Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201131839 nr. 87

31 839 Jeugdzorg

Nr. 87 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 maart 2011

Op 15 september 20101 heeft mijn voorganger, de toenmalig minister voor Jeugd en Gezin, u het signalement van de Inspectie Jeugdzorg aangeboden waarin de inspectie haar zorgen uit over het toenemend gebruik van particulier zorgaanbod. In deze brief is tevens aangegeven dat de Kamer na 1 oktober 2010 zou worden geïnformeerd over de stand van zaken ten aanzien van het buitenlands en particulier zorgaanbod. Met deze brief breng ik u op de hoogte van de het voorstel dat ik met de Inspectie Jeugdzorg, het IPO en Jeugdzorg Nederland heb uitgewerkt voor het gebruik van particuliere aanbieders in de jeugdzorg, waarbij de kwaliteit van zorg en het toezicht zijn gegarandeerd. Alvorens in te gaan op dit voorstel, breng ik u kort op de hoogte van de stand van zaken met betrekking tot het buitenlands zorgaanbod.

Buitenlands zorgaanbod

Op 6 februari 2010 heeft de toenmalige minister voor Jeugd en Gezin de Kamer geïnformeerd over de maatregelen om verantwoorde zorg in het buitenland mogelijk te maken2. Deze maatregelen houden onder andere in dat de zorgaanbieder samen met de cliënt een hulpverleningsplan, inclusief behandeldoelen, opstelt dat is afgestemd op zijn of haar behoeften. Ook zaken als contact met ouders, een invulling van de vrije tijd en onderwijs in het buitenland moeten zijn vastgelegd. Als een jongere terugkeert naar huis, moet aansluitend nazorg worden georganiseerd. Niet in de laatste plaats moet de instelling een buitenlandse toezichthouder toelaten.

Het IPO heeft, in samenwerking met de Jeugdzorg Nederland en de Inspectie Jeugdzorg, op eigen initiatief een systeem ontwikkeld om de kwaliteit bij buitenlands zorgaanbod te kunnen garanderen. Deze kwaliteitsmaatstaven voor het buitenlands zorgaanbod hebben alle provincies en stadsregio’s onderschreven.

De Inspectie Jeugdzorg gaat dit jaar onderzoek doen naar de wijze waarop Nederlandse zorgaanbieders zicht houden op de kwaliteit van het zorgaanbod in het buitenland. De resultaten van dit onderzoek zullen uitwijzen of nadere acties noodzakelijk zijn.

Particulier zorgaanbod

Onder particulier zorgaanbod worden instellingen verstaan die geen directe subsidierelatie onderhouden met een provincie, maar worden gecontracteerd door provinciaal gefinancierde zorgaanbieders voor het leveren van zorg in het kader van de Wet op de jeugdzorg. Het betreft hier dus geen zorg geleverd in het kader van het Persoons Gebonden Budget.

Naar aanleiding van signalen van de Inspectie Jeugdzorg, besloot de toenmalige minister voor Jeugd en Gezin eind maart 2010 dat provincies geen gebruik meer mochten maken van particuliere instellingen die niet voldoen aan de kwaliteitseisen van de Wet op de jeugdzorg en het protocol Nieuwe Zorgaanbieders (zie bijlage 1).3

De provincies hebben evenwel aangegeven dat zij het aanbod van particuliere instellingen nodig hebben om flexibel te kunnen reageren op de vraag naar jeugdzorg. Bovendien geven zij aan dat particuliere instellingen in sommige gevallen andere, vernieuwende, vormen van zorg bieden die aansluiten op de vraag van cliënten. Dit geeft aan dat het particuliere aanbod in een belangrijke behoefte voorziet.

Dit alles heeft mij doen besluiten om, samen met de Inspectie Jeugdzorg, nader te onderzoeken welke mogelijkheden de Wet op de jeugdzorg biedt om de kwaliteit van zorg, het toezicht daarop en de veiligheid van kinderen in het particuliere aanbod toch te kunnen borgen.

