteverzuim zal het mogelijk zijn om de effectiviteit van deze maatregelen binnen de jeugdbescherming te beoordelen.
Overige maatregelen
Er wordt een aantal activiteiten in gang gezet die op de middellange termijn een ondersteunend effect zullen hebben op de arbeidsmarktproblematiek. Zo zal er bijvoorbeeld een onderzoek worden gedaan naar wensen en mogelijkheden t.a.v. een specifieke basisopleiding/specialisatie jeugdbeschermer.
In 2021 hebben in het kader van de doorbraakaanpak de accounthoudende regio’s en hiermee de GI’s incidentele financiële ondersteuning ontvangen. Dit betrof met name de werkzaamheden van GI’s bij het vinden en matchen van passende en tijdige jeugdhulp. Jeugdbeschermers die hier veel tijd mee kwijt zijn worden hiermee ontlast. Verder heeft het Ondersteuningsteam Zorg voor Jeugd (OZJ) met financiering van het Rijk de afgelopen jaren ondersteund bij het verbeteren van de samenwerking tussen regionale expertteams en GI’s waar het tijdige passende jeugdhulp betreft. Daarnaast zet het OZJ in op training en coaching voor jeugdbeschermers rondom houding en gedrag bij tegengestelde belangen, zoals complexe echtscheidingen. De geleerde lessen hierover worden dit jaar landelijke verspreid.
Daarnaast is op 1 juli 2021 het convenant «Bevorderen continuïteit jeugdhulp» ondertekend door de Branches Gespecialiseerde Zorg voor de Jeugd (BGZJ), de VNG, JenV, VWS en de Jeugdautoriteit9. Dit convenant bevat bijvoorbeeld een brandplan met handvaten voor aanbieders en gemeenten bij dreigende discontinuïteit van zorg. Ook zijn er afspraken over het voeren van het goede gesprek over tarieven tussen gemeenten en aanbieders, onder andere door gebruikmaking van de handreiking «inzicht in tarieven» en door het oprichten van een Kennis en Informatiepunt over tarieven. Verder wordt er gewerkt aan een AMvB waarin kostprijselementen van een redelijk tarief vastgelegd worden. We roepen gemeenten en GI’s op om dit convenant in de praktijk te brengen.
Tot slot
Het Rijk herkent zich in het signaal dat de jeugdbescherming onder druk staat en erkent de urgentie om op korte termijn de situatie in de jeugdbescherming te verbeteren. We werken met de VNG en de sector aan oplossingen.
Met de sector ga ik werk maken van de maatregelen die op korte termijn de druk op de jeugdbeschermers zullen moeten verlichten. Tezamen met de maatregelen op de langere termijn, zoals het Toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming en de Hervormingsagenda Jeugd, moet dit leiden tot een beter jeugdstelsel.
De Minister voor Rechtsbescherming, F.M. Weerwind
Samenstelling:
Ganzevoort (GL), Gerkens (SP), Van Dijk (SGP), Van Hattem (PVV), Oomen-Ruijten (CDA), Rombouts (CDA), Bredenoord (D66), Koole (PvdA), De Bruijn-Wezeman (VVD), Baay-Timmerman (50PLUS), A.J.M. van Kesteren (PVV), Klip-Martin (VVD) (voorzitter), Vos (VVD), Dessing (FVD), Van Gurp (GL), Prast (PvdD), Van Pareren (Fractie-Nanninga) (ondervoorzitter), Prins (CDA), Vendrik (GL), Verkerk (CU), De Vries (Fractie-Otten), Van der Voort (D66), Keunen (VVD), Hermans (Fractie-Nanninga), Raven (OSF) en Karakus (PvdA).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31839-W.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.