Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201031839 nr. 23

31 839
Jeugdzorg

nr. 23
BRIEF VAN DE MINISTER VOOR JEUGD EN GEZIN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 november 2009

Een jaar eerder dan verwacht, ontving ik op 1 juli 2009 het voorstel van de Stuurgroep actieplan professionalisering voor de vorm en inhoud van wettelijk verplichte registratie en tuchtrecht voor beroepsbeoefenaren in de jeugdzorg.

Met deze brief informeer ik u, mede namens de minister en de staatssecretaris van Justitie, over het voorstel van de Stuurgroep en onze reactie daarop.

Tevens informeer ik u over mijn toezegging tijdens het AO Jeugdgezondheidszorg op 1 oktober jl. om te bezien of ook de professionals die werkzaam zijn in een Centrum voor Jeugd en Gezin, maar niet BIG-geregistreerd zijn, zoals sociaal pedagogische hulpverleners en maatschappelijk werkers, kunnen worden meegenomen in de context van de gehele professionalisering. Ook geef ik invulling aan mijn toezegging tijdens het notaoverleg Gezinsbeleid op 5 oktober jl. om u nader te informeren over de mate waarin de Stuurgroep aandacht besteedt aan opvoedingsondersteuning.

Na bestudering van het voorstel kan ik, evenals de minister en de staatssecretaris van Justitie, met het voorstel van de Stuurgroep instemmen. Het voorstel sluit goed aan bij bestaande structuren, is relatief snel te realiseren en kan op breed draagvlak rekenen bij de veldpartijen. De beroepsverenigingen, de cliënten, de werkgevers uit de branche jeugdzorg, de justitiële werkgevers, de werknemers en de HBO-raad hebben hun verantwoordelijkheid genomen door gezamenlijk met een voorstel te komen. Ik waardeer deze voortvarendheid ten zeerste en ben ervan overtuigd dat met het voorstel dat er nu ligt de beoogde professionaliseringsslag in de jeugdzorg gemaakt zal worden.

Het voorstel van de Stuurgroep

Om de professionalisering in de jeugdzorg concreet te maken, heeft de Stuurgroep de volgende onderwerpen uitgewerkt:

• de afbakening van het beroepsdomein;

• overeenstemming over opleidingseisen die toegang verlenen tot het register;

• overeenstemming over na- en bijscholing voor herregistratie;

• een ethische code als leidraad voor het beroepsmatig handelen;

• een tuchtrecht met College van Toezicht en Beroep dat beroepsbeoefenaren kan berispen (ter lering) dan wel ernstig falende beroepsbeoefenaren uit het register kan schrappen (bestraffing);

• kwaliteitsbeleid waarmee beroepsbeoefenaren hun handelen kunnen verantwoorden. Hierbij kan worden gedacht aan het toepassen van primair bewezen effectieve instrumenten zoals neergelegd in door de beroepsgroep gesanctioneerde richtlijnen.

Binnen het actieplan wordt aan al deze onderwerpen invulling gegeven. In het hiernavolgende ga ik nader in op de invulling van deze onderwerpen, c.q. het voorstel van de Stuurgroep.

Het beroepsdomein

De wettelijk verplichte registratie en het tuchtrecht worden ondergebracht in de Wet op de jeugdzorg. De werking zal zich richten op de beroepsbeoefenaren die middels de doeluitkering jeugdzorg worden bekostigd. Hierbij wordt tevens aanpassing in belendende wetgeving beoogd, om de beroepsbeoefenaren in de gesloten jeugdzorg en in de justitiële jeugdzorgorganisaties (Justitiële Jeugdinrichtingen, Bureaus Halt, de Raad voor de Kinderbescherming en Nidos) ook onder de verplichte registratie en het tuchtrecht te brengen.

Twee beroepen en de opleidingsvereisten

De jeugdzorg kent straks twee hoofdberoepen, die van jeugdzorgwerker (HBO-niveau) en die van gedragswetenschapper in de jeugdzorg (orthopedagogen en psychologen). Voor beide beroepen is binnen het actieplan een nieuw competentieprofiel gereedgekomen.

Voor het beroep jeugdzorgwerker is daarnaast voor het HBO-onderwijs een uitstroomprofiel geschreven, met de minimale vereisten waaraan afgestudeerden moeten voldoen om in de jeugdzorg aan de slag te kunnen. Voor gedragswetenschappers bestaan twee opleidingsingangen, die van psychologen en die van orthopedagogen.

Registratie, ethische code en tuchtrecht

De registratie wordt ondergebracht in drie beroepsregisters.