De Wet op de jeugdzorg en het gebruik van particulier aanbod

Ingevolge het systeem van de Wet op de jeugdzorg zijn de provincies verantwoordelijk voor het verzorgen van voldoende aanbod van jeugdzorg. Provincies gaan hiertoe subsidierelaties aan met zorgaanbieders. Een cliënt van bureau jeugdzorg kan zijn of haar indicatiebesluit alleen tot gelding brengen bij een door de provincie gesubsidieerde zorgaanbieder. Het systeem van de wet is verder zodanig ingericht, dat de verplichtingen die in de wet zijn opgenomen met betrekking tot het leveren van verantwoorde zorg en de consequenties die hieraan zijn verbonden als deze verantwoorde zorg niet wordt geleverd, zich richten tot de gesubsidieerde zorgaanbieder. Deze is te allen tijde verantwoordelijk voor de geleverde zorg, ongeacht of hij de zorg zelf of via een ander levert.

De Wet op de jeugdzorg verbiedt gesubsidieerde zorgaanbieders niet om bij de uitvoering van hun werkzaamheden gebruik te maken van derden. Dit houdt in dat de door de provincie gesubsidieerde zorgaanbieders contracten kunnen sluiten met particuliere instellingen, die in hun opdracht de daadwerkelijke hulpverlening bieden. De gesubsidieerde zorgaanbieder heeft, zoals hierboven gezegd, wel de verplichting om verantwoorde zorg te leveren. Deze plicht geldt te allen tijde, dus ook als de zorgaanbieder de daadwerkelijke zorg uitbesteedt aan de derde.

Voorstel voor het gebruik van particulier aanbod

In overleg met IPO, Jeugdzorg Nederland en de Inspectie Jeugdzorg ben ik tot het volgende voorstel gekomen.

Alvorens een gesubsidieerde zorgaanbieder gebruik maakt van een particuliere aanbieder, maakt de zorgaanbieder aan de provincie kenbaar van welke particuliere aanbieder zij gebruik wenst te maken. De provincie stelt vervolgens de Inspectie Jeugdzorg hiervan op de hoogte.

De gesubsidieerde zorgaanbieder draagt er zorg voor dat de Inspectie Jeugdzorg via haar toezichtstaak kan controleren of de particuliere zorgaanbieder daadwerkelijk verantwoorde zorg biedt aan de cliënt. De zorgaanbieder draagt er zorg voor dat de inspectie toegang heeft tot de particuliere instelling waar de cliënt verblijft. Dit kan bijvoorbeeld als eis worden opgenomen in het contract dat de gesubsidieerde zorgaanbieder met de particuliere zorgaanbieder afsluit.

Ook eventuele handhavingsactiviteiten door de inspectie vinden, net als bij nevenlocaties van een zorgaanbieder, plaats via de verantwoordelijke zorgaanbieder die door de provincie wordt gesubsidieerd.

Het IPO, Jeugdzorg Nederland en de Inspectie Jeugdzorg kunnen instemmen met dit voorstel, waarmee de verantwoordelijkheid voor en het toezicht op de kwaliteit zijn geborgd. Provincies hebben bovendien besloten, analoog aan het buitenlands zorgaanbod, ook voor het gebruik van particulier zorgaanbod een kwaliteitsprotocol te ontwikkelen. Dit kwaliteitsprotocol kan dan ook de Inspectie Jeugdzorg ondersteunen bij haar toezichtstaak.

De betrokken partijen gaan dit jaar de voorgestelde werkwijze implementeren. Gaandeweg zal worden bekeken of nadere uitwerking nodig is.

Ik ben ervan overtuigd dat met dit voorstel het particuliere zorgaanbod als flexibele en soms vernieuwende vorm van zorg beschikbaar blijft voor jeugdigen die dat nodig hebben, terwijl de kwaliteit van zorg en het toezicht daarop zijn gewaarborgd. Hiermee zijn wat mij betreft ook de zorgen van de inspectie zoals genoemd in hun signalement ondervangen.

De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

M. L. L. E. Veldhuijzen van Zanten-Hyllner


X Noot
1

Kamerstukken II, 2009–2010, 31 839, nr. 71.

X Noot
2

Kamerstukken II, 2009–2010, 31 839, nr. 37.

X Noot
3

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.