Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201031839 nr. 53

31 839 Jeugdzorg

Nr. 53 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR JEUGD EN GEZIN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 maart 2010

Tijdens het Algemeen Overleg gesloten jeugdzorg van 17 maart 2010 heb ik u toegezegd de antwoorden op de vragen waarvoor de tijd ontbrak om ze te beantwoorden, schriftelijk toe te zenden. De antwoorden treft u hieronder aan.

Tegelijkertijd wil ik van de gelegenheid gebruik maken om terug te komen op de bevindingen van de Algemene Rekenkamer, alsmede op de relatie tussen de mogelijke sluiting van justitiële jeugdinrichtingen en de gesloten jeugdzorg.

Bevindingen Algemene Rekenkamer

Tijdens het Algemeen Overleg heb ik kanttekeningen geplaatst bij stellige conclusies die uit de bevindingen van de Rekenkamer getrokken leken te worden. Deze bevindingen zijn het resultaat van een waardevolle risicoanalyse van de instroom, doorstroom en uitstroom in de gesloten jeugdzorg. Ter wille van de jongeren vind ik met de Rekenkamer dat risico’s op onnodig lang verblijf zo klein mogelijk moeten zijn. Er moet dus alles aan gedaan worden om te voorkomen dat lange wachttijden in de open jeugdzorg zouden leiden tot onnodige instroom in de gesloten zorg.

Ik deel met de Algemene Rekenkamer dat het belangrijk is dat er beter zicht komt op het traject dat jeugdigen doorlopen in de jeugdzorg. Want ook al ontbreekt het aan gegevens om te duiden hoe groot of klein de risico’s op onnodige instroom zijn, de aanbevelingen van de Rekenkamer om tot een betere informatievoorziening te komen neem ik serieus.

De beleidsinformatie baart mij al langer zorgen, doordat de gegevens niet altijd betrouwbaar geleverd kunnen worden en ook niet altijd bruikbaar zijn. Sinds 2008 ben ik bezig met het traject Beter Anders Minder (BAM), een traject om de informatievoorziening structureel te verbeteren. Dit traject, waarin ik samenwerk met IPO en MOgroep, betreft een grondige herijking van de beleidsinformatie. In de nieuwe beleidsinformatie is de focus verschoven van het uitvragen van beleidsinformatie gericht op producten naar informatie die vertrekt vanuit de cliënten. Op dit moment ben ik bezig de Algemene Maatregel van Bestuur op te stellen, waarin de resultaten van BAM neergelegd zullen worden. Deze AMvB zal bij uw Kamer voorgehangen worden.

Ook is het van groot belang om – geaggregeerd – het pad van de jeugdige door de zorg te kunnen volgen. Om dit mogelijk te maken bereid ik een wetsvoorstel burgerservicenummer (BSN) voor dat naar verwachting voor de zomer ter consultatie naar veldpartijen wordt verzonden.

Naar aanleiding van de opmerking waarom voor de Rekenkamer niet duidelijk was welke criteria gelden voor plaatsing in de gesloten jeugdzorg meld ik u het volgende. De Rekenkamer was ten tijde van hun onderzoek nog niet op de hoogte van de toen nog te maken afspraken over de plaatsing vanaf 1 januari 2010. Inmiddels heb ik de Algemene Rekenkamer geïnformeerd dat er een protocol is van de bureaus jeugdzorg en de aanbieders.

Het bestaan van verschillende wettelijke regimes wat volgens de Algemene Rekenkamer van invloed kan zijn op plaatsing in de gesloten jeugdzorg, zal onderdeel uitmaken van de discussie die gevoerd zal gaan worden over een nieuw stelsel voor de zorg voor jeugdigen.

Capaciteit gesloten jeugdzorg

Op 1 februari 2010 bedroeg de capaciteit van de gesloten jeugdzorg 1582 plekken. Eind 2010 zal de capaciteit gegroeid zijn naar 1650 plekken. De beslissing voor de uitbreiding van de capaciteit die in 2010 wordt opgeleverd is al in 2008 genomen en is inmiddels in een gevorderd stadium. Zo is de nieuwbouw van Transferium in Heerhugowaard in 2009 gestart en kan de locatie eind 2010 in gebruik genomen worden.