Voor gedragswetenschappers wordt aangesloten bij bestaande kaders, omdat psychologen en orthopedagogen een goed afgebakend beroepsdomein hebben met een bestaande ethische code, register en tuchtrecht. De bestaande registers moeten worden uitgebreid met een kamer die wordt opengesteld voor niet-leden. De bestaande ethische codes worden gehandhaafd.

Voor het HBO-domein is de situatie anders. Vanwege het overlappende beroepsdomein van bestaande beroepsverenigingen, de Nederlandse Vereniging voor Maatschappelijk Werkers (NVMW) en Phorza (beroepsvereniging voor HBO-SPW) wordt een gezamenlijk addendum op basis van de bestaande codes geschreven. Daarnaast wordt aangesloten bij het register van de stichting Beroepsregister van Agogisch en Maatschappelijk werkers (BAMw) en wordt tuchtrecht ontwikkeld met een College van Toezicht en Beroep.

Kwaliteitsbeleid: levenslang leren en richtlijnontwikkeling

Een professional in de jeugdzorg zal zijn leven lang moeten leren om zijn registratie te behouden. Dit wordt gerealiseerd door de introductie van een vijfjaarlijkse herregistratie. Een databank met geaccrediteerde nascholingen (DANS) is al in ontwikkeling. Maar er is meer nodig. Er dient overeenstemming te komen over welke meest bewezen effectieve methoden in welke gevallen moeten worden toegepast.

Het proces van professionalisering van de jeugdzorg vindt plaats over de gehele breedte van de jeugdzorg (zie figuur 1). De effecten van de zorg voor een cliënt zijn namelijk afhankelijk van verschillende factoren: cliëntfactoren, de behandelaar, de methode en de organisatie waarin wordt gewerkt. Op al deze niveaus heb ik beleid ontwikkeld.

Ten aanzien van het verbeteren van de kwaliteit van organisaties in de jeugdzorg stimuleer ik onder andere het gebruik van de Doorbraakmethode. Om meer zicht te krijgen op de effectiviteit van behandelmethoden stimuleer ik onderzoek hiernaar via het ZonMw programma Zorg voor Jeugd. Voor de beroepsbeoefenaren in de jeugdzorg heb ik het Actieplan professionalisering in het leven geroepen. Om professionals beter voor hun taak toe te rusten, kunnen er in navolging van de (jeugd)gezondheidszorg, richtlijnen voor de jeugdzorg worden ontwikkeld zodat ordening ontstaat tussen de vele beschikbare diagnostische- en behandelingsinstrumenten. Met richtlijnen worden keuzes gemaakt in het te lopen proces van diagnose en behandeling en de hierbij te gebruiken (evidence based) instrumenten. Richtlijnen worden geformuleerd door de beroepsgroep en zijn een leidraad bij het handelen van de beroepsbeoefenaar. Richtlijnen zijn geen vastomschreven voorschriften omdat cliëntfactoren en de aard van de aandoening teveel kunnen variëren. De beroepsbeoefenaar kan dus beargumenteerd afwijken. In de regel worden richtlijnen als «the state of the art» ook gebruikt door de tuchtrechter, om naast een moreel oordeel op basis van de ethische code, ook een uitspraak te kunnen doen over het professioneel handelen.

Figuur 1. Context van de jeugdzorg

kst-31839-23-1.png

Ik ben voornemens om, in navolging van de jeugd- en de gezondheidszorg, ook voor de jeugdzorg een richtlijnenprogramma op te zetten.

Het vervolg

Het actieplan zal op 1 juli 2010 worden afgerond. De huidige Stuurgroep actieplan professionalisering jeugdzorg is thans bezig de deelprojecten tot een goed einde te brengen en de rapportages te laten aansluiten bij het gewenste eindmodel. Als dit traject op 1 juli 2010 wordt afgesloten, wil ik de veldpartijen vragen een begeleidingsgroep op te richten waarin implementatievraagstukken kunnen worden besproken. De begeleidingscommissie kan mij tevens van advies dienen over de nadere inkleuring van de uitvoering. Ik zal hiervoor ook weer een budget beschikbaar stellen. De voorzitter van de Stuurgroep actieplan professionalisering, mevrouw mr. E. Kalsbeek, is bereid het voorzitterschap van deze nieuwe begeleidingsgroep te aanvaarden.

Ik ben mij ervan bewust dat sociaal pedagogische hulpverleners en maatschappelijk werkers, werkzaam in de CJG’s, in het huidige voorstel voor verplichte registratie niet zijn meegenomen. Naar aanleiding van mijn toezeggingen op 1 en 5 oktober jl. tijdens het AO Jeugdgezondheidszorg respectievelijk het notaoverleg Gezinsbeleid, zal ik de begeleidingscommissie vragen mij van advies te voorzien of de registratie op termijn kan worden verbreed.

De minister voor Jeugd en Gezin,

A. Rouvoet