31 839 Jeugdzorg

Nr. 520 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 mei 2016

In 2013 hebben de samenwerkende inspecties een eerste rapport onder de titel Leren van Calamiteiten aan uw kamer aangeboden (bijlage bij Kamerstuk 31 839, nr. 284). De publicatie van dit rapport was ingegeven door een gezamenlijk gevoelde urgentie om professionals, beleidsmakers en bestuurders, die verantwoordelijk zijn voor de hulpverlening aan kinderen en gezinnen, te laten leren van calamiteiten die zich hebben voorgedaan. Op basis van destijds onderzochte calamiteiten bleek dat, in verschillende stadia van betrokkenheid bij deze kinderen en gezinnen, professionals en organisaties uit de verschillende sectoren niet voldoende inhoud hebben kunnen geven aan hun handelingsplicht. Het overnemen van geadviseerde verbeteringen door professionals en hun organisaties vergde implementatie van concrete maatregelen, maar vergde ook een aanpassing in houding, gedrag en aansturing van en door professionals.

In bijgaand tweede rapport Leren van calamiteiten 2, Veiligheid van kinderen in kwetsbare gezinnen 1 worden opnieuw rode draden en knelpunten benoemd. De analyse is gebaseerd op bevindingen van elf calamiteitenonderzoeken die in de periode 2013–2016 door de inspecties zijn uitgevoerd. Met dit rapport willen de samenwerkende inspecties met name bestuurders van gemeenten maar ook professionals, de mogelijkheid bieden te leren van calamiteiten.

Voor bijna alle calamiteiten die zijn onderzocht geldt dat het gezinnen betreft met problemen op meerdere leefgebieden zoals financiën, huisvesting, werk en inkomen, opvoeden en opgroeien, gezondheid, onderwijs en veiligheid. Ouders kampen daarnaast vaak met (ernstige) problemen, waaronder psychiatrische problematiek, een licht verstandelijke beperking, verslavingsproblematiek en/of crimineel gedrag. De casussen kenmerken zich verder door betrokkenheid van een groot aantal organisaties en professionals. De duur en intensiteit van betrokkenheid van professionals (in enkele gevallen verspreid over verschillende gemeenten) is daarbij wisselend geweest.

De gezamenlijke inspecties herkennen een aantal patronen in de onderzochte calamiteiten. Men constateert dat er soms onvoldoende zicht is op de veiligheid van kinderen omdat professionals zich onvoldoende realiseren wat de gevolgen zijn van problemen bij ouders voor de veiligheid van de kinderen. Een verkokerde blik, beperkt zicht van betrokken professionals op de totale omvang en samenhang van de problematiek en het ontbreken van een integraal plan bij professionals, maar ook het ontbreken van een «kindcheck» en/of het niet juist omgaan met kindsignalen door professionals zijn patronen die vaker terugkomen in onderzochte casussen. Daarom sluit het rapport af met een set basisvragen bedoeld om gebruikt te worden door (gemeentelijke) bestuurders in gesprekken met professionals en voor professionals in gesprekken onderling.

De samenwerkende inspecties zullen op 6 juni 2016 een congres over het thema «leren van calamiteiten» organiseren. Hiervoor zijn bestuurders van gemeenten en organisaties in het brede sociaal domein alsmede professionals die hulp, zorg en ondersteuning verlenen aan kwetsbare gezinnen en burgers uitgenodigd.

De decentralisaties in het sociaal domein geven nieuwe mogelijkheden om, daar waar sprake is van problemen op meerdere leefgebieden, beter samen te werken en meer oog te hebben voor de belangen van het kind.

Ik verwacht dat de aanbevelingen uit dit rapport gemeenten en professionals een basis geven om gezamenlijk er alles aan te doen om de zorg en ondersteuning aan kwetsbare gezinnen en burgers zodanig vorm krijgt dat ernstige calamiteiten in de toekomst zoveel mogelijk voorkomen worden.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

Naar boven