Op 1 maart 2010 bedroeg de gemiddelde doorlooptijd vanaf aanmelding bij de plaatsingscoördinatie tot opname in een instelling voor gesloten jeugdzorg minder dan een maand. Op die datum waren 88 jeugdigen nog niet geplaatst in een instelling voor gesloten jeugdzorg. Op diezelfde datum waren er overigens 165 lege plekken beschikbaar1. Er is dus in totaliteit geen sprake van een tekort aan plaatsen gesloten jeugdzorg.

Het feit dat desondanks sprake is van jeugdigen die nog niet geplaatst zijn komt onder andere doordat het matchen tussen vraag en aanbod op regionaal niveau zorgvuldig moet gebeuren en dus een aantal dagen kost. Daarnaast is de meest geschikte plek voor een jeugdige niet altijd per direct beschikbaar. Wel worden de jeugdigen binnen een maand geplaatst. Overigens worden jeugdigen die als urgent worden aangemeld binnen enkele dagen geplaatst.

Gegeven de nu beschikbare capaciteit en de voorgenomen uitbreiding is het niet nodig de capaciteit voor de gesloten jeugdzorg verder te vergroten. Daarbij komt dat het werken in zorgtrajecten naar verwachting zal leiden tot een kortere periode van geslotenheid.

Vermissingen

Een instelling voor gesloten jeugdzorg houdt ingeval van een vermissing de plek veertien dagen vrij voor de jeugdige. Is de jeugdige na veertien dagen nog niet terug, dan wordt de plek vrijgegeven voor een nieuwe plaatsing. Voor alle duidelijkheid, zolang de machtiging gesloten jeugdzorg nog van kracht is hebben de instellingen in de zorgregio een opnameplicht.

Zodra de betreffende jongere getraceerd is, kan hij of zij weer geplaatst worden. Indien er sprake is van een urgente plaatsing kan dat op heel korte termijn plaatsvinden.

Op de vraag of het personeel van een instelling een jeugdige mag tegenhouden als deze wil weglopen, kan ik u antwoorden dat dit mag voor zover dit gebeurt op het terrein van de instelling die is aangewezen als accommodatie voor gesloten jeugdzorg. Indien een jeugdige een machtiging gesloten jeugdzorg heeft en zich binnen een accommodatie voor gesloten jeugdzorg bevindt mag het personeel beperkende maatregelen toepassen zoals vastpakken en vasthouden. Ook in de rechtbank mag het personeel de jongere vastpakken en vasthouden.

Kwaliteit

Over de verbetering van de kwaliteit in de gesloten jeugdzorg kan ik het volgende opmerken. Op 25 november 20092 heb ik uw Kamer geïnformeerd over het actieplan professionalisering. Het doel van het actieplan is om op termijn de beroepsuitoefening in de jeugdzorg op een hoger plan te brengen. De Stuurgroep actieplan professionalisering heeft eind juni 2010 de volgende producten op het gebied van scholing gereed. Er zijn twee beroepsprofielen ontwikkeld, een voor jeugdzorgwerker en een voor gedragswetenschapper. Deze profielen vormen de basis voor wat je in de jeugdzorg moet kennen en kunnen. Verder is er een uitstroomprofiel voor het HBO dat aansluit op de beroepsprofielen. Het actieplan is onder meer van toepassing op alle professionals in de jeugdzorg, inclusief de gesloten jeugdzorg. De deskundigheidsbevordering van het personeel maakt tevens deel uit van de jaarplannen van de instellingen voor gesloten jeugdzorg.

Kwaliteit van zorg in de gesloten jeugdzorg is een van de speerpunten voor de komende jaren. Het is van belang om meetbare en vergelijkbare gegevens te verkrijgen over de instellingen voor gesloten jeugdzorg en de jongeren die daar verblijven. De resultaten van het programma Effectiviteitsonderzoek nieuw zorgaanbod voor jongeren met ernstige gedragsproblemen verwacht ik medio 2010. Hoofdstuk twee uit het onderzoek heb ik u bij mijn brief van 9 maart 2010 toegestuurd. Verder ben ik op dit moment in overleg met ZonMw over het starten van longitudinaal onderzoek in de gesloten jeugdzorg.

Inspectie

De Inspectie jeugdzorg heeft tijdens de toezichtsbezoeken in het kader van de eerste stap van het stapsgewijze toezicht getoetst aan de hand van indicatoren. In de rapporten die de Inspectie heeft opgesteld naar aanleiding van het toezicht in de gesloten jeugdzorginstellingen, heeft de Inspectie in haar rapporten aanbevelingen gedaan aan de instellingen. Met iedere instelling zijn afspraken gemaakt over de indicatoren die nog op operationeel niveau gebracht moeten worden en binnen welke termijn dit moet gebeuren. Een van de indicatoren waarop wordt getoetst, is of beperkende maatregelen worden toegepast door getrainde en geïnstrueerde medewerkers. De instellingen die op deze indicator onvoldoende scoorden, hebben van de Inspectie een beperkte periode de tijd gekregen om de medewerkers de benodigde trainingen te laten volgen.

Naar aanleiding van het toezicht door de Inspectie bij de 13 min groep van Horizon is tijdens het algemeen overleg een vraag gesteld over het toepassen van holding in deze groep. Alle kinderen in de gesloten jeugdzorg hebben ernstige opgroei- en opvoedproblemen. Dit geldt ook voor de kinderen die in de 13 min groep van Horizon verblijven. Juist omdat het gaat om jongere kinderen moet de rechtspositie van deze kinderen gewaarborgd zijn. De beperkende maatregel die volgens de Wet op de jeugdzorg mag worden toegepast, is vastpakken en vasthouden. Dit is toegestaan voor zover dit nodig is voor de veiligheid van de jeugdige of anderen. Gezien de problematiek van de kinderen die in de 13 min groep verblijven, kan het nodig zijn om deze maatregel op deze grond toe te passen.

Het is niet toegestaan om deze maatregel toe te passen als disciplineringsmaatregel en ook niet om deze te gebruiken wanneer het kind wordt uitgedaagd en daarop agressief reageert. Hierover heeft de Inspectie zich uitgesproken in het rapport over de 13 min groep van Horizon. Daarop heeft de directie van Horizon een verbeterplan opgesteld. Het vervolgtoezicht bij de 13 min groep van Horizon vindt eind mei plaats.

Vraag over samenplaatsen daders en slachtoffers

In reactie op de vraag of het kan voorkomen dat daders en slachtoffers worden samengeplaatst in de gesloten jeugdzorg wil ik het volgende opmerken. Jongeren die in de gesloten jeugdzorg verblijven, komen hier nadat de kinderrechter een machtiging heeft afgegeven. Het komt voor dat jongeren die in de gesloten jeugdzorg verblijven een eerdere strafrechtelijke veroordeling hebben gehad. Om ervoor te zorgen dat jongeren die slachtoffer zijn geweest van een jongere met een eerdere strafrechtelijke veroordeling niet met deze «dader» wordt samengeplaatst, is het van belang dat de plaatsingscoördinator hier alert op is. Hier ligt een taak voor meerdere instanties zoals bureau jeugdzorg, de Raad voor de kinderbescherming en voor de instelling zelf. Als het gaat om meisjes die slachtoffer zijn van een pooierboy is het onderscheid goed te maken. Deze meisjes kunnen geplaatst worden in een instelling die alleen meisjes behandelt en worden niet op een gemengde groep geplaatst.

Definitie afzonderen

De aanbieders van gesloten jeugdzorg hebben gezamenlijk een definitie voor afzonderen opgesteld. Het betreft alle maatregelen die een jongere voor korte of langere tijd fysiek buiten de groep plaatsen als reactie op concreet, niet- getolereerd gedrag. Het doel is om meer eenduidigheid te krijgen binnen de gesloten jeugdzorg ten aanzien van kamerplaatsingen en afzonderingen. Het uitgangspunt hierbij zijn de principes van proportionaliteit en subsidiariteit. Met andere woorden: de minst belastende en tegelijkertijd de meest effectieve behandeling wordt als eerste geïndiceerd. Is dit niet toereikend, dan wordt naar een intensievere aanpak overgestapt. Dit houdt in dat afzonderen op maat plaatsvindt. In de voorbereiding van de definitie voor afzonderen is overleg geweest met een aantal GGZ-instellingen en zijn ook de mogelijkheden van de BOPZ bekeken. Uiteindelijk is gekozen voor deze definitie waarbij het wettelijke begrip dat door de Wet op de jeugdzorg wordt geboden wordt ingekaderd ter bevordering van de rechtspositie van de jongeren in de gesloten jeugdzorg.

Integrale zorg voor jeugdigen met zware gedragsproblemen

Zoals ik u al heb gemeld in mijn brief van 9 maart 2010 moet de gesloten jeugdzorg een integraal onderdeel gaan uitmaken van de jeugdzorg. Plaatsing in een gesloten setting is dan één van de mogelijkheden om jeugdigen met zware gedragsproblemen te behandelen. Het is niet het eindpunt en niet het beginpunt maar een onderdeel van de zorg aan de individuele jeugdige. Om dit te bewerkstelligen wordt in de komende jaren fors ingezet op de ontwikkeling van zorgtrajecten, kwaliteit en effectieve methoden.

Het adagium van de zorg voor jeugdigen met zware problemen is dat zij de zorg zo lang als nodig en zo kort als mogelijk in een gesloten setting krijgen. De behandeling moet op de individuele jeugdige en zijn specifieke problemen worden afgestemd en daarmee ook de duur dat een jeugdige in geslotenheid doorbrengt. Dit verschilt dus per jeugdige.

Om dit te bereiken stimuleer ik dat er trajectafspraken gemaakt worden door provincies, bureaus jeugdzorg en zorgaanbieders met ketenpartners over instroom, doorstroom en uitstroom van jeugdigen. De ketenpartners zijn niet alleen instellingen voor provinciale jeugdzorg maar nadrukkelijk ook instellingen voor jeugd LVG en jeugd GGZ en gemeenten.

Al in een vroeg stadium tijdens de plaatsing in een instelling voor gesloten jeugdzorg zou duidelijk moeten zijn hoe het hele zorgtraject van de jeugdige er uit gaat zien. Gesloten jeugdzorg is daarbij één onderdeel in het zorgtraject, waar ook aansluitende residentiële zorg in een open setting en ambulante zorg thuis of bij zelfstandige kamerbewoning deel van kan uitmaken net als plaatsing in een LVG of GGZ instelling. De gesloten jeugdzorg levert in een dergelijk traject de specifieke expertise op het gebied van het omgaan met en het behandelen van jeugdigen met ernstige gedragsproblemen. Deze expertise kan bestaan uit het behandelen van een jeugdige in een instelling voor gesloten jeugdzorg. Maar het is ook denkbaar dat een instelling expertise ter beschikking stelt voor de behandeling van een jeugdige in een andere instelling, bijvoorbeeld een LVG of GGZ instelling.

Daarnaast maken onderwijs, vrije tijdsbesteding en arbeidstoeleiding integraal onderdeel uit van het zorgtraject net als ondersteuning van het netwerk waartoe de jeugdige behoort.

De minister voor Jeugd en Gezin

A. Rouvoet


XNoot
1

Dit is exclusief de lege plekken bij De Sprint (hier worden geen jeugdigen meer geplaatst) en de lege plekken bij de landelijke specialisaties.

XNoot
2

Kamerstuk 31 839, nr. 